Vervoerscoordinator gaat autogebruik van werknemers Schipholterugdringen

DEN HAAG, 2 mei - Hij is een van de eerste vervoerscoordinatoren van Nederland, ir. John Weebers, die deze week als hoofd van het Bureau Personenvervoer Schiphol met drie medewerkers een kantoor betrekt op Schiphol-Oost. Voornaamste doel: werknemers van de bedrijven op en bij de nationale luchthaven zover te krijgen dat zij zo min mogelijk met de auto naar hun werk reizen.

Schiphol is een van de voorlopig zeven gebieden in de Randstad die door het ministerie van verkeer en waterstaat zijn aangewezen als vestigingsplaats voor een 'vervoerscoordinatiecentrum', afgekort met VCC. De andere zes zijn Amsterdam Zuid-Oost, de Kop van Zuid en gebouw De Maas en omgeving in Rotterdam, het Bezuidenhout in Den Haag en de Jaarbeurs en De Uithof/Rijnsweerd in Utrecht.

Schiphol biedt van deze zeven de meeste werkgelegenheid. Bijna 40.000 mensen verdienen er hun dagelijks brood. Dat wil zeggen: als ze de file zijn doorgekomen en bij hun werk een parkeerplaats hebben weten te vinden. Ruim driekwart van de werknemers pendelt met de eigen auto.

Als bereikbaarheid een levensader is voor de luchthaven en aanpalende bedrijven, kunnen ze aan hun eigen groei ten onder gaan. In toenemende mate wordt de clientele in de weg gestaan door werknemers die met de auto - rijdend of stilstaand - de ruimte innemen.

Op Schiphol worden de problemen al op korte termijn groter. Zonder maatregelen dreigen ze omstreeks de eeuwwisseling onafzienbaar te worden.

Op dit moment nemen allerlei bouwactiviteiten parkeerruimte in beslag. De bouw van de B-pier, de vergroting van het NS-station, de verdubbeling van de spoortunnel, de verandering van de wegenstructuur en nog meer van zulke werkzaamheden zorgen ervoor dat nu zand ligt waar auto's stonden. In de loop van dit jaar moeten de werknemers daarom parkeerruimte inleveren ten gerieve van de zakelijke luchtreiziger.

Al die bouwactiviteiten leiden ook tot nieuwe parkeergarages, maar niet tot een oplossing van het capaciteitsprobleem die de groei van Schiphol zal veroorzaken. De luchthaven mikt erop in het jaar 2000 zijn activiteiten te hebben verdubbeld, om dan aan zo'n 80.000 mensen directe of indirecte werkgelegenheid te bieden.

Om de dagelijkse pendel die dat oplevert in goede banen te leiden, is de stichting opgericht die zich deze week vestigt in het Bureau Personenvervoer Schiphol. Morgen is een bijeenkomst belegd voor de bedrijven om de groeiende vervoersproblemen te bespreken.

Weebers is namens de directie Noord-Holland van Rijkswaterstaat als vervoerscoordinator aan de slag. Hij wordt geassisteerd door personeel dat is uitgeleend door openbaar-vervoerbedrijven. Met een begroting van 650.000 gulden per jaar, waarvan de eerste twee jaar 50 procent door Verkeer en Waterstaat wordt gesubsidieerd, moet het vervoerscoordinatiecentrum aan het werk. Verwacht wordt dat straks, wanneer de bedrijven volledig voor de kosten opdraaien, vier of vijf mensen permanent het bureau personenvervoer zullen bemannen.

Hoe wordt iemand vervoerscoordinator? Een opleiding daarvoor bestaat niet. Weebers denkt dat kennis van verkeer en vervoer nuttige bagage is, maar dat de nadruk valt op marketing. De vervoerscoordinator, ook wel transportmanager genoemd, onderhoudt contacten met gemeenten, provincies, de rijksoverheid, het openbaar vervoer, de toekomstige vervoerregio's en vooral met de betrokken bedrijven - op en rondom Schiphol zijn dat er in totaal zo'n 500, waaronder vele kleine.

Weebers, een tijdelijke vervoerscoordinator die straks terugkeert naar Rijkswaterstaat, heeft de afgelopen tijd gesprekken gevoerd met de acht grootste bedrijven: Schiphol, KLM, Martinair, Transavia, Fokker, Aero Ground Services, de Rijksluchtvaartdienst en de Douane. Samen zijn zij goed voor zo'n tachtig procent van de werkgelegenheid.

Dat overleg heeft Weebers de overtuiging gegeven dat een vervoerscoordinatiecentrum bij Schiphol levensvatbaar is. 'De meeste zijn bereid zich aan het VCC te committeren', zegt de vervoerscoordinator, 'ook financieel.'

Hij schat de kosten voor de bedrijven op jaarlijks twintig gulden per werknemer en volgens hem 'op zich een bescheiden post'.

Maar tegenover die kosten staan de baten van een betere bereikbaarheid en een mogelijke bezuiniging op te bouwen of te huren parkeeraccommodatie. Wie met een passer een cirkel rond Schiphol trekt om aan te geven waar de werknemers wonen, heeft de poten in de loop der jaren steeds wijder uit elkaar moeten zetten. Relatief wonen steeds minder Schipholwerkers in het naburige Amstelveen of Amsterdam, en steeds meer in verder gelegen plaatsen als Almere, Alphen aan den Rijn, Purmerend, Uithoorn en de Bollenstreek. Met die ontwikkeling heeft het openbaar vervoer lang geen gelijke tred gehouden.

In gesprekken met de bedrijven is Weebers duidelijk gemaakt dat veel personeelsleden klagen dat het openbaar vervoer niet is afgestemd op de behoefte. Inmiddels weet de vervoerscoordinator zich gesteund door een 'spitsbussenplan' van de samenwerkende openbaar-vervoerbedrijven. Alle gebieden waar meer dan vijftig Schipholmedewerkers wonen krijgen volgens dit plan een rechtstreekse busverbinding naar Schiphol-Oost, -Centrum en -Zuid.

De bedrijfsbussen van Fokker en KLM gaan op in dit spitsnet, waarmee deze maand een begin wordt gemaakt. Verder staat de uitbreiding van de Schiphollijn op stapel en wordt in 1993 via de zuidelijke tak van deze spoorlijn Schiphol vanuit Utrecht en het Gooi beter per trein bereikbaar.

Weebers zou het als een succes beschouwen als over een jaar dank zij de spitsbussen niet 4.000 personeelsleden, zoals nu, met het openbaar vervoer naar Schiphol komen, maar 5.000. 'Ik verwacht echt niet dat we 100 procent van de mensen in het collectief vervoer krijgen', zegt hij.

Een ander streefcijfer is om in 1995 het autogebruik in absolute zin ten opzichte van nu te hebben gestabiliseerd. Dat wil zeggen dat bij een dan gerealiseerde groei van Schiphol met 45 procent, het aantal autogebruikers terug moet van 80 naar 54 procent. Carpooling moet daaraan een belangrijke bijdrage leveren. In het Bureau Personenvervoer Schiphol wordt het geheel van vraag en aanbod op de carpoolmarkt geinventariseerd en bijgehouden. De carpooler die een passagier zoekt (of omgekeerd) kan dus daar terecht.

De ontwikkelingen rondom het reiskostenforfait, die fiscale voordelen voor reizigers in het openbaar vervoer en carpoolers zullen opleveren, zijn voor de vervoerscoordinator een steun in de rug. Maar Weebers hoopt ook de bedrijven zelf zover te krijgen dat ze hun reiskostenvergoedingen zo zullen aanpassen dat het autogebruik onaantrekkelijker wordt. 'Werkgevers moeten niet langer geld als woon-werkvergoeding geven, laat staan een lease-auto, maar vervoer in natura bieden.'

Vandaar dat contacten met ondernemingsraden en vakbonden voor de vervoerscoordinator van belang zijn. Juist vorige week pleitte FNV-voorzitter Stekelenburg ervoor dat de CAO-regelingen voor reiskostenvergoedingen zoveel mogelijk worden aangepast om het gebruik van collectief vervoer te bevorderen. Wat Weebers betreft valt dat onder de maatregelen die 'het auto-solisme minder aantrekkelijk moeten maken'.