Spaartegoeden ouderen 1 op 1 tot DM 6.000; Vanaf vandaagkoers 1: 2 tussen beide Duitslanden

BONN, 3 mei - Met onmiddellijke ingang is de officiele wisselkoers tussen Ostmark en D-mark 1 op 2 geworden. Die was 1 op 3. Daarover zijn de regeringen van de DDR en de Bondsrepubliek het gisteren eens geworden.

In hun akkoord, dat vijf dagen voor de Oostduitse gemeenteraadsverkiezingen van aanstaande zondag is bereikt, volgen zij in hoofdzaak de voorstellen die Bonn begin vorige week deed over de invoering van de Duitse monetaire unie op 2 juli.

Een uitzondering daarop vormen de spaartegoeden. Oorspronkelijk had Bonn voorgesteld voor alle spaarders een koers aan te houden van 1 op 1 tot een maximum van 4.000 Ostmark. Op verzoek van de DDR-regering is dit gewijzigd ten gunste van oudere en ten nadele van jongere spaarders. Een koers van 1 op 1 zal nu gelden voor kinderen tot 15 jaar tot een maximum van 2.000 Ostmark, voor 15- tot 60-jarigen tot 4.000 Ostmark, en voor mensen ouder dan 60 jaar tot 6.000 Ostmark. Grotere spaartegoeden worden gewisseld tegen een koers 1 op 2. Voor de spaartegoeden geldt 31 december 1989 als peildatum. Alle Oostduitse lonen, pensioenen, huren, pachten, studiebeurzen, alimentaties en andere vaste uitkeringen zullen worden omgezet volgens een koers van 1 op 1. Peildatum voor de omwisseling van brutolonen wordt 1 mei 1990. Voor alle schulden en verplichtingen zal een koers van 1 op 2 gelden.

Voor tegoeden in de DDR van buitenlandse natuurlijke of rechtspersonen die na 1 januari van dit jaar zijn ontstaan blijft de koers 1 op 3 gelden.

Alle transacties in het kader van de monetaire unie kunnen alleen worden afgewikkeld bij banken in de DDR. De DDR dient zelf voor de privatisering van de staatsbedrijven te zorgen en uit de opbrengst haar eigen begroting te saneren. Het tekort van dit jaar wordt geschat op 40 miljard Ostmark, en dat van volgend jaar op 60 miljard. Alle verplichtingen van de DDR jegens andere staten worden gewaarborgd.

Niet bekend

In aanwezigheid van koningin Beatrix, met wie hij gisteren de Hannover Messe opende, een technisch-industriele tentoonstelling met 6.000 bedrijven uit 51 landen die dit jaar samen met Nederland is opgezet, herhaalde Kohl dat er 'absoluut geen reden voor belastingenverhoging' is of voor andere aparte offers van de Westduitse burgers om de monetaire unie en de Duitse eenheid te financieren. De voor 1990/'91 verwachte economische groei van 4 procent, mede dank zij de impuls die van de Duitse eenheid uitgaat, zal voor 'aanzienlijke' extra middelen zorgen, zei de kanselier.

De oppositionele SPD vroeg om speciale maatregelen om te verhinderen dat (ex-) medewerkers van de DDR-staatsveiligheidsdienst of SED-functionarissen, die vaak nog op voordelige posities zitten, dadelijk groot voordeel halen uit de aangeboden 1 op 1 koers. Het Bondsdaglid mevrouw Matthaus-Maier waarschuwde voor het risico dat een groot deel van de Oostduitse spaartegoeden van 120 miljard Ostmark dadelijk heel snel zal worden gebruikt voor consumptieve aankopen van Westduitse produkten. Dat zou tot inflatie kunnen leiden, het zou volgens haar daarom beter zijn als een deel van dat spaargeld zou worden belegd of tegen een aantrekkelijke rente zou worden bevroren, zoals de SPD eerder heeft voorgesteld.