Arbeidsonrust in Korea

Korea wordt geteisterd door hevige arbeidsonrust. In een kolossale kraan op de scheepswerf Hyundai in Ulsan zaten gisteren vijftig bezetters die dreigden zich te pletter te gooien of zichzelf met gascontainers op te blazen als de politie het waagde dichterbij te komen. Zaterdag had 12.000 man politie de arbeiders bestormd om een eind te maken aan de bezetting van deze grootste werf ter wereld. De arrestatie van vakbondsleiders, ruim een week geleden, was de aanleiding voor de arbeidsonrust, die dit weekeinde oversloeg naar twee televisiestations, en later naar een derde, en naar 20.000 solidaire arbeiders van de autofabrieken van het Hyundai-conglomeraat waar per dag 1.700 auto's worden gemaakt. Korea verkeert dezer dagen niet voor het eerst in de greep van arbeidsonrust. Vorig jaar ging door stakingen 5 miljard dollar aan industriele produktie verloren, bijna 10 procent van de hele industriele output. Meer dan 2.000 ondernemingen werden toen door stakingen getroffen. De directe verliezen voor de export worden geschat op 1,5 miljard dollar, circa 2,5 procent van de export. In het maandag verschenen jaarverslag van de Aziatische Ontwikkelingsbank worden stakingen genoemd als een van de redenen waardoor de groei van de Koreaanse economie vorig jaar bijna werd gehalveerd. De economische groei kwam uit op 5,9 procent tegen een gemiddelde van 11 procent in de drie voorgaande jaren.

Als tweede reden noemt de Bank de forse loonstijgingen van jaarlijks tussen de 10 en 20 procent, die de stijging van de produktiviteit royaal overtreffen.

Zodoende is de concurrentiepositie van Korea verslechterd, te meer daar de nationale munt, de won, in de afgelopen twee jaar reeel met 32 procent in waarde is toegenomen. De export daalde vorig jaar in volume met bijna 6,5 procent.

Voor dit jaar en volgend jaar zijn de vooruitzichten onzeker, zegt de Bank. Hoewel de consumptie sterk toeneemt en de export licht verbetert, staat het nog lang niet vast dat de economische groei hoger zal uitvallen. De Bank voorziet opnieuw forse loonstijgingen en voorspelt, met slagen om de arm, een economische groei van 6 a 7 procent in 1990 en 1991. Dat is voor Westerse begrippen heel veel, maar Koreanen, gewend aan dubbele cijfers, praten dan al snel over een crisis.

Cruciaal voor het halen van zulke groeicijfers is, aldus de Bank, dat de CAO's meer en meer tot stand komen in een onderhandelingskader, een sociaal raamwerk, en arbeiders niet meteen hun toevlucht nemen tot stakingen.

De huidige arbeidsonrust in Korea is te herleiden tot precies dit gebrek aan sociaal overleg tussen werkgevers en vakbonden. Het conflict is dan ook geen loonconflict, maar een conflict over vakbondsrechten. Tenslotte hebben de vakbonden voor dit jaar looneisen gesteld van 17 tot 20 procent, aanzienlijk minder dan de 28 tot 30 procent vorig jaar.

Ga met de vakbondsleiders rond de tafel zitten, lijkt de Aziatische Ontwikkelingsbank te willen zeggen, in plaats van ze, zodra hun eisen niet welgevallig zijn, meteen achter slot en grendel te zetten.

Sinds drie jaar geleden de dictatuur is afgeschaft en de eerste vrije verkiezingen zijn gehouden, kost het Koreaanse ondernemers moeite de lonen niet te dicteren en loononderhandelingen te voeren. Dat geldt zeker voor grote conglomeraten als Hyundai, Samsung, Lucky-Goldstar en Daewoo, met een jaarlijkse omzet van tussen de 30 en 50 miljard gulden, waarop autoriteiten, gewend de lonen laag te houden, nog altijd grote invloed hebben. Maar Korea is zijn status van lage-lonenland definitief kwijt. Daar hebben de vakbonden wel voor gezorgd.

De vraag is of de ondernemingen daar zelf geen schuld aan hebben en niet liever arbeidsonrust steeds proberen af te kopen dan serieus met vakbondsleiders te onderhandelen. Hebben ze in feite geen premie gezet op radicalisering van op zichzelf doodnormale arbeidsconflicten? Bij de 20.000 arbeiders van de autofabrieken van Hyundai waarnaar de staking gisteren is overgewaaid, moeten dan ook nog de loononderhandelingen voor dit jaar worden afgerond. De beurs van Seoul lijkt die vraag bevestigend te beantwoorden. Maandag zakte de beursbarometer tot het laagste niveau in achttien maanden. Honderden beleggers gooiden daarop de ruiten in bij effectenkantoren, kwaad op de regering die geen maatregelen neemt, en schreeuwden: 'Weg met president Roh Tae Woo'.

Op de beurs van Seoul maakte de index de grootste val die ooit in een dag werd bereikt.