BEHEERST EN BEWONDERENSWAARDIG DEBUUT VAN STEVE KLOVES; Morsige artiesten en een gisse meid

Hooguit eens per jaar tref je tussen het nieuwe filmaanbod een bescheiden juweeltje aan van het kaliber van The Fabulous Baker Boys. Er ontstaat dan een tintelend geluksgevoel, dat zich vertaalt in het verlangen de film onmiddellijk opnieuw te willen zien, al is het maar om de verliefdheid te verifieren. Zitten er geen lelijke plekjes aan, is de regisseur niet te enthousiast in zijn poging het publiek te behagen, is het scenario wel origineel genoeg? Er zal bij nader inzien vast wel wat aan te merken zijn op het debuut van Steve Kloves, die het scenario op 23-jarige leeftijd schreef en het ruim drie jaar later zelf mocht verfilmen. Maar dat neemt de behoefte niet weg om The Fabulous Baker Boys in het hart te sluiten als een witte raaf in de Hollywoodproduktie.

Het verhaal is, met variaties, al eens eerder verteld. Twee mannen, broers in dit geval, vormen een onafscheidelijk duo, totdat een vrouw roet in het eten gooit. Avond aan avond herhalen Jack en Frank Baker (gespeeld door de gebroeders Jeff en Beau Bridges) dezelfde routine als pianisten in de lounge van hotels, waar midden op elk tafeltje een schemerlamp staat en de gasten tegen beter weten in genieten van een avondje uit. Het pianoduo vertolkt ijzeren klassiekers uit het 'easy listening'-repertoire: Feelings, Candyman en My Way. Het publiek is elke avond weer zeer bijzonder speciaal en object van ander gevlei. Conference en repertoirekeuze beginnen slijtage te vertonen. Steeds vaker geeft de zaalexploitant bij de uitbetaling in het rokerige kantoortje te kennen dat ze voorlopig niet terug hoeven te komen.

Het is tijd voor een nieuwe formule en de fabelachtige jongens Baker gaan op zoek naar een vocaal soliste. Zevenendertig dames doen auditie en geen een kan wijs houden. Dan komt, te laat en op de verkeerde schoenen, Susie Diamond (Michelle Pfeiffer) binnengesjokt. Haar enige ervaring in de show business bestaat uit dienstverlening aan de Triple A Escort Service. Maar haar stem en verschijning doen meteen elke twijfel verdwijnen.

Hoe vaak hebben we in een musical al niet die wanhoop gezien bij een auditie, gevolgd door De Ontdekking? Ook Kloves bedient zich van de cliche's: een compilatie van steeds tien seconden afgrijselijk zingende amateursterren, dan de komst van de echte vedette. De ergernis van de murw gebeukte talentenjagers: eigenlijk zijn we al klaar, maar als U zo aandringt willen we nog wel even luisteren. En dan de bevrijding, de magische doorbreking van de impasse door een gouden geluid. Kloves kent de gemeenplaatsen van de 'back stage'-film, dat blijkt, en weet er toch nog een nieuwe inhoud aan te geven. Zijn film is een hommage aan honderden Hollywoodfilms over morsige performers en gisse meiden, maar nooit wentelt Kloves zich in nostalgie en citeerdrift. Het is alsof je zo'n auditiescene voor de allereerste keer ziet en de effectiviteit ervan nu pas bewezen wordt.

De herinnering aan de tijd dat de Amerikaanse amusementscultuur nog glansde en een benijdenswaardig voorbeeld stelde, geeft aan The Fabulous Baker Boys een vervreemdende ondertoon. De decors van neon, formica en plastic palmen in eigentijds Seattle wekken onopvallend de indruk dat de artiesten verdwaald zijn in de tijd, alsof Bing Crosby, Bob Hope en Dorothy Lamour het publiek van een discotheek proberen plat te krijgen. Maar ook in psychologisch opzicht zijn de drie hoofdpersonen verdwaald in het leven. Frank is de regelaar, die de nummers uitzoekt, de contracten afsluit en het talent van zijn jongere broer Jack, een gemankeerd jazzpianist, exploiteert. Na het optreden keert de pompeuze burgerman terug naar zijn gezin, dat we nooit te zien krijgen. Jack heeft zich uitsluitend kunnen hechten aan een zieke hond en een tienjarig buurmeisje, dat hij pianoles geeft wanneer haar moeder weer een minnaar over de vloer heeft. Als hij de moed had, zou hij jazz spelen in de zwarte club van de stad, maar hij kan zich niet ontworstelen aan de macht der gewoonte. De gedesillusioneerde blik in die prachtige doffe ogen van Jeff Bridges, sigaret in de mondhoek, suggereert een afgrond vol gemiste kansen. Het ligt voor de hand in de gecompliceerde relatie tussen de beide broers de meerwaarde te vermoeden van de relatie tussen Jeff en Beau Bridges, van wie de laatste, ondanks zijn vlotte babbel, als acteur altijd in de schaduw heeft gestaan van zijn jongere broer.

En dan is er die betoverende, authentieke, terecht voor een Oscar genomineerde hoofdrol van Michelle Pfeiffer, die zelf overtuigend zingt. Ze combineert het cynisme van een straatmadelief met de frele kwetsbaarheid van een blueszangeres. De erotische aantrekkingskracht tussen haar en Jeff Bridges wordt zeer zorgvuldig uitgespeeld, als een troefkaart, waarvan je weet dat die nog moet vallen, maar die ook best in een mouw verdwenen kan zijn. Beiden zijn professioneel genoeg om te beseffen dat zaken voor het meisje gaan en dat een trio op tournee ten dode opgeschreven is als twee van hen het bed delen. Dus hangt de excommunicatie van Frank voortdurend als een zwaard van Damocles boven de film. De onontkoombare erotiek wordt subtiel gesuggereerd, door Susie te laten luisteren naar de improvisaties van Jack, 'after hours', dan bijna bespreekbaar gemaakt op een zwoele zomeravond met de drie artiesten om elkaar heen hangend op het balkon van hun hotelkamers en suite, en daarna orgastisch tot ontploffing gebracht tijdens een optreden op oudejaarsavond bij afwezigheid van de plotseling weggeroepen Frank. In een vuurrode, diep uitgesneden japon kroelt Susie over Jacks piano en zingt Makin' Whoopee, alsof het liedje speciaal voor deze gelegenheid geschreven werd.

Er is bijna geen dialoogzin in The Fabulous Baker Boys die niet klopt. Elk muziekfragment, ieder beeld, de lichaamstaal van de acteurs, de aankleding van de zalen, de samenstelling van het publiek, alles past perfect in elkaar. Je wacht vergeefs op een valse noot, op die ene uitglijder naar vals sentiment of goedkoop effectbejag. Het is bijna onvoorstelbaar dat een 26-jarige debutant, die tot nu toe slechts een scenario (van het hier niet in de bioscoop uitgebrachte Racing with the Moon) verfilmd zag worden, nu al zo veel controle over zijn materiaal uitoefent. Steve Kloves wordt een groot regisseur, daar kan geen twijfel over bestaan. The Fabulous Baker Boys doet namelijk geen moment denken aan de toevalstreffer van een op scherp staande debutant. 'Nice and easy does it', zong Sinatra en dat zou het motto kunnen zijn van deze film.