Limiet aan ATV

DE INDUSTRIEBOND FNV zal, afgaande op uitlatingen van topbestuurders van deze bond, volgend jaar in de CAO-onderhandelingen geen algemene eis voor verdergaande arbeidstijdverkorting stellen. Op zichzelf betekent dat geen trendbreuk ten opzichte van dit jaar. In vrijwel alle industriele contracten die tot nu toe zijn afgesloten krijgt het thema arbeidstijdverkorting weinig aandacht. Het accent ligt vooral op loonsverhoging, een beeld dat volgend jaar zeer waarschijnlijk ook te zien zal zijn. Met de afwijzing van verdere arbeidstijdverkorting op grote schaal ondergraaft de Industriebond het streven van de vakcentrale FNV om in 1993 tot gemiddeld een 35-urige werkweek te komen. Dat doel is alleen te realiseren wanneer de industrie - met een miljoen werknemers de meest vitale sector in de economie - volgend jaar een substantiele stap zet in de door het FNV-kompas aangegeven richting. De industrie heeft nu een gemiddelde werkweek van 36 tot 38 uur.

Binnen de FNV was de afspraak over de 35-urige werkweek een moeizaam bereikt compromis. De top van de vakcentrale denkt tot op heden nog steeds in termen van een breed maatschappelijk offensief, dat moet leiden tot een kortere werkweek voor grote groepen werknemers. Volgens de Industriebond is arbeidstijdverkorting op zichzelf het nastreven waard, maar dient de verwezenlijking daarvan af te hangen van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de behoefte van individuele werknemers. In de industrie is de animo voor een kortere werkweek gering.

GENERIEKE arbeidstijdverkorting was gedurende een groot deel van de jaren tachtig het belangrijkste strijdpunt van de Nederlandse vakbeweging. De bonden meenden met ATV een instrument in handen te hebben voor de solidaire distributie van bestaande werkgelegenheid. In het Stichtingsakkoord van 1982 kwamen de sociale partners herverdeling van arbeid overeen, gekoppeld aan rendementsherstel van het bedrijfsleven. Nederland ging massaal naar de 38-urige werkweek, een relatief beperkte voorhoede bereikte vervolgens de 36 uur.

Maar het ATV-offensief verzandde: de werkgelegenheidseffecten lieten zich moeilijk meten, de werkdruk nam toe, de schaarste aan vakbekwaam personeel drong zich steeds meer op als een reeel probleem. Toen de vakbeweging terecht de bereidheid uitsprak om 'maatwerk' te leveren, was het begrip arbeidstijdverkorting al zo diffuus dat het als doel voor collectieve strijd had afgedaan.

VOOR DE FNV zullen de komende maanden vooral in het teken staan van eerlijkheid: ook de top van de vakcentrale zal moeten erkennen dat voor verdergaande arbeidstijdverkorting als generiek werkgelegenheidsinstrument momenteel weinig draagvlak bestaat. De bouwnijverheid maakt volgend jaar weliswaar nog een stap naar de 36-urige werkweek, maar ook daar heeft de solidariteitsgedachte, die in het vorige decennium nog aan ATV kleefde, plaats gemaakt voor de realiteit dat individuele werknemers het korter werken vooral zien als een verbetering van arbeidsvoorwaarden. Een verbetering overigens waaraan na de matiging van de afgelopen jaren in brede kring vooralsnog minder waarde wordt gehecht dan aan loonsverhoging. De stand van zaken in West-Duitsland, waar de machtige industriebond nog wel vasthoudt aan de collectieve invoering van de 35-urige werkweek, zal daar voorlopig weinig aan veranderen.