Opec pleit voor vermindering olieproduktie

GENEVE, 2 mei - Met een intentieverklaring om de produktie te verminderen met rond 1 miljoen vaten per dag in mei en juni - een tijdelijke maatregel - hopen de dertien olie-exporterende landen binnen het Opec-kartel de markt 'een signaal' te geven om de kelderende prijs voor een vat olie tot staan te brengen. Sinds eind maart is de prijs van een vat op de wereldmarkt gedaald tot drie dollar onder de richtprijs, een gemiddelde van zeven ruwe oliesoorten, vastgesteld op 18 dollar. Vergeleken met de kortstondige piek van 22 dollar per vat van begin dit jaar is de prijs zelfs gezakt met ruim een kwart.

Aan de vooravond van een spoedzitting van het marktcomite vandaag, dat toeziet op naleving van het afgesproken produktietotaal, de onderlinge quota, en op handhaving van de richtprijs, zei Opec-voorzitter Sadek Boussena, de Algerijnse olieminister, dat een vermindering van 1 tot 1,5 miljoen vaten per dag nodig is.

Dit komt neer op ruim 5 procent van het in november vorig jaar afgesproken plafond van 22 miljoen vaten per dag. Algemeen nemen kenners aan dat een reele vermindering over de hele linie van 5 procent niet haalbaar is. Produktiediscipline is in het kartel ver te zoeken. Samen produceren de dertien nu tussen de 23,5 en 24 miljoen vaten per dag.

De vraag is of de drie 'dissidente' leden, Saoedie-Arabie, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, die alle drie sterk overproduceren, de rest van het kartel meekrijgen met hun eenzijdige, onder druk van de omstandigheden 'vrijwillige' produktievermindering van 5 procent. Volgens de gezaghebbende Middle East Economic Survey (MEES) zouden na spoedberaad in Jeddah vorige maand de drie samen een produktievermindering van 500.000 vaten per dag zijn overeengekomen.

Van Saoedie-Arabie, met een aandeel van 24,5 procent van de produktie nog steeds de grootste producent, is bekend dat het 600.000 vaten meer per dag uit de grond pompt dan de toegestane 5,4 miljoen. Ook andere leden, zij het in mindere mate, maken zich schuldig aan overproduktie, waaronder Nigeria, Venezuela en Libie. Terwijl de meeste Opec-leden met hun quota sjoemelen, halen opmerkelijk genoeg Iran en Irak geen van beide de toegewezen produktiequota. Deze landen eisen dan ook een grotere opofferingsgezindheid van de overigeleden, een operatie die een marktverkenner vergeleek met 'snijden in eigen vlees'. De secretaris-generaal van de Opec, de Indonesier Soebroto, zei gisteren dat niet zal worden getornd aan het produktievolume voor de eerste helft van dit jaar van 22 miljoen vaten per dag. Ook nieuwe afspraken over quota en over de richtprijs van 18 dollar per vat verwacht hij niet. Daarover zal de met een maand, tot eind juni uitgestelde jaarvergadering knopen moeten doorhakken.

Wel zullen de dertien, mits zij vandaag een beginselakkoord bereiken over tijdelijke produktiebeperking, een aanzet geven voor nieuwe afspraken eind juni.