Agressieve mannenwaan in Marijnens Macbeth

Macbeth en zijn vrouw zijn dood, hun tirannie is voorbij, de nieuwe tijd breekt aan. De nieuwe koning van Schotland, Malcolm, legt aan het slot van Shakespeares tragedie een regeringsverklaring af met als belangrijkste punten: 'Terugkeer van onze vrienden uit den vreemde, / de greep ontkomen van dit schrikbewind, / berechting van de folteraars en trawanten/ van deze beul en zijn duivelse vrouw.' Klinkt dit niet bijna Roemeens in de oren? Macbeth en zijn vrouw hoeven er niet uit te zien als meneer en mevrouw Ceausescu om deze associatie bij de toeschouwer op te roepen. Evenmin is het nodig, zoals in het theater van de jaren zeventig gebruik werd, met documentair materiaal aan te geven dat Macbeth nog steeds 'actueel' is. Het is voldoende als de acteurs laten blijken dat hun tekst meer betekent dan voor het particuliere karakter van hun rol nodig is. Het publiek vult dan zelf zijn associaties wel in.

Macbeth is niet alleen de tragedie van de bijgelovige hoofdpersoon, maar ook een politiek stuk. Aan het begin hebben de Schotten zojuist een oorlog gewonnen, in de laatste acte voeren zij er weer een. Daar tussenin ontwikkelt de koningsmoordenaar Macbeth zich tot een tiran, die zijn tegenstanders en hun kinderen laat vermoorden. In de opvoering bij Het Nationale Toneel, monumentaal gedecoreerd, tijdeloos gekostumeerd, prachtig belicht en voorzien van Franz Marijnens onvermijdelijke rook, zien we dat allemaal uiteraard gebeuren. Een bewustzijn van de verder reikende aspecten van het stuk ontbreekt echter. Het eerste woord 'oorlog', dat al in de derde regel klinkt, is bij voorbeeld onverstaanbaar. De elektronische echo's waarmee de heksen, drie slanke meisjes met mooie borsten en lelijke baarden, worden begeleid zijn blijkbaar belangrijker.

Misschien was het regisseur Marijnen niet zozeer te doen om het politieke aspect, maar om het thema 'vaders en zonen'. Macbeth heeft als het ware de mond vol van onvervaarde mannen die oorlog voeren om hun mannelijkheid te bewijzen. Vrouwen moeten krijgers baren om de erfopvolging te verzekeren. Koning Duncan heeft twee zoons bij zich, Macduff heeft thuis twee jonge kinderen, Banquo en Siward verschijnen te velde ieder met hun zoon, de heksen roepen in Macbeths angstdroom kinderen op en Marijnen heeft een opvallend aantal baardeloze knapen gerecruteerd voor de eindslag bij Macbeths burcht. Dat allemaal wellicht om te accentueren dat Macbeths tirannie en paranoia veroorzaakt worden door zijn kinderloosheid. Lady Macbeth drijft haar gemaal tot koningsmoord met het argument dat hij geen echte man is wanneer hij last van zijn geweten krijgt. Zij suggereert zelfs haar eventuele kind de hersens in te zullen slaan als dat voor de carriere nodig is. De krijgsman Siward, die zojuist heeft vernomen dat zijn zoon gesneuveld is, merkt doodnuchter op dat hij 'geen gaver einde' voor zijn zoon zou kunnen wensen. De ontroerende Macduff, geplaagd door zelfverwijt, betreurt de moord op zijn vrouw en kinderen, maar krijgt de wenk zich maar weer gauw als een man te gedragen. Het klinkt allemaal even gruwelijk in moderne oren, maar het is Marijnen en de spelers niet gelukt het thema van de agressieve mannenwaan overtuigend uit te diepen. De teksten klinken krachtig en emotioneel maar nogal gelijkvormig en plichtmatig. Vele figuren zijn onvoldoende doordacht, het tempo van de voorstelling lijkt belangrijker dan de reflectie.

Het is of Peter Tuinman zich niet zeker voelt in de rol van Macbeth, nog te veel valse lucht in de tekstbehandeling en onzekere houdingen. Hij heeft echter een prachtig moment van paranoia, wanneer hij in het laatste bedrijf opkomt en opmerkt dat hij 'immuun voor vrees' is. De prachtige monoloog over het leven als 'gedaas van een debiel, stampvol razen en tieren, volslagen zinneloos' zegt hij zo zacht voor zichzelf uit dat het publiek doodstil wordt. Ook Josee Ruiter als Lady Macbeth kan zoveel intensiteit in een stille stem leggen, dat ze bij tijd en wijle diepe indruk maakt. Er is echter een scene die door zijn eenvoud en tedere nuchterheid een echt hoogtepunt vormt: de dialoog tussen Lady Macduff (Joke Last) en haar zoontje over vaders die trouw beloven en dan blijken te liegen. Was de hele voorstelling maar zo.

Voorstelling: Macbeth van Shakespeare door Het Nationale Toneel. Vertaling: Dolf Verspoor; regie: Franz Marijnen; decor: Santiago del Corral; kostuums: Mechthild Schwienhorst; licht: Steve Kemp; spelers Peter Tuinman, Josee Ruiter, Leopold Witte, Gijs Scholten van Aschat, Joke Last e.a. Gezien 1/5 Koninklijke Schouwburg Den Haag.