Mandela en De Klerk tot elkaar veroordeeld

Het heeft lang geduurd maar eindelijk zitten ze aan tafel, de Zuidafrikaanse regering en het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), voor de eerste officiele gespreksronde. De afgelopen zes maanden is er in Zuid-Afrika meer veranderd dan in de zes jaar daarvoor. Taboes zijn doorbroken, muren zijn geslecht: Mandela, vorig jaar nog de 'terrorist', zit aan de gesprekstafel en het ANC, vorig jaar nog verketterd, is vrij om zich te organiseren als een politieke partij. Zowel ANC-leider Mandela als president De Klerk staat onder sterke druk om tot een akkoord te komen. In hun achterbannen kookt het, tijdverlies kan leiden tot machtsverlies. Mandela moet alle zeilen bijzetten om de eenheid binnen het ANC te bewaren: de basis in de zwarte woonoorden koestert veel te hoge verwachtingen terwijl dekaderleden elkaar met argusogen beloeren. De eerste onderhandelingsronde, die was beoogd voor 11 april, werd door het ANC afgezegd, een besluit waarmee Mandela het niet eens was. De afzegging werd gemotiveerd met het harde optredenvan de politie in Sebokeng, een zwart woonoord bij Johannesburg, maar in werkelijkheid was er onenigheid over de samenstelling van de ANC-delegatie.

In Zuid-Afrika is een grote, kleurrijke baaierd aan anti-apartheidsgroepen ontstaan, terwijl het ANC uit ballingschap in de Zambiase hoofdstad Lusaka opereerde. Deze groepen, zoals de vakbond COSATU en het UDF, willen nu ookmeepraten onder de vlag van het ANC, maar ze moeten wel eerst op een lijn worden gebracht. Daarnaast bestaat binnen het ANC een gapende kloof tussen de oude generatie van Mandela (soms spottend de off shore generatie genoemd omdat deze leiders gevangen zaten op Robbeneiland) en de jongere radicalen die na de grote bloedige opstand van 1976 in Soweto het binnenlandse verzet hebben georganiseerd. Maar het ANC heeft ook concurrentie van buitenaf. Het radicalere Panafrikaanse Congres (PAC) weigert met Pretoria te onderhandelen. PAC-leider Zeph Mothopeng deed Nelson Mandela dit weekeinde af als 'een slaaf die onderhandelt met zijn meester'.

Het PAC vindt dat 'Zuid-Afrika voor de Afrikanen is', het is druk bezig de zwarte radicale jongeren in de woonoorden te organiseren. Naarmate het ANC langer in onderhandelingen verstrikt blijft, zal het PAC terrein winnen: de slag om de townships is begonnen. De strijd om Natal, met de Inkatha-beweging van Zulu-leider Buthelezi, is al jaren aan de gang en heeft ruim 3.000 mensen het leven gekost. Mandela heeft zijn aanhangers opgeroepen 'de wapens in de zee te gooien', maar de strijd gaat overminderd voort. Hij wilde met Buthelezi onderhandelen, het ANC heeft hem weer van die gedachte afgebracht. Het ANC wil de machtsbasis van Buthelezi breken, hem reduceren tot een onbeduidende regionale leider. In de verbeten machtsstrijd binnen de zwarte gemeenschap is iedereen bang voor iedereen: het ANC voor het PAC, Inkatha voor het ANC.

Straatterreur

Maar ook De Klerk staat onder tijdsdruk. Als hij binnen drie jaar geen nieuwe grondwet kan presenteren moet hij nieuwe verkiezingen onder blanken houden, en die zal hij dan vrijwel zeker verliezen. De Conservatieven, gesteund door ongeveer veertig procent van de blanken, stellen alles in het werk om een akkoord te saboteren. Zij willen verkiezingen afdwingen met straatterreur, terwijl de extreem-rechtse Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) zich wapent voor de 'laatste slag bij de Bloedrivier'.

De Klerk wil daarom zo snel mogelijk een 'historisch compromis' sluiten met de gematigde oude generatie van het ANC om te voorkomen dat hij op den duur wordt gedwongen tot onderhandelen met de radicale zwarte jongeren. Mandela en De Klerk zitten dus in hetzelfde bootje. Succes voor de een is succes voor de ander, het falen van de een is ook het falen van de ander, en als een wil winnen ten koste van de ander, verliezen beiden.

De onderhandelingen gaan nu nog over het 'klimaat voor besprekingen', talks about talks, maar deze zullen op den duur op twee harde kernpunten stuiten: de economie en de verdeling van de macht. Het ANC houdt vast aan nationalisaties, een concept dat overal ter wereld wordt verlaten. De Oosteuropese leermeesters zijn van het toneel verdwenen, maar het ANC moet nog veel overleefde economische dogmatiek overboord zetten. De hardste noot moet worden gekraakt over de deling van de macht. Het ANC zal geen grondwet aanvaarden waarin niet het principe van 'een man, een stem' is opgenomen. En De Klerk kan geen constitutie aan zijn achterban verkopen zonder een bescherming voor minderheden. De eis van 'een man, een stem' is legitiem, een vereiste in een democratie omdat de ene mens niet meer waard is dan de andere. Maar het beschermen van politieke en culturele minderheden is ook eigen aan democratie.

Zuid-Afrika moet de raciale bescherming afschaffen, het begrip 'ras' schrappen. Minderheden zouden de vrijheid moeten krijgen zich te organiseren in politieke partijen die de ruimte krijgen in een Twee-Kamerparlement: bijvoorbeeld een Huis van Afgevaardigden, samengesteld volgens 'een man, een stem', en een Senaat waarin minderheden een veto-recht hebben bij vitale zaken. In een dergelijke oplossing zit de ruimte voor het compromis. Het zou niet goed zijn als de blanken zich terugtrekken in een afzonderlijke politieke partij, want dan zullen zij net als de blanken indertijd in Rhodesie politiek buitenspel komen te staan. De regerende Nationale Partij zal zich dienen open te stellen voor iedereen, als non-raciaal platform voor Afrikaanstaligen (tot welke groep ook veel kleurlingen en zwarten behoren) en alle Zuidafrikanen die een vrije economie en een liberale democratie voorstaan.

Populair

De Klerk is nu populair onder de zwarten, voor de Nationale Partij de kans om haar deuren te openen. In dit opzicht is het experiment in Namibie gelukt. De Democratische Turnhalle Alliantie (DTA) van de blanke herenboer Dirk Mudge is de verzamelpartij voor vrijwel alle minderheden geworden, de partij is een nuttig tegenwicht tegen de regerende Swapo. De blanken in Namibie zijn niet meer bang: ze spelen weer een vitale rol in het politieke bestel, en wel op een non-raciale grondslag. Het systeem van checks and balances - dat in Afrika altijd zo jammerlijk mislukte - functioneert in Windhoek.

Ook in Zuid-Afrika dienen de blanken een politieke rol te blijven spelen. Ze hebben er de economische macht, veel know how, bestuurservaring en spelen bij de onderlinge zwarte rivaliteit, zoals in Natal, de rol van vredestichter: het 'blanke' leger van Zuid-Afrika probeert er - met de instemming van Mandela - de strijdende zwarte partijen uit elkaar houden.

De transformatie van Zuid-Afrika zal nog jaren in beslag nemen en zeker niet gesmeerd verlopen: er zullen nog heel veel zig-zags zijn, bittere tegenslagen en bloedige onlusten, maar het eind van de tunnel is in zicht.