De Benedetti als schipbreukeling

De rechtspraak in de VS begint steeds meer op een loterij te lijken. De nieuwste manier om slapende rijk te worden is het nemen van een aandeel in een rechtsgeding. Vorige maand kregen 44 beleggers een flink aandeel in de winkelteken Computer Land toegewezen. Dat betekent, schrijft het tweewekelijks verschijnende Amerikaanse blad Forbes, dat zij na een gezamenlijke investering van vier miljoen dollar in 1981 nu een bedrag van 63 miljoen dollar krijgen uitgekeerd. Om dit te bereiken hadden de 44 eisers zich aaneengesloten in het consortium Micro Vest, een papieren onderneming, opgericht door een voormalige marketing-directeur van Computer Land. Deze eiste met succes dat een promesse van 250.000 dollar zou worden omgezet in een aandeel van twintig procent in Computer Land. Onder andere als gevolg van deze juridische ontwikkeling ontstaan er nu financiele instellingen die zich specialiseren in het cooperatief aanspannen van rechtsgedingen.

Toch, zo schrijft het blad, is het nog niet alles goud wat er blinkt want het Angel-Saksische rechtssysteem verbiedt dit soort praktijken al sinds de Middeleeuwen, ook al is de jurisprudentie dan niet helemaal up to date. Afgezien daarvan zijn er ook al rechters die deze eisen niet toewijzen omdat zij in strijd zijn met het algemeen belang. Dat neemt niet weg dat de methode snel bekend wordt in alle delen van de VS. Zo zijn eisers tegen Inland Health Care Inc. in Californie op zoek naar dokters die samen 400.000 dollar bijeen kunnen brengen. Hun klacht zal zijn dat zij niet delen in de winst na de privatisering van de gezondheidsinstellingen waar zij voor werkten.

The Economist

Toen Carlo de Benedetti in 1986 giste dat veel mensen hem graag op zijn gezicht zouden zien vallen, kon hij niet vermoeden hoezeer hij het hun naar de zin zou maken. Het Britse weekblad The Economist beschrijft hoe de ambitieuze plannen van De Benedetti stuk voor stuk schipbreuk leden. Midden de jaren tachtig was hij volgens het blad Europa's meest visionaire ondernemer. Lang voor het in de mode kwam bepleitte hij het ontstaan van een Europese thuismarkt in antwoord op de Japanse en Amerikaanse uitdagingen. Ook was hij een van de eerste Europese grootindustrielen die in Oost-Europa investeerde.

Toen hij echter zijn visioenen in daden omzette ging het mis. De samenwerking tussen Olivetti en AT en T liep op niets uit en het bod op de Belgische Societe General leverde uiteindelijk niet meer op dan een aandeel van vijftien procent in combinatie met een bestuurszetel. Verder mislukte nog zijn voornemen om de voedselonderneming Buitoni en de uitgever Mondadori uit te bouwen tot bedrijven van Europees formaat.

Maar zijn grootste uitdaging blijft volgens The Economist Olivetti, producent van kleine computers, met 108.000 mensen in dienst en een omzet van twaalf miljard dollar per jaar. De winsten van de onderneming dalen al twee jaar achter elkaar, vorig jaar zelfs met 45 procent. The Economist meent echter dat De Benedetti opnieuw een belangrjke rol kan spelen in Europa zodra hij zijn belangen in Mondadori en de Societe General van de hand heeft gedaan.

The Japan Economic Journal

Nu de emigratie vanuit Hongkong toeneemt en westerse investeringen uitblijven voelt Hongkong zich vooral aangewezen op hulp uit Japan. Anders dan hun westerse collega's voelen Japanse ondernemers zich nauwelijks gehinderd door de situatie in Rood-China. Tweederde deel van de Japanse fabrikanten in Hongkong, schrijft The Japan Economic Journal, denkt de zaken ongestoord te kunnen voortzetten als de Chinezen het in 1997 voor het zeggen krijgen in Hongkong. Bovendien groeit het aantal vestigingen van Japanse banken en warenhuizen met de dag. De banken beschikken over achttien procent van alle deposito's in Hongkong en de Japanse detailhandel heeft een aandeel van veertig procent van de warenhuismarkt in handen. De warenhuisketen Yaohan heeft onlangs zelfs het hoofdkwartier overgeplaatst naar Hongkong om een betere uitgangspositie te verkrijgen voor de verovering van de Chinese markt.

Het blad wijst er overigens wel op dat de Japanse ondernemingen die zich nu in Hongkong vestigen voornamelijk behoren tot de sector dienstverlening in ruime zin. Zij kunnen zich beperken tot een minimum aan investeringen en kunnen dus ook snel weer vertrekken als de situatie onverhoopt toch verslechtert.

Hoe het ook zij, het Japanse bedrijfsleven vult in zekere zin de gaten op die ontstaan door het vertrek van Britse ondernemingen. Zo heeft de elektronica-onderneming Dai-Ichi onlangs het Hongkong-Chinese elektronica-conglomeraat First Pacific Group overgenomen en schafte de scheepvaartonderneming Mitsui Lines voor vier miljard yen een Hongkongs warenhuis aan. Inclusief de niet-industriele sectoren had het Japanse bedrijfsleven in 1988 al tien miljard dollar geinvesteerd in de Britse Kroonkolonie.