Landbouwschap gaat eigen functioneren onderzoeken

DEN HAAG, 3 mei - Het Landbouwschap gaat onderzoeken of het nog wel goed functioneert als belangenbehartiger van de boeren.

Het bestuur van het schap heeft daartoe besloten omdat het Koninklijk Nederlands Landbouw-Comite (KNLC), een van de drie centrale boerenbonden, eerder dit jaar medewerking aan de begrotingsvaststelling van het schap weigerde tenzij er zo'n onderzoek zou komen. Een andere reden is dat veel akkerbouwers ontevreden zijn over de rol die het Landbouwschap in het recente conflict tussen de boeren en minister Braks heeft gespeeld.

Vooral in Flevoland en in Groningen willen boeren niet langer de jaarlijkse heffing aan het Landbouwschap betalen, maar de contributie (gemiddeld zo'n 300 gulden per jaar) op aparte, geblokkeerde rekeningen storten. Volgens het Landbouwschap gaat het om een protestactie van circa zeshonderd boeren, vooral akkerbouwers en leden van het KNLC, de niet-confessionele landelijke boerenbond.

Het Landbouwschap neemt de weigering om de heffing te betalen serieus, maar accepteert haar niet. Volgens het schap zal de verplichte heffing in ieder geval worden gevorderd, in het uiterste geval met hulp van de deurwaarder. Drs. J. W. E. M Mares, de voorzitter van de katholieke boeren- en tuindersbond die gisteren G. Doornbos opvolgde als voorzitter van het Landbouwschap, meent dat er van falende belangenbehartiging geen sprake is omdat het inkomen in de Nederlandse land- en tuinbouw tot het hoogste in de wereld behoort. Desondanks vindt hij een kritisch onderzoek naar het optreden van het Landbouwschap wel op zijn plaats.

Ook in de Tweede Kamer bestaat onvrede over het optreden van het Landbouwschap. Zo vond Kamerlid Van Zijl (PvdA) het ongepast dat voorzitter Doornbos het kabinetsbesluit tot steun aan de akkerbouw als 'kruimelwerk' betitelde en komt de D66-fractie komende zomer waarschijnlijk met een initiatief-wetsontwerp tot herstructurering van het schap.