Kritiek CDA en VVD op reis Pronk Indonesie

DEN HAAG, 3 mei - Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft kritiek op het mensenrechtenbeleid van de regering. De geloofwaardigheid hiervan wordt ernstig geschaad als blijkt dat tijdens een bezoek aan Indonesie de minister van ontwikkelingssamenwerking van mening verschilt over het mensenrechtenbeleid met de minister van buitenlandse zaken.

Dat bleek gisteren tijdens een besloten zitting van de commissies buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking in de Tweede Kamer. Volgende week volgt een openbaar debat. Aanvankelijk was het de bedoeling van de Kamer gisteren al in het openbaar te vergaderen, maar minister Van den Broek was bang dat zijn 'stille diplomatie' richting Indonesie schade zou oplopen.

De Kamer is van mening dat het primaat van het mensenrechtenbeleid bij de minister van buitenlandse zaken ligt, al is er een duidelijke relatie tussen mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking. VVD en CDA hadden kritiek op minister Pronk dat hij in Indonesie en in het verslag van zijn reis aan de Kamer de indruk had gewekt, dat de extra hulp van 27 miljoen gulden als politieke sanctie zouden worden gebruikt. In zijn reisverslag aan de Kamer schrijft minister Pronk dat hij na gesprekken met Indonesische bewindslieden in staat was de verdragen over de extra hulp van 27 miljoen te ondertekenen. Maar nog voor die gesprekken plaatshadden, bij aankomst op het vliegveld in Jakarta, had de minister al verklaard dat hij de verdragen zou ondertekenen.

CDA en VVD zijn tegen het gebruiken van ontwikkelingsgelden als sanctie behalve in enkele zeer specifieke gevallen, zoals Suriname. Beide partijen zijn ook van mening dat er in Indonesie geen sprake is van systematische en grove schendingen van mensenrechten, het criterium van de regering voor diplomatiek optreden. Wel zijn zij het met de regering eens dat Indonesie aangesproken moet worden op humanitaire gronden bij het uitvoeren van doodvonnissen, waar sommige veroordeelden meer dan twintig jaar op moeten wachten. Het PvdA-Kamerlid Van Gijzel meent echter dat met name op Oost-Timor wel degelijk over grove schendingen van mensenrechten gesproken kan worden.

Op de vraag waar het meerdere malen aangekondigde initiatief bleef van minister Pronk voor nieuwe diplomatieke stappen bij de Indonesische regering om executies te voorkomen van voor hun rol bij de staatsgreep in 1965 ter dood veroordeelde gevangenen, kon de minister geen antwoord geven. Dat initiatief zou nog in het kabinet worden besproken. Mevrouw Terpstra (VVD) viel over het feit dat minister Pronk in Indonesie 'een grote broek had aangetrokken', maar dat zijn gastheren van het begin af aan wisten dat minister Van den Broek verantwoordelijk is voor het mensenrechtenbeleid en niets van een koppeling tussen hulpverlening en mensenrechten wilde weten.