Museum Overholland sluit deuren

AMSTERDAM, 2 mei - Museum Overholland in Amsterdam zal op 30 juli worden opgeheven. Dat blijkt uit een open brief aan het college van B en W van Amsterdam, die de museumdirectie vandaag heeft verzonden. Een andere plaats van vestiging wordt niet overwogen.

Het museum is verbolgen over het feit dat de gemeente eerder gedane toezeggingen over de inrichting van de directe omgeving van het Museumplein niet is nagekomen. In plaats van een wandelgebied, dat volgens een persbericht van de gemeente uit 1986 rondom de drie musea - het Stedelijk Museum, Rijksmuseum Vincent van Gogh en Museum Overholland - zou worden aangelegd, is er voor verschillende manifestaties gedurende langere tijd een 'tenten-, woonwagen- annex caravankamp met toiletwagens en verder keetmateriaal' vlak voor de museumingang geplaatst. Het meest recente voorbeeld is het nu ingerichte 'Van Gogh Village', waartegen het museum vergeefs een kort geding en vervolgens een Arob-procedure heeft aangespannen. Aan het toegezegde wandelgebied is 'nimmer serieuze aandacht' besteed, stelt Overholland. 'Van gemeentewege is volstaan met het deponeren van een aantal betonblokken in de straat voor ons museum', aldus de open brief.

Het particuliere Museum Overholland, opgericht in februari 1987 door de zakenman C. Braun en gespecialiseerd in werken op papier, heeft in zijn drie-jarige bestaan in totaal zestien tentoonstellingen gebracht met werken van vooraanstaande, voornamelijk buitenlandse kunstenaars. Aanvankelijk verwachtte men jaarlijks 20.000 bezoekers. Dit aantal werd ruimschoots overschreden. Zo'n vijftig- tot zestigduizend mensen bleken bereid een relatief hoge toegangsprijs van eerst fl.6,50 en later fl.8,50 te betalen. Van de museumjaarkaart kon geen gebruik worden gemaakt.

Directeur Wim Beeren van het Stedelijk Museum in Amsterdam betreurt de opheffing van het particuliere Museum Overholland, dat op 30 juli, na afloop van de tentoonstelling Black USA, zijn deuren zal sluiten. 'Ik heb veel waardering voor de programmering die er tot nu toe is geweest en ik zou het jammer vinden als de sluiting inderdaad doorgaat.' De directeur van het Rijksmuseum, H.van Os, vindt het 'jammer dat een prive-initiatief gedemoraliseerd wordt.'

Het Museumplein 'verliest aan karakter', aldus Van Os. Volgens een woordvoerder van de gemeente Amsterdam zou men opheffing van het museum 'uitermate betreuren'.

Het museum zou toleranter moeten zijn ten opzichte van 'zijn buren' met betrekking tot het Village Van Gogh. Bij de gemeente heeft Museum Overholland de afgelopen jaren diverse malen protest aangetekend tegen de 'langdurige circusachtige toestanden die de toegankelijkheid van het museum en de voor het bezoek vereiste sfeer van rust belemmeren'.

De gemeente zegde schriftelijk in 1987 het volgende toe: 'Aan manifestaties pal voor uw museum die het aanzien schaden, dan wel het uitzicht op uw museum sterk belemmeren, zullen wij in beginsel geen medewerking meer verlenen. Wij stellen ons voor dat indien een manifestatie in de directe omgeving van uw museum is gepland, hierover eerst in contact met u te treden, alvorens daarover beslissingen worden genomen.' Van contact is echter geen sprake geweest bij de gemeentelijke beslissing deze zomer het zogenaamde Van Gogh Village op te richten op het Museumplein. Dit winkeldorp is een initatief van de sponsors van de manifestatie waarmee in Amsterdam en Otterloo dit jaar de honderdste sterfdag van Vincent van Gogh wordt herdacht. Op een schriftelijk bezwaar van Museum Overholland daartegen, in februari van dit jaar, verwees de gemeente het museum naar de Stadsdeelraad Zuid, die, zoals later bleek, pas op 1 mei geinstalleerd zou worden. Museumdirecteur Beeren daarentegen toonde eerder wel begrip voor de plaatsing van het Van Gogh Village, omdat het Rijksmuseum Vincent van Gogh onmogelijk zelf de catering voor de vierduizend dagelijkse bezoekers kan verzorgen. In een kort geding bij de Amsterdamse rechtbank probeerde Museum Overholland in maart dit jaar vergeefs 'de voortgaande aantasting van de omgeving' te verhinderen. Met het oog op de tentoonstelling Black USA - het werk van acht zwarte, Amerikaanse kunstenaars, van wie de meesten niet eerder in Europa exposeerden - vond men dat tentoonstelling en bezoekers schade ondervonden van het Van Gogh Village. Bereikbaarheid en zicht op het museum zouden worden geschaad. Overholland heeft inmiddels hoger beroep aangetekend.

Volgens de gemeentelijke woordvoerder vanochtend is er voldoende ruimte tussen het museum en het Village Van Gogh. De straat is afgesloten 'en dus wandelgebied'.

Verder blijkt dat bij de zomertentoonstelling van Cezanne, in 1988, het museum geen toestemming kreeg om in de directe omgeving 25 'posterdriehoeken' te plaatsen. 'Wij voelen er niets voor om de reclame van uw sponsors te betalen en van de Gemeente Amsterdam is voor uw initiatief geen enkele bijdrage te verwachten', aldus de gemeente toen. In 1986 had burgemeester Van Thijn echter verklaard: 'Voorts zal worden toegestaan, zonder heffing van precario, het museum voor het publiek herkenbaar als zodanig te afficheren, op geschikte plaatsen in de omgeving van het museum'. Tenslotte moest Museum Overholland onlangs 'bij toeval horen' dat er een kroonberoep aanhangig was gemaakt tegen de bestemming van het perceel Museumplein 4, de locatie van het museum. De toenmalige wethouder Etty liet bij navraag weten dat het museum de behartiging van zijn belangen 'met gerust hart' kon overlaten aan de gemeente. Later bleek, volgens de brief, dat de gemeente aan de Kroon niet de juiste informatie op esentiele punten in deze procedure had verschaft.

Citaten uit de open brief van 2 mei van Museum Overholland aan B en W van Amsterdam: Wij hebben u van het begin af aan zonder voorbehoud verklaard, dat de Gemeente Amsterdam van Museum Overholland geen enkel beroep op financiele steun te duchten had. Dit beginsel heeft aan uw enthousiasme over de vestiging van ons museum in Amsterdam niet in geringe mate bijgedragen [... ]De ter gelegenheid van de opening [van Overholland] door de Gemeente geplaatste vlaggen werden verwijderd om plaats te maken voor een tenten-, woonwagen- annex caravankamp met toiletwagens en verder keetmateriaal, in eerste instantie behorend bij het Vrouwencircus en vervolgens bij de piramide van het Sirkel Theater.[... ] zonder enig overleg met ons gaf u het groene licht voor het Van Gogh Village dat voor ons museum is gesitueerd en geheel beantwoordt aan wat men zich bij een circusachtige manifestatie met alle ongerief vandien voor de omgeving voorstelt.

Het is evident dat het belang van Museum Overholland bij de gemeentelijke besluitvorming het loodje heeft gelegd ten opzichte van de belangen van de sponsors van de Van Gogh-tentoonstelling.

Wij hebben besloten thans een einde te maken aan een situatie waarin door toedoen van de Gemeente Amsterdam ons museum niet kan functioneren op een wijze die recht doet aan de opzet, aan de kunstenaars en aan de bezoekers. Wij kunnen als particulier museum de Gemeente Amsterdam niet dwingen ons museum naar waarde te schatten en dienovereenkomstig met Museum Overholland om te gaan. De consequentie van de opstelling van de Gemeente Amsterdam betekent dat de tentoonstelling 'Black USA' tevens de laatste tentoonstelling in Museum Overholland is.