EZ verwacht dat Wir-strop meevalt

DEN HAAG, 2 mei - Minister Andriessen van economische zaken is het eens met de werkgevers dat de tegenvallende WIR-uitgaven waarschijnlijk lager zullen zijn dan de eerder geraamde 5,9 miljard. Dit bleek gisteren tijdens het debat in de Eerste Kamer over de begroting van Economische Zaken.

Volgens de minister gaat het om 'enkele miljarden, mogelijk zo'n drie miljard', maar zijn definitieve oordeel wil hij opschorten tot nader onderzoek naar de cijfers is afgerond. Afhankelijk van het uiteindelijke bedrag zal worden besloten via welke maatregelen de werkgevers voor de tegenvallers moeten betalen. Andriessen waarschuwde echter dat de werkelijke kosten van de WIR pas tegen het jaar 2000 bekend zullen zijn.

Het ministerie van economische zaken werkt op het moment aan een wet die het de overheid mogelijk maakt WIR-claims van 20.000 gulden of meer in termijnen uit te betalen. Door de tegenvaller over een aantal jaren uit te smeren, drukken de kosten minder zwaar op de rijksbegroting.

De werkgevers stelden deze regeling vorige week voor tijdens een overleg met minister Andriessen. Zij hopen met de regeling te voorkomen dat de bedrijven alsnog worden aangeslagen voor de extra kosten die de WIR met zich meebrengt.

Maar minister Kok van financien heeft vanochtend nog eens herhaald dat de spreiding van de kosten niet betekent dat de werkgevers de tegenvaller niet hoeven te vergoeden. Op de begroting is 1,7 miljard gulden als extra WIR-uitgaven ingeboekt. Alles wat de overheid meer aan investeringspremies kwijt zal zijn, zal op de werkgevers worden verhaald, aldus Kok.