Aanplant populieren in Eindhoven begin van meer bos in Brabant

EINDHOVEN, 3 mei - Om de uitstoot van kooldioxide (CO2) in een stad als Eindhoven met bijna 200.000 inwoners te neutraliseren zou minimaal 16.500 hectare bos nodig zijn. De stelregel is immers dat 1 hectare bos de CO2-produktie van twaalf mensen opneemt. Daarom is de gisteren gepresenteerde aanplant in de lommerrijke omgeving van Eindhoven van 22 hectare populierenbos natuurlijk maar een druppel op een gloeiende plaat. 'Maar', zei de Brabantse gedeputeerde A. W. Brugman, 'het is begin van een hele goede ontwikkeling en een ondersteuning voor ons beleid, dat er al jaren op is gericht om in Brabant meer bos te krijgen. Dat een stad als Eindhoven deze beslissing heeft genomen, kan het begin zijn van een doorbraak.'

Het zogenoemde korte omloopbos, aangeplant op grond van de gemeente Eindhoven, is een initiatief van de in 1985 opgerichte Nationale Houtbank. Daarin nemen deel het Bureau voor tuin-en landschapsverzorging BTL in Vught, de verzekeringsmaatschappij Amev, de Koninklijke Nederlandse Papierfabrieken (KNP) en KNP-Vouwkarton. De bedoeling is de bomen 15 tot 25 jaar na aanplant te rooien en het hout te gebruiken als grondstof voor voornamelijk de papierindustrie. Maar volgens BTL-medewerker M. P. van der Heijden ziet de Houtbank het ook als haar taak de 'bosbouwaversie' in ons land om te buigen. Volgens Meerjarenplan bosbouw uit 1984 moet de binnenlandse houtproduktie drastisch worden uitgebreid. De zogenoemde zelfvoorzieningsgraad moet worden opgevoerd van 8 naar 25 procent, wat er op neerkomt dat minimaal 30.000 hectare nieuw bos moet worden aangeplant.

De Houtbank wil met grondeigenaren beheersovereenkomsten sluiten, op grond waarvan korte omloopbossen kunnen worden aangeplant. De grondeigenaren kunnen dan rekenen op een gemiddelde opbrengst per hectare per jaar van ongeveer 330 gulden, aldus luiden de schattingen van directeur H. Groenewegen. De ministeries van Landbouw en van Economische Zaken en de EG verlenen subsidies. De EG volgens de zogenoemde braakleggingsregeling voor boeren, die hun landbouwgrond uit produktie nemen. Met die subsidies samen kan de opbrengst per hectare oplopen tot 2200 gulden, aldus de Houtbank.

Recreatie

De Houtbank zegt de populierenbossen niet alleen nodig te hebben voor de houtproduktie. Ze zegt er ook de CO-vervuiling mee te willen tegengaan. Populieren zouden daarvoor bijzonder geschikt zijn. De bossen kunnen ook worden bestemd voor de recreatie. Omdat ze worden aangelegd op voedselrijke en vochtige plaatsen, zouden ze aantrekkelijk zijn voor kleefkruid, leverkruid en slanke sleutelbloem, nachtegaal, wielewaal, bosrietzanger en kleine karakiet.

In de buitengebieden van Eindhoven, te weten in de buurtschappen Bokt en Blixembosch, zijn nu twee van die bossen aangelegd. Tesamen hebben ze 8800 populieren van verschillende soorten, zoals de Zeeland, de Robusta, de Wolterson en de Boupre, een nieuw soort, dat men volgens kenners kan horen groeien. Volgens de Houtbank zal er een gespreide velling van de bossen plaatsvinden, zodat ze niet in een slag tegen de vlakte gaan en er nieuwe aanplant kan plaatshebben. De Houtbank heeft aldus 180 hectare bos uitstaan. Ze streeft er naar per jaar overeenkomsten aan te gaan voor 300 tot 400 hectare. In landbouwkringen zou toenemende belangstelling bestaan. Bij de natuurbescherming wordt verschillend gedacht over de korte omloopbossen. 'Het gevaar', zegt een woordvoerder van de in Utrecht gevestigde Bomenstichting, 'bestaat dat er hele andere landschapstypen ontstaan. Het gemengde loofbos biedt op de lange duur meer perspectieven.' Aanplant van populierenbossen in sommige delen van Noord-Nederland wordt kritisch bekeken omdat men ze wil planten op plekken waar ganzen zitten. Directeur A. B. Gijtenbeek van de stichting het Noordbrabants Landschap: 'Uit een oogpunt van natuurbeheer moet je bossen behouden. Dan heb je aan dit soort dus niet zoveel. Maar aangezien ze meestal worden geplant op grond waar de landbouw intensief werd bedreven met alle kwalijke gevolgen van dien is het in ieder geval een stuk beter. Een tijdelijk bos is bovendien nog altijd beter dan helemaal geen bos.'