Taboes frustreren aanpak minderheden

AMSTERDAM, 2 mei - In de gangen van het Amsterdamse stadhuis hangt een stencil waarop de ambtenaren hun afschuw uitspreken over de verkiezing van drie extreem-rechtse gemeenteraadsleden. Een loos gebaar, vindt J. Beerenhout, als aan een belangrijke oorzaak van de opkomst van extreem-rechts niets wordt gedaan: het falende minderhedenbeleid.

Beerenhout (49) is - vanaf zijn jeugd moslim - betrokken bij de komst en begeleiding van buitenlandse werknemers sinds die halverwege de jaren zestig als 'gastarbeider' naar Nederland kwamen of werden gehaald. Hij werkte achttien jaar in de Indische buurt, waar een op de drie Amsterdammers van buitenlandse afkomst is. Zich excuserend voor 'onvermijdelijke generalisaties' somt Beerenhout op wat er sinds de komst van de eerste groepen buitenlanders is misgegaan. 'Er is heel lang gezegd dat de komst van gastarbeiders naar Nederland tijdelijk was, en dat maakte het voor hen onnodig om Nederlands te leren. Maar toen vijftien, twintig jaar geleden het ongeschoolde werk waarvoor de gastarbeiders waren geworven ophield te bestaan, hebben we geen goed remigratieplan aangeboden. Evenmin hebben we gekeken of de schoonmakers en arbeiders misschien andere kwaliteiten hadden.

We gaven ze gewoon een uitkering. 'In plaats van remigratie hebben we juist de mogelijkheden voor gezinshereniging verbeterd, zonder eisen te stellen. We vonden dat iedereen in Nederland moest kunnen integreren met behoud van zijn eigen cultuur. Het was niet in de mode om te kijken of er aspecten in die cultuur waren die hier niet passen. Bovendien hebben we altijd nagelaten de nieuwkomers te vertellen wat nou de Nederlandse cultuur is. 'We zijn ervan uitgegaan dat men zelf wel in Nederland geinteresseerd zou zijn. Nou, dat is men niet. In de overtuiging dat zij ooit weer zullen vertrekken uit die samenleving met in hun ogen een aantal verderfelijke aspecten, heeft een groot deel van de buitenlanders ook geen moeite gedaan om te integereren. Op de uitnodigingen zich aan te sluiten bij buurt- en sportverenigingen zijn zij niet ingegaan. Integendeel, sommige Marokkaanse vaders blijven hun dochtertjes verbieden mee te gaan op schoolreisje. Vaders die na twintig jaar zelf nog altijd slecht Nederlands spreken. 'Ik heb vaak klachten gekregen dat ik alleen maar brieven in het Nederlands schrijf. Maar moet de overheid dan gaan corresponderen in het Turks? In de Indische buurt wonen zestig verschillende nationaliteiten! We moeten niet doen alsof dat zielige mensen zijn die geen Nederlands hoeven te kennen. Natuurlijk heb ik ook buitenlanders geholpen met het invullen van formulieren, maar ik vraag me nu af of dat niet tot gevolg heeft dat veel van hen nu nog steeds een beroep op mij of anderen moeten doen.' In stadswijken met een hoog percentage allochtonen groeit het ongeduld van de oorspronkelijke bewoners. 'Ik zie steeds meer mensen die zich al dan niet terecht aan buitenlanders storen en dat uiten in burenruzies of geweld', zegt opbouwwerker R. Hermans (36) in het Rotterdamse Bospolder-Tussendijken. 'Bij alles wat ik met bewoners doe, ook op momenten dat ik dat geheel niet verwacht, komt het onderwerp buitenlanders ter sprake.'

Hermans noemt als oorzaken niet de aanwezigheid van allochtonen maar het gebrek aan perspectief door de langdurige werkloosheid, de chaos in de wijk als gevolg van de in gang zijnde stadsvernieuwing en het gebrek aan voorzieningen. En dan wordt er een zondebok aangewezen.

Zoeken naar oplossingen blijkt een gevoelige zaak. Onlangs nog moest premier Lubbers zich in de Tweede Kamer verantwoorden voor zijn uitspraak dat migranten misschien moet worden verteld dat zij behalve rechten ook plichten hebben.

Opbouwwerker Hermans vindt dat mensen niet tot integratie kunnen worden gedwongen. In het verplicht stellen van lessen Nederlands ziet hij niets, alleen al niet omdat er nu al onvoldoende cursusplaatsen zijn voor immigranten die zich vrijwillig aanmelden. Taalproblemen spelen volgens hem bij de incidenten in zijn wijk ook geen grote rol. Wie zich ergert aan het op verkeerde tijden buiten zetten van een vuilniszak kan dat met goede wil ook zonder woorden duidelijk maken, zegt Hermans.

De opbouwwerker doet zijn best om vooroordelen in zijn wijk te bestrijden en begeleidt intussen tal van projecten om minderheidsgroepen te helpen. Maar veel ideeen stuiten op bureaucratie, zegt hij. Zo is een subsidieaanvraag voor zesduizend gulden voor een leeskring voor Marokkaanse jongeren na twee maanden nog altijd niet beantwoord. Hermans heeft zijn hoop gevestigd op de sociale vernieuwing.

Hulpmaatregelen voor uitsluitend enkele minderheidsgroepen verscherpen alleen nog maar de bestaande tegenstellingen, waarschuwt Beerenhout. 'Als je allemaal aan de onderkant van de samenleving zit, is het moeilijk te begrijpen waarom die ene minderheid extra cursussen krijgt en bijvoorbeeld niet in militaire dienst hoeft. Dergelijk voorrangsbeleid kweekt vreemdelingenhaat.' Wat voor maatregelen je ook voorstelt, vindt hij, de vrijblijvendheid moet er af. 'Een meedenkende welwillende overheid bestaat in Turkije en Marokko niet. Mijn Marokkaanse leerplichtambtenaar in de Indische buurt riep een vader die zijn dochter niet naar school liet gaan, toe dat hij hem het land zou uitzetten. Omdat als je met een redelijk verhaal komt over het belang van de dochter en zo, de vader had gedacht dat we gek waren. Men verwacht duidelijkheid van de overheid.' Beerenhout vindt dat de wachtlijsten voor taalonderwijs moeten verdwijnen en dat vervolgens van buitenlanders mag worden verwacht dat zij Nederlands kennen of leren. Hij verwijst naar Israel en Zweden, waar nieuwkomers direct na aankomst verplicht taallessen volgen.

Hij suggereert ook de leerplicht in plaats van aan leeftijd te binden aan niveau. Iedereen zou dan leerplichtig zijn tot hij een bepaalde basiskennis heeft. Zo kan worden voorkomen dat een kind dat op zijn veertiende in het kader van de gezinshereniging naar Nederland komt.

Het onderwijs in eigen taal en cultuur op school kan volgens de Amsterdammer worden afgeschaft. 'Als je werkelijk van Nederland een multiculturele samenleving wilt maken, moet je kinderen leren over elkaars cultuur. Wanneer je Nederlandse cultuur geeft aan Nederlandse kinderen, Turkse cultuur aan Turkse kinderen, en Marokkaanse cultuur aan Marokkaanse kinderen, bevorder je de totstandkoming van getto's.' De gevoeligheid van het onderwerp blijkt uit reacties op de opvattingen van Beerenhout. Bedrijven nodigen hem uit voor spreekbeurten. Afgelopen vrijdag heeft hij op uitnodiging de Tweede Kamercommissie van onderwijs geinformeerd. Hij wordt lid van de staatscommissie sociale vernieuwing op verzoek van voorzitter J. Schaefer. Maar onder collega-ambtenaren in het welzijnswerk is hij niet populair. De gemeente Amsterdam heeft Beerenhout, toen hij door de invoering van de deelgemeenten uit de Indische buurt weg moest, niet op de afdeling minderheden geplaatst. Hij zit tegenwoordig als beleidsmedewerker bij de afdeling bestuurscontacten in een kamertje ergens op de derde verdieping van het stadhuis. Daar rinkelde de afgelopen dagen wel voortdurend de telefoon. Uitnodigingen voor festiviteiten ter gelegenheid van het einde van de vastenmaand, van Marokkaanse en Turkse vrienden.