Ginjaar uitdagend jegens achterban

DEN HAAG, 3 mei - Kort voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart zei VVD-partijvoorzitter Ginjaar 'gallisch' te worden van het gespeculeer over de terugkeer van oud-partijleider Wiegel. Het legde volgens hem een hypotheek op het functioneren van de zittende man, Voorhoeve, die rustig de tijd moest krijgen om te groeien in zijn rol als oppositieleider.

Nauwelijks twee maanden later bleek Voorhoeves tijd al om te zijn, terwijl de verkiezingsuitslag meeviel. Het omslagpunt in de neerwaartse spiraal was bereikt, zei Voorhoeve zelfs op de verkiezingsavond. Ginjaar viel hem toen niet af. Maar hij dacht er anders over. Vorige week gaf Ginjaar de partijleider te verstaan er geen vertrouwen in te hebben dat Voorhoeve de VVD weer omhoog kan stuwen. Wat was er sinds begin maart veranderd, wilden de voorzitters van de VVD-Kamercentrales (regio's) gisteren van Ginjaar weten. Waarom had het hoofdbestuur Voorhoeve alsnog aangemoedigd terug te treden? Volgens de partijvoorzitter is er 'niks plotseling veranderd'.

Zijn uitlatingen in maart moeten gezien worden in het licht van de verkiezingen. 'Alle hens moesten aan dek.'

Voorhoeve afvallen vlak voor de verkiezingen zou de doodsteek zijn geweest voor de VVD. Dat hij het opnam voor de partijleider betekende allerminst dat Ginjaar niet toen al nadacht. Het gesprek vorige week met de fractievoorzitter, was volgens Ginjaar 'de slotfase van een denkproces van vele maanden'. De partijvoorzitter heeft de Kamercentrales gisteren kunnen overtuigen dat het beter is nu van partijleider te wisselen dan daarmee te wachten tot de Statenverkiezingen van volgend jaar. Aanvankelijk was het de bedoeling Voorhoeve dan nog een keer de kans te geven zich te bewijzen. Door de aanhoudende negatieve publiciteit en zijn steeds krampachtiger optreden had het hoofdbestuur echter de indruk dat Voorhoeve het niet zou redden. Na teleurstellende Statenverkiezingen zou het gedonder over wie de eerste man moet zijn opnieuw oplaaien. Rekening houdend met een breuk in het CDA/PvdA-kabinet zou dat slecht zijn voor de beeldvorming van de VVD bij vervroegde landelijke verkiezingen. De voorzitters van de Kamercentrales konden gisteren niet anders dan instemmen met deze analyse. Nu Ginjaar afvallen, zou de indruk wekken dat ze Voorhoeve terugwillen. Ondanks waardering voor hem willen ze dat niet. Ook zij menen dat Voorhoeve het tij niet meer kon keren. Volgens de voorzitters denkt de achterban daar ook zo over. Na de gemeenteraadsverkiezingen hebben ze gemerkt hoe teleurgesteld de VVD'ers zijn die niet meer terugkeerden in de raad. De uitslag van 21 maart was dan niet slecht in vergelijking met de Tweede-Kamerverkiezingen, ten opzichte van de gemeenteraadsverkiezingen van vier jaar geleden verloren veel raadsleden hun zetel. Dat wijten ze aan de opstelling van de VVD in de landelijke politiek. Die onvrede geldt niet alleen Voorhoeve, maar ook Ginjaar die een belangrijke rol speelde bij de door de VVD veroorzaakte breuk met het CDA. Als Voorhoeve daaruit consequenties trekt, zou Ginjaar dat ook moeten doen, vindt een deel van de achterban. Maar dat was gisteren niet het onderwerp van gesprek. Het ging slechts over de procedure die het hoofdbestuur had gevolgd om Voorhoeve te bewegen af te treden. Het klonk bijna als een uitdaging toen Ginjaar gisteren zei in 1992 herkiesbaar te zijn. Hij weet dat op de algemene ledenvergadering van 18 en 19 mei over zijn optreden nog menig woord zal worden gewisseld. Dan zal pas duidelijk worden of de VVD-leden met alleen een wisseling van de partijleider genoegen nemen.