'Nicaraguaanse regering sluit pact met sandinisten'; Violeta Chamorro mist een bindmiddel

MANAGUA - 'Ik houd mijn hart vast, deze Nationale Oppositionele Unie (UNO) is bijna een aberratie', sprak co-directeur Jaime Cuadra van het conservatieve Nicaraguaanse blad La Prensa onlangs. 'Ik zie het als een olifant met veertien poten en ik wacht met spanning af als het gaat lopen. Een interessant risico'. Dat de zeer breed geschakeerde UNO-coalitie, waarvan de leidster Violeta Chamorro vorige week het presidentschap overnam van de sandinist Daniel Ortega, de grootste moeite zou hebben als coherent blok te functioneren, werd alom voorspeld. Zelden kwam zo'n voorspelling zo snel uit. En een formele breuk kan de komende weken niet worden uitgesloten.

Acht partijtjes uit de UNO-coalitie hebben zich nu geschaard achter vice-president Virgilio Godoy, een op confrontatie beluste politicus van de oude stempel die weinig heil ziet in nationale verzoening en het nieuwe Nicaragua wil zuiveren van alle sandinistische smetten. De 'havik' Godoy stond tegenover een groep gematigde adviseurs en familieleden van president Chamorro, van wie verscheidenen nu invloedrijke posities bekleden. Dat zijn onder anderen Antonio Lacayo, de minister van presidentiele zaken en feitelijke premier, Francisco Mayorga, de directeur van de Centrale Bank en Alfredo Cesar, die in het presidium van de Nationale Assemblee zit. Zij kunnen rekenen op de steun van zes UNO-partijtjes, maar wat nog veel belangrijker is op die van de president.

Technocraten

Het gerommel in de UNO-gelederen begon begin vorige week al, toen uitlekte dat vrijwel geen enkele UNO-politicus in Chamorro's kabinet zou komen. De president gaf de voorkeur aan gematigde zakenlieden en technocraten zonder veel politieke achtergrond. Opvallend was hoezeer Dona Violeta putte uit de gelederen van de 'Commissie voor de Wederopbouw en Economische Ontwikkeling van Nicaragua' (Cordenic), een gematigd werkgeversverbond dat zich afzette tegen het felle anti-sandinistische ondernemersverbond Cosep.

De Cordenic werd in 1988 opgericht door bovengenoemde Antonio Lacayo en door Enrique Dreyfus, de nieuwe minister van buitenlandse zaken. Ook Centrale-Bankdirecteur Mayorga, minister van arbeid Francisco Rosales en de bewindsman van financien, Silva de Franco, waren lid. 'De UNO blijft buitenspel en de nieuwe bewindslieden zijn technocraten zonder partijbinding of reputatie van anti-sandinistische strijd', klaagde vice-president Godoy niet zonder reden.

Vorige week dinsdag, een dag voor Chamorro's inhuldiging, verscherpten de tegenstellingen binnen de UNO zich toen in de Nationale Assemblee een zevenhoofdige presidium moest worden gekozen. Een poging van Alfredo Cesar om president van de Assemblee te worden werd door Godoy en zijn aanhang verijdeld. Die post kreeg Miriam Arguello, een bondgenote van Godoy. Maar tot woede van de harde UNO-vleugel wisten Cesar en drie van zijn medestanders met behulp van de sandinistische oppositie in het presidium te komen. De sandinisten zelf kregen er twee zetels. 'Hier is sprake van verraad, van handjeklap met de sandinisten en van het opbreken van de UNO', schreeuwde een van Godoys aanhangers in de Assemblee.

Het voornaamste knelpunt volgde een dag later toen Violeta Chamorro in haar inaugurele rede in Managua's honkbalstadion meldde, dat zij weliswaar minister van defensie wordt, maar dat de sandinistische generaal Humberto Ortega - broer van Daniel - voorlopig als stafchef de strijdkrachten mag blijven leiden. 'De nieuwe regering heeft een pact met de sandinisten gesloten', klaagde Virgilio Godoy. Niettemin betichtte deze leider van de harde UNO-vleugel niet president Chamorro van dit 'pact', maar Antonio Lacayo en Alfredo Cesar, die hij kwalificeerde als 'verraders'. Godoy: 'Deze heren hebben Dona Violeta misleid en wij hebben nu niet te maken met een nieuwe regering maar met een nieuwe facade, want de sandinisten behouden de macht, weliswaar niet voor honderd procent maar toch in belangrijke mate'.

Verduistering

Het humeur van vice-president Godoy werd er niet beter op toen zaterdag bleek dat er voor hem niet eens een kantoor is ingericht in het regeringshuis. Hij mag nu werken in het kleine kantoortje van zijn Onafhankelijke Liberale Partij. Dat kan voor Godoy geen onverdeeld genoegen zijn, want hij heeft ruzie met het deel van zijn partij dat hem beschuldigt van verduistering van hulpgeld van de Westduitse liberale Naumann-stichting.

Of het nu tot een definitieve breuk in de UNO komt valt nog te bezien. Want ook de UNO-splinters beseffen dat zij weinig te betekenen hebben als zij hun banden verbreken met een president, die volgens de door de sandinisten ontworpen grondwet een zeer grote uitvoerende macht heeft. Bovendien zal het gematigde UNO-deel na een formeel schisma meer 'pacten' kunnen sluiten met het gematigde deel van het oppositionele Frente Sandinista, dat nu onder leiding van ex-president en partijleider Daniel Ortega domineert.

Een andere vraag is of president Chamorro's besluit om Humberto Ortega te handhaven als stafchef van het leger de contras ervan zal weerhouden volgens afspraak voor 10 juni de wapens in te leveren. De harde UNO-vleugel schermt volop met het argument en ook de contra-leiders dreigden de afgelopen dagen dat het ontwapeningsakkoord zonder generaal Ortega's vertrek zonder inhoud is. Daar staat tegenover dat president Chamorro generaal Ortega heeft gevraagd aan te blijven om een plan te ontwerpen voor een drastische reductie van de strijdkrachten. Als hij daar snel mee komt - wat mogelijk moet zijn, omdat ook de sandinisten drastisch wilden besnoeien op de militaire uitgaven - kan dat veel druk van de ketel halen.

Bovendien weten de contras dat de mogelijkheden voor een voortgezette rebellie beperkt zijn. Zij zijn niet meer welkom in Honduras en militaire hulp van buiten zit er niet meer in. Zij kunnen alleen nog maar rekenen op humanitaire Amerikaanse hulp, voor zover zij hun wapens inleveren en zich weer inpassen in de burgermaatschappij.

    • Ferry Versteeg