Subsidiestop Stichting Vertalingen 'blamage'

AMSTERDAM, 2 mei - De Stichting voor Vertalingen vindt het besluit van het ministerie van WVC de subsidiering van haar werkzaamheden stop te zetten een 'blamage voor het internationale cultuurbeleid van ons land'.

Het bestuur van de stichting stelt dat de beslissing van minister d'Ancona voornamelijk wordt ingegeven door aanvechtbare bedrijfseconomische overwegingen. Als de minister niet op haar beslissing terugkomt werkt zij, aldus de stichting, mee aan een 'grootscheepse vernietiging van kapitaal en goodwill na een culturele investering van meer dan 35 jaar.' Minister d'Ancona van WVC heeft de Stichting gisteren in een brief laten weten dat zij de subsidiering met ingang van 1 januari 1991 wil beeindigen. Aanleiding voor dit besluit is de weigering van de Belgische regering nog langer aan de werkzaamheden van de in Amsterdam gevestigde instelling mee te betalen. Daarnaast speelde een rol dat de stichting er niet in geslaagd is nieuwe tekorten weg te werken. Een accountantsonderzoek heeft aangetoond dat er voor een sluitend exploitatie jaarlijks vier ton extra nodig zou zijn.

De Stichting voor Vertalingen constateert dat minister d'Ancona met haar besluit 'een breuk' heeft veroorzaakt in het huidige beleid. Nog zeer onlangs is met het ministerie over de toekomst van de stichting overlegd en bij die gelegenheid zouden zich, aldus het bestuur, gunstige perspectieven hebben afgetekend. De Nederlandse uitgeversbond (KNUB) heeft de minister naar aanleiding van haar besluit om spoedoverleg gevraagd. De KNUB voelt zich 'overvallen', te meer omdat in de brief van de minsister 'geen enkele opening naar de toekomst' wordt geboden. De uitgevers kunnen zich niet voorstellen dat de minister haar beleid ter bevordering van vertalingen van Nederlands letterkundig werk nu zo abrupt zou beeindigen.

Ook de Vereniging van Letterkundigen is verbaasd over de plotselinge stopzetting van het subsidie. Voorzitter H. Verdaasdonk wil in ieder geval inzicht hebben in het accountantsrapport dat aan de beslissing ten grondslag ligt: 'Laat de minister haar besluit maar onderbouwen.'

Hij wijst erop dat de klachten van de Belgen zo langzamerhand 'een chronisch karakter' hadden en dat het daarom meer voor de hand had gelegen een andere vorm van subsidiering te kiezen. Verdaasdonk wil niet uitsluiten dat de uitgevers nu taken van de SvV moeten overnemen. In de standaardcontracten tussen auteurs en uitgevers, zoals de KNUB die hanteert, heeft de uitgever ook nu al tot taak de verkoop van het werk aan het buitenland te bevorderen. Verdaasdonk: 'Dat is ook logisch, hij heeft de professionele know-how en de contacten.'

Uitgevers zouden die promotie nu gezamenlijk ter hand kunnen nemen.

Verdaasdonks suggestie wordt op dit moment door de uitgevers nog krachtig bestreden. KNUB-secretaris Robbert Vrij stelt dat het bevorderen van vertalingen primair een taak is voor WVC. 'Het gaat hier om de algemene bekendheid van de Nederlandse literatuur in het buitenland. Er is een letterenbeleid, en er is een beleid voor vertalingen. Daar is de KNUB niet voor. Daar hebben we het geld niet voor.'