Albert Heijn: personeel voor werk tot half zeven teporren

ROTTERDAM, 2 mei - De winkelketen Albert Heijn verwacht onder het eigen personeel voldoende vrijwilligers te kunnen vinden om de supermarkten tot 's avonds half zeven open te houden, zodra een nieuwe winkelsluitingswet dat toestaat. 'We denken dat er onder het personeel belangstelling bestaat om daarvoor te kiezen', zegt directeur ir. J. G. Andreae van Albert Heijn. De afgelopen weken voerde winkelpersoneel onder leiding van de dienstenbonden van FNV en CNV op verschillende plaatsen in Nederland actie tegen latere sluitingstijden van winkels, zoals voorgesteld in een concept-wetsontwerp van minister Andriessen van economische zaken. Stakingen braken uit bij filialen van vooral grootwinkelbedrijven als de HEMA, V en D en Albert Heijn.

Vrijdag werd het conflict bezworen toen de Dienstenbond FNV en de grote werkgevers in het winkelbedrijf overeenkwamen dat in het CAO-overleg per bedrijf afspraken worden gemaakt over de sluitingstijden. De bonden bliezen hun plannen af om vandaag een grote landelijke actiedag te houden.

Andreae: 'Aanvankelijk zeiden de bonden: zes uur en geen minuut later. Nu is er weer een mogelijkheid tot dialoog. Wij zijn er absoluut van overtuigd dat de bonden zullen inzien dat er met flexibeler werktijden hele leuke dingen te regelen zijn.' P. E. Jansen, hoofd personeelszaken van Albert Heijn, voegt daar aan toe: 'Het is ons vak te weten wanneer we de stap naar ruimere openingstijden moeten maken. De bonden nemen we serieus in het gesprek over de voorwaarden waaronder je dat kan realiseren.'

'Nu al is een supermarkt zeventig uur per week in bedrijf', zegt Andreae, 'en 52 uur opengesteld voor het publiek. Voor de meeste full time werknemers is de werkweek echter korter dan 38 uur. Het lukt ons nu om zo te werken, waarom zou het met een openstelling tot half zeven dan opeens niet lukken? We zouden ons vak niet verstaan als we dat via dwang zouden moeten realiseren. Wij zijn immers een dienstverlenend bedrijf dat draait om de vriendelijkheid en welwillendheid van het personeel.' De weerstand van de bonden tegen het voorstel om de openingstijden met een half uur te verlengen zou het niet doen vermoeden, maar in de detailhandel zijn allerlei vormen van flexibele arbeid al op grote schaal ingeburgerd. Het percentage oproepkrachten en deeltijdwerkers is in vergelijking met andere sectoren erg groot. 'Sommige werkzaamheden laten zich moeilijk tot een volledige dagtaak groeperen', stelt een onderzoek van het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf naar werk in de detailhandel. Meer dan 100.000 werknemers in winkels, supermarkten en warenhuizen hebben een baan voor minder dan vijftien uur per week - dat is 29 procent van het totaal aantal werknemers in deze sector.

In Nederland werken ruim een half miljoen mensen in de detailhandel. Van hen is driekwart werknemer, de rest is zelfstandig ondernemer of meewerkend gezinslid. Een groot deel van de werknemers bestaat uit oproep- of deeltijdkrachten (45 procent), jongeren (36 procent is jonger dan 23 jaar) en vrouwen (58 procent). Dertien procent van alle werkende vrouwen in Nederland heeft een baan in deze sector. Van de vrouwen die in winkels werken is veertig procent getrouwd.

Het werken in de detailhandel, en vooral in supermarkten, heeft een slecht imago, erkent Albert Heijn directeur Andreae. 'Een buitenstaander denkt al gauw aan vakkenvullen en lage verdiensten. En wie desondanks gekozen heeft voor de detailhandel, werkt nog liever in een boetiek dan in een supermarkt. Toch is onze ervaring dat mensen als ze eenmaal binnen zijn, ontdekken dat het leuk werk is.' Andreae maakt zich daarom geen grote zorgen over de slechte beeldvorming op de arbeidsmarkt. 'Het is ons altijd ruimschoots gelukt onze winkels te bemannen. Wat ons wel zorgen baart is dat de groep waaruit de detailhandel traditioneel recruteert, de 16- tot 24-jarigen, door de 'ontgroening' van de Nederlandse bevolking dramatisch afneemt in omvang. Tot het jaar 2000 loopt die groep naar schatting met dertig procent terug.' De gemiddelde leeftijd van het winkelpersoneel van Albert Heijn ligt iets onder de eenentwintig jaar. De komende jaren zal dat volgens Andreae drastisch veranderen. 'We zullen een beroep moeten doen op andere segmenten van de arbeidsmarkt. De samenstelling van het personeel in de supermarkt wordt heel anders. In de Verenigde Staten zie je al dat veel gepensioneerden in de supermarkt hun herintrede op de arbeidsmarkt doen. In Nederland zal dat niet zo gauw gebeuren. Maar hier ligt wel nog een enorm potentieel aan thuiszittende vrouwen.' Andreae wijst erop dat allerlei flexibele arbeidscontracten voor vrouwen in Noorwegen een enorme vlucht hebben genomen, sinds de winkeltijden daar zijn verruimd. 'Supermarkten hebben daar nu wachtlijsten van huisvrouwen die willen werken op momenten van de dag dat het hun uitkomt. Kennelijk voorzien dat soort 'tailor made' werkuren in een maatschappelijke behoefte.' Albert Heijn is ervan overtuigd dat de toenemende behoefte aan flexibiliteit van de consument hand in hand gaat met eenzelfde behoefte van werknemers. 'Het zijn dezelfde mensen', zegt Andreae. 'De klant kan je qua bestedingspatroon niet meer op een noemer brengen: eenzelfde klant heeft af en toe behoefte aan efficiency, maar af en toe aan bourgondisch leven; nu eens wil hij vooral gezonde produkten, dan weer ongecompliceerd winkelen of juist alles voor een hele maand in een keer in een grote kar kieperen.'

'Die behoefte om individuele keuzes te maken zie je ook op de arbeidsmarkt. Wij begrepen daarom de bezwaren van de bonden tegen de verruiming van de winkeltijden ook niet. De bonden toonden zich immers altijd zo betrokken met herintreders op de arbeidsmarkt, werkende vrouwen en deeltijdarbeid?' Wel geeft Andreae toe dat bij dergelijke veranderende patronen ook een hogere beloning hoort. In de detailhandel werkt 22 procent van de werknemers voor het minimumloon, mede door het betrekkelijk lage opleidingsniveau van de gemiddelde werknemer. In 1989 werkte bij Albert Heijn 5,7 procent van het personeel voor het minimumloon, 69,8 procent voor tussen de 1 en 1,5 keer het minimumloon. 'Dat heeft er ook mee te maken dat veel mensen hier hun eerste werkervaring opdoen. Maar we hebben in Nederland te lang vastgehouden aan het minimumloon. Dat is nu aan het veranderen. Bij het afsluiten van de thans lopende CAO hebben de werkgevers laten zien zich van die noodzaak bewust te zijn', aldus Andreae.