De verwarrende strategie van het kankerfonds SKK

Op het vermogen van de Stichting Kindergeneeskundig Kankeronderzoek (SKK) is onlangs beslag gelegd door een schenkster. Zij vraagt circa 650.000 gulden terug en heeft de SKK gedagvaard. Ze verwijt de stichting dat haar gift uit 1979 niet is uitgegeven aan apparatuur maar is belegd. De verwarrende strategie van een charitatief fonds.

AMSTERDAM, 2 mei - 'Heren, u begrijpt niets van financieren.' Prof. dr. P. A. Voute, hoofd van de afdeling kinderoncologie in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, tevens voorzitter van de Stichting Kindergeneeskundig Kankeronderzoek, is kwaad.

Aanleiding is de vraag waarom dit liefdadigheidsfonds niet binnenkort begint aan een beenmergproject van vijf jaar waarop naar zijn zeggen 'kinderen liggen te wachten' en dat een miljoen gulden moet kosten, een van 'de ongeveer twintig onderzoeken' die hij dringend noodzakelijk vindt. De SKK heeft toch een vermogen van 4,3 miljoen gulden dat jaarlijks vier ton aan rente oplevert? 'Nu heb ik geld, ja, maar moet ik het dan direct over de balk smijten?', zegt Voute, voorzitter van de Europese vereniging van kinderoncologen.

Als geen ander vraagt hij al jaren aandacht voor de financiele nood bij de bestrijding van kinderkanker en zamelt hij geld in voor de SKK, door onder meer de marathon van New York te lopen en rond het IJsselmeer te fietsen. Tegelijkertijd blijkt de vooraanstaande arts, de enige kinderoncoloog met een liefdadigheidsfonds, zuinig om te gaan met de ontvangen schenkingen: tussen 1986 en 1990 is het vermogen van de SKK verdubbeld en daarvan is - met directe aanwending van gerichte giften - de laatste jaren minder dan tien procent uitgegeven aan wetenschappelijke projecten, voornamelijk promotie-onderzoeken of studies van naaste medewerkers. 'Dat lijkt me nogal weinig. Ik zet hier vraagtekens bij', zegt directeur M. J. Wester van het Centraal Bureau Fondsenwerving, een door WVC gesubsidideerd controle-orgaan dat gemeenten en bedrijven adviseert over de betrouwbaarheid van charitatieve instellingen. Uitgangspunt van dit bureau is dat ten minste 75 procent van de jaarlijkse inkomsten ten goede moet komen aan het beoogde doel, zoals bij de Nederlandse Kankerbestrijding (voorheen KWF), die ongeveer tachtig procent uitgeeft aan onderzoek.

Het Centraal Bureau Fondsenwerving heeft het SKK-bestuur eind vorig jaar 'bij herhaling' opening van zaken gevraagd, maar SKK-secretaris mr. W. H. C. Boellaard vond dat niet zinvol 'omdat onze stichting geen actief wervende instantie is'.

Het Bureau probeert nu op andere wijze de jaarstukken van de SKK te verkrijgen. Wester: 'Als ons gegevens worden geweigerd, moeten we negatief adviseren over een instelling'.

Actieradius

Wie de jaarrekeningen van de SKK, die het bestuur als vertrouwelijk beschouwt, doorbladert, leest een doelstelling die al sinds de oprichting in 1975 in het voormalige Emma-kinderziekenhuis geldt: 'Het stimuleren van de behandeling van, de studie naar en het wetenschappelijk onderzoek naar de bestrijding van kindertumoren'. De SKK-bestuursleden beoordelen de actieradius van hun stichting verschillend. Penningmeester A. van Marken, directielid bij Pierson, Heldring en Pierson, de beheerder van het vrijwel geheel belegde vermogen, schat het aantal projecten van de SKK op veertien. 'Ik vind tien a veertien projecten weinig, omdat ik graag meer zou willen doen', meent bestuurslid en notaris J. W. Groen, tot eind vorig jaar voorzitter van de Koninklijke Notariele Broederschap. 'Er komen misschien wel te weinig aanmeldingen. Mogelijk ligt dat aan de geringe bekendheid van onze stichting.' Voorzitter Voute laat weten dat inmiddels zeven projecten of 'subsidieposten' zijn afgerond en dat er nu nog zeven bestaan, die 'als regel vijf jaren zullen doorlopen'.

Ook zijn er enkele projecten 'in het stadium van voorbereiding'. Voute licht daarbij toe dat het SKK-kapitaal van 4,3 miljoen gulden eigenlijk nog te gering is: 'Dit alles betekent dat bij een huidig vermogen van de SKK reeds nagenoeg drie miljoen gulden naar wijze van besteding definitief is vastgelegd, terwijl voor ongeveer 1,8 miljoen gulden zeer reele bestedingsmogelijkheden in het vooruitzicht liggen'.

Dergelijke verplichtingen komen echter niet voor in de financiele jaarstukken van de stichting.

Basisvermogen

Een door het AMC verstrekt overzicht vermeldt een uitgave van 350.000 gulden over 1989 en zes lopende SKK-projecten: twee kortlopende subsidies en vier projecten waarvoor gerichte schenkingen of bijdragen binnenkomen bij de SKK. De projecten behelzen twee studies van drie jaar en twee langjarige registraties om het effect van behandelingen op patienten te meten.

In de jaarverslagen aan (aspirant)gevers profileert voorzitter Voute de SKK als een actieve stichting die dringend om geld verlegen zit. In het jaarverslag 1986, wanneer het vermogen van 2,3 naar 2,6 miljoen gulden groeit, schrijft hij over een specifiek project: 'De stichting zal moeten trachten voor het ontbrekende bedrag in de komende jaren ongeveer 45.000 gulden per jaar bijeen te brengen'. En verderop: 'Vele andere projecten zou de stichting willen gaan steunen, doch zij ziet daar nu geen mogelijkheden toe'.

Een terugkerende frase in de afgelopen jaren is: 'Een actief fondsenwervend beleid zal moeten worden gevoerd'. In deze jaarverslagen en in een recente SKK-folder laat de stichting onvermeld dat de meeste, vrij te besteden giften worden belegd waardoor een 'opgepot' vermogen - van inmiddels 4,3 miljoen gulden - is gevormd. Worden gevers hiermee niet op een verkeerd spoor gezet? 'Achteraf kan ik dan zeggen dat wij kennelijk te weinig aan public relations hebben gedaan', zegt penningmeester Van Marken.

In een notitie aan deze krant schrijft hij: 'Het beleid van het bestuur is er in toenemende mate op gericht geweest een basisvermogen op te bouwen dat als buffer dient om SKK in staat te stellen financiele toezeggingen te doen terzake van langlopende projecten'.

Tot nu toe is slechts een project van de rente van de buffer gedraaid: een leukemie-onderzoek bij het Centraal Laboratorium voor de Bloedtransfusie van het Rode Kruis (CLB), dat tussen 1985 en 1989 jaarlijks een ton kostte, de helft van de rente. Het vervolgproject is uitgesteld.

Voorts dient de buffer, schrijft Van Marken, 'om een rendement op te leveren ter dekking van lopende kosten (beheersvergoeding voor de vermogensbeheerder, kosten van administratie/ boekhouding, accountantskosten, bewaarloon enz.) en waar nodig ter aanvulling van financiele toezeggingen'. De administratieve kosten, grotendeels voor de effectenportefeuille bij Pierson Capital Management, bedroegen in 1988 zo'n 30.000 gulden. Een bestuursbesluit over de invoering van een buffer als tweede doelstelling van de SKK kan Van Marken niet vinden: 'Kennelijk leggen we niet alles vast'.

Zo zijn ook geen afspraken gemaakt over de omvang van de buffer. 'We willen drie a vier miljoen', zegt Van Marken.

Gangmaker

Van Marken ziet zichzelf als de 'gangmaker' voor het vormen van de buffer. 'Wij moeten eerst een reserve opbouwen voor de komende jaren om de financiering van projecten tot het eind toe te garanderen', onderstreept Voute. 'Ik heb zelf wel eens in een vergadering gezegd: moeten we niet wat meer in aandelen doen?' Weten de gevers dat hun geld belandt in de effectenportefeuille bij Pierson? 'Ik ben er zeker van dat gevers weten dat wij hun geld tijdelijk beleggen', zegt Voute. 'Ze zouden geen cent meer geven als ik het geld in een bureaula leg. Ik zeg tegen hen dat ik van 10, 25 of 100 gulden geen project kan betalen en dat ik hun geld verzamel totdat er voldoende is.' Directeur Wester van het Centraal Bureau Fondsenwerving kent meer liefdadigheidsfondsen die oppotten, maar die melden dat dan als beleid. In zijn ogen moet een fonds zo weinig mogelijk oppotten en wanneer dit toch gebeurt, dat in het jaarverslag aangeven. 'Daarbij moet ook worden beschreven wat er met de reserves gaat gebeuren: gaat men tot in eeuwigheid door met reserves vormen of dient het ergens voor? Degene die doorgaans het kapitaal vormt, wil almaar meer en meer. Dat zal de donateurs niet erg aanspreken.' Wester voegt eraan toe dat in zijn algemeenheid bestuursleden geen persoonlijk belang moeten hebben bij het werk van een stichting. 'We zien liever geen penningmeester die tevens bankier is.'

    • Harm van den Berg
    • Robert van Deroer