Anarchistische vaardigheden

De Polen zijn een moeilijk regeerbaar volk, en dat zijn ze al duizend jaar. Nergens is dat wellicht zo duidelijk te zien als op 's lands wegen, want daar komt de aangeboren anarchie van de Pool het duidelijkst tot uitdrukking.

Reizen in Polen - althans, reizen per auto - is een drastische aanslag op het menselijk incasseringsvermogen. Om te beginnen heeft elke rechtgeaarde Pool er een hekel aan te worden ingehaald, en hoe kleiner zijn auto, hoe groter die hekel. Hij zal bij het naderen van een achterop komende auto - zeker als het er een van een Westers merk is - gas geven tot zijn eigen Fiat Polski met de snelheid van 120 kilometer per uur ook de explosiegrens bereikt. Pas als zijn zeepdoos werkelijk dreigt uiteen te spatten zal de Poolse patriot de strijd opgeven.

Daarnaast heeft de rechtgeaarde Pool een heftige hekel aan discipline. Het is de kern van zijn onregeerbaarheid: zijn vrijheid is hem heilig, en elke discipline is een aantasting van die vrijheid. En dus lappen miljoenen Polen elke dag weer zoveel mogelijk bepalingen ten aanzien van de veiligheid op de weg collectief aan hun laars. Snelwegen zijn er voor snelverkeer? Niet hier. Op de Poolse snelwegen, zoals op die tussen Warschau en Czestochowa, de mooiste snelweg die er is, kun je niet alleen motorrijders zonder helm tegenkomen, maar ook paard-en-wagens, tractoren met aanhangwagens vol mest en andere nuttige zaken, brommers en zelfs fietsers, en niet een paar, maar honderden. Lifters zijn al evenmin schaars: ze staan, om vooral niet over het hoofd te worden gezien, soms een goede halve meter binnen de witte streep die de weg scheidt van de vluchtstrook en ze zetten meestal hun kwaadste gezicht op, want dat het langsrazende verkeer niet even stopt gaat hun verstand te boven.

Een bijkomend gevaar voor de automobilist is het gebrek aan discipline bij het vervoer van roerende zaken. Men is er in Polen niet aan gewend de lading af te dekken: men kiepert de laadbak vol en gaat zijns weegs. Wie achter een vrachtwagen rijdt moet niet verbaasd zijn als van de berg kolen, de berg oud ijzer of de berg bouwmateriaal die voor hem wordt vervoerd het een en ander naar beneden komt. Dat er een rechtstreekse relatie bestaat tussen de hoeveelheid verloren materiaal en de kwaliteit van het wegdek spreekt vanzelf. Maar zelfs die mooie snelle snelweg van Warschau naar Czestochowa is bezaaid met bakstenen, fietswielen, lappen textiel en ander materiaal dat van vrachtwagens is gevallen en er zijn legio Polen die alleen al om die reden geen motor kopen: wie met een motor op zo'n verloren baksteen of een samengebonden pak oude kranten rijdt kan het verder wel vergeten, wie dat met een auto doet maakt ten minste nog een redelijke kans dat malheur te overleven.

Natuurlijk, er is politie, meer dan genoeg zelfs. Maar de politie is machteloos, want sinds 1985 zijn de boetes voor verkeersovertredingen niet meer verhoogd, ondanks de inflatie. Wie wordt betrapt betaalt 3000 zloty en mag zijn reis hervatten; 3000 zloty is omgerekend 64 cent, en dat is ook hier niet veel. Dat niet elke Pool altijd alle bepalingen overtreedt heeft dan ook niets van doen met de hoogte van de bekeuring, maar met het feit dat hij, als hij vijf keer per jaar wordt betrapt, opnieuw rij-examen moet doen.

Aldus is het grote geheim van autorijden in Polen gelegen in de vaardigheid niet te worden geraakt, noch door de auto van een mede-weggebruiker, noch door van laadbakken vallende stenen. Niet iedereen beschikt over die vaardigheid. Hij neme de trein, dat is goedkoper ook, zeker als hij geen kaartje koopt: een eerste klas treinkaartje van Warschau naar Poznan kost 21.000 zloty, de boete voor zwart rijden kost slechts 20.000 zloty, en de prijs voor het kaartje is over twee weken weer hoger, die van de boete blijft gelijk. Het wordt steeds goedkoper, treinen in Polen.