Don Quichottes op ontdekkingsreis

Wat is er aantrekkelijker dan het verfilmen van de avonturen van een ontdekkingsreiziger? Alles, zou je bijna zeggen, want zelden leverde zo'n waargebeurde tocht naar het onbekende een aardige film op, tenzij je de Indiana Jones-films tot dit genre rekent. Misschien komt het doordat wij de frisse, naieve blik missen waarmee de avonturiers keken naar vreemde volkeren, onbekende dieren en verre streken. En op de een of andere manier is het zeer moeilijk begrip te wekken voor de gedrevenheid van de ontdekkers. In hun tijd waren het helden die een, misschien wel ziekelijke, zucht naar gevaar paarden aan de innerlijke drang de mensheid een stapje verder te helpen door het oplossen van geografische vraagstukken. Maar cineasten die hun levens verfilmen ontkomen er nooit aan ze te portretteren als tweederangs Don Quichottes - sympathiek, maar overdreven in hun fanatisme en egocentrisch in hun exploratiedrift.

Bob Rafelson trapt in dezelfde valstrikken. Zijn Mountains of the Moon gaat over twee historische Engelse ontdekkingsreizigers die niets te veel was om hun doel te bereiken: de bronnen van de Nijl. Ze verhouden zich schematisch tot elkaar: de een is een oprechte wetenschapper, een liefhebber van natuur en vreemde mensen, de ander een pochende rijkeluiszoon die vooral uit is op de nasleep van zo'n ontdekking - roem, eer, rijkdom en wie weet een audientie bij de koning. Zolang ze in de wildernis op elkaar aangewezen zijn en ver weg van Engeland, blijven ze bloedbroeders, eenmaal terug in het vaderland blijkt hun vriendschap niet bestand tegen het gekonkel van wat zich beschaving noemt. En de bronnen van de Nijl hebben ze nooit kunnen vinden.

Het is onmogelijk dat hun tragische vriendschap in werkelijkheid zo doorzichtig verlopen is als Rafelson ons wil laten geloven. Afgezien daarvan drukt hij hun verhaal uit in de cliche's die het werelddeel Afrika, ontdekt of nog niet ontdekt, niet verdient. Waarom is schilderachtigheid het enige dat Rafelson over het landschap heeft op te merken? Waarom toont hij de 'wilden' als een stel achterlijke kinderen, in de ban van wreedheid en/of infantiele seks? Waarom heeft hij geen belangstelling voor het effect van zo'n tocht op de dragers en ander zwart personeel dat als sprekend vee werd benut door de ontdekkingsreizigers? Zelfs zijn eigen helden zullen genuanceerder bekeken hebben wat hun pad kruiste, hoe Victoriaans ze ook waren.

Er zijn maar twee momenten dat Rafelson zijn verhaal enig relief wist te geven: wanneer er in de savanne thee wordt gedronken uit een compleet zilveren servies en een bediende de slappe lach krijgt als de deksel van de theepot in een kopje valt; en wanneer een van de twee ontdekkingsreizigers Stanley Livingstone ontmoet en het stel direct hun littekens begint te vergelijken. In die scenes ontworstelt Rafelson zich aan de muffe oh en ah-sfeer die ontdekkingsreis-films zulke houterige rariteitenkabinetten maakt.