Camorra in Italie voert campagne met kogels

ROME, 2 mei - De pantoffelparade in de hoofdstraat van Casalnuovo was volop aan de gang, en Vincenzo Agrillo maakte van de gelegenheid gebruik om wandelaars en winkeliers de hand te schudden. Als kandidaat in de lokale verkiezingen van zondag wilde hij alle tijd gebruiken die zijn aannemingsbedrijfje hem liet om de kiezers kennis te laten maken met dit nieuwe gezicht in de plaatselijke politiek.

Ineens stopte een auto met drie mannen erin naast hem. Een van hen sprong eruit, schoot vier kogels in de kandidaat en ging er toen vandoor in de auto. De 47-jarige Agrillo, nummer twee op de lijst van de kleine sociaal-democratische partij, overleed ter plaatse. De politie in dit dorpje op een paar kilometer van Napels dacht meteen aan een nieuwe aanslag op politici door de camorra, de Napolitaanse versie van de mafia. De laatste twijfel hierover verdween toen de getuigen werden ondervraagd. Niemand had het goed gezien, iedereen was bang. Het enige waarover de getuigen het eens waren was dat de moordenaar vlak voordat hij schoot had geroepen: 'Je hebt het zeker niet begrepen.' Wat de getuigen heel goed begrepen en wat Agrillo waarschijnlijk niet had willen begrijpen is dat de camorra op veel plaatsen in Napels en omgeving de dienst uitmaakt, en wie dat niet horen wil moet maar voelen. Omdat er bij de verkiezingen veel voor haar op het spel staat voert ook de georganiseerde misdaad campagne in Zuid-Italie, maar dan met dreigbrieven, anonieme telefoontjes, en als laatste pressiemiddel de kogel.

Agrillo was de achtste politicus die is doodgeschoten in de aanloop naar de verkiezingen. In een geval kwamen de moordenaars zelfs naar het ziekenhuis waar hun slachtoffer was opgenomen nadat de eerste aanslag slechts gedeeltelijk was gelukt. Wie nog zou twijfelen aan de banden van de mafia en de camorra met politici hoeft maar te kijken naar wat er de afgelopen twee maanden in de dorpen en steden van Zuid-Italie is gebeurd. 'Mafia en Camorra nemen niet alleen deel aan de politiek, ze zijn de politiek', schreef commentator Giorgio Bocca. Politici met wie een oude rekening moest worden vereffend, of die juist dreigden te lastig te worden, hebben de camorra achter zich aan gekregen. Bij de opstelling van de kieslijsten is sommige mensen 'geadviseerd' zich niet kandidaat te stellen. Sommige lokale afdelingen presenteren kandidaten met een geur van mafia om zich heen. Er zijn dorpen waar het aantal kandidaten precies even groot is als het aantal beschikbare zetels, om vergissingen te voorkomen. En de befaamde zanger Modugno, lijsttrekker voor een linkse groep in Agrigento, Sicilie, zei dat in zijn stad stemmen worden gekocht voor 250.000 lire per stuk, bijna 400 gulden. 'In Zuid-Italie, de grote stedelijke gebieden uitgezonderd, bestaat de vrije stem niet, vooral niet in de kleine gemeentes', zei Francesco De Lorenzo, minister van gezondheid voor de kleine Liberale partij. Op de klachten van de communistische oppositie en kleine regeringspartijen dat de situatie in het zuiden onhoudbaar is geworden komen overwegend laconieke reacties.

De christen-democratische minister van binnenlandse zaken, Antonio Gava, wiens positie is gebaseerd op de stemmen uit Napels, waarschuwt tegen overdrijving. Zijn collega-Napolitaan Paolo Cirino Pomicino, minister van begroting en rechterhand van premier Andreotti, is een van de weinigen die geen verband tussen de moorden en de verkiezingen zien. Het zuiden is nu eenmaal een gewelddadig gebied, aldus Pomicino. De macht van de georganiseerde misdaad in Zuid-Italie is een historisch gegeven. Maar vooral de camorra probeert sinds het midden van de jaren tachtig haar greep op de lokale politiek te vergroten. Haar belangstelling was gewekt door de enorme geldstroom die in 1984-'85 op gang kwam om de schade van de aardbeving uit 1980 te herstellen, iets waarvoor de miljoenen overigens maar zeer ten dele zijn gebruikt. De camorra wilde een deel van de buit en beloofde in ruil daarvoor stemmen. In Napels alleen al kan de camorra naar schatting honderdduizend stemmen leveren. Misschien was er daarom zoveel stembusfraude in Napels en omgeving bij de parlementsverkiezingen van 1987. Het fijne daarvan zal wel een geheim blijven, want een parlementaire onderzoekscommissie heeft besloten het onderzoek hiernaar in het archief te stoppen.

De greep van de camorra op de lokale politiek is de afgelopen jaren duidelijk vergroot of althans zichtbaarder geworden. Als de gemeenteraad in het dorpje Casandrino, ten noorden van Napels, niet deed wat de plaatselijke camorrabaas wilde, werd die in zijn geheel bij hem thuis uitgenodigd en moesten de raadsleden tekenen wat de baas wilde, terwijl het pistool op tafel lag. De man is inmiddels opgepakt, maar camorraclans laten niet lang een vacuum bestaan.

De interesse van de georganiseerde misdaad gaat vooral uit naar de banen en naar de publieke werken waarover de gemeentes beslissen. Silvano Masciari, een socialistische wethouder uit Napels, heeft gezegd dat de camorra betrokken is bij de openbare werken in Napels voor de wereldkampioenschappen voetbal. Hij suggereerde ook alle bouwopdrachten van lokale en regionale overheden na 1985 te onderzoeken. Wethouder Masciari sprak met enige autoriteit, want zijn ambities om burgemeester te worden leden in februari al bij voorbaat schipbreuk nadat de politie op een verkiezingsfeestje van hem camorraleden aantrof die hem kwamen bedanken. Masciari had ervoor gezorgd dat twee leden van een camorraclan, die door de gemeente waren ontslagen omdat de justitie achter hun relatie met de georganiseerde misdaad was gekomen, weer werden aangenomen. Maar echt gaan praten, met naam en toenaam, is Masciari niet. Daarvoor weet hij te goed hoe slecht dat zou zijn voor zijn verdere politieke carriere. En hoe gevaarlijk voor zijn leven.