Aantal stedelijke knooppunten blijft elf

DEN HAAG, 2 mei - Minister Alders (ruimtelijke ordening) legt de kritiek van een groot deel van de Tweede Kamer op de keuze van elf 'stedelijke knooppunten' naast zich neer. Hij meent dat Tilburg en Leeuwarden beslist niet voor de status van stedelijk knooppunt in aanmerking komen.

Dat bleek vanmorgen uit Alders' antwoord op vele vragen uit de Kamer over de in 1988 verschenen Vierde nota ruimtelijke ordening.

Tijdens de eerste termijn van het debat, vorige week, bleek dat het CDA het aantal van elf stedelijke knooppunten veel te groot vindt voor de schaal van Nederland. Het CDA vindt vijf knooppunten voldoende. Ook D66, Groen Links, RPF en SGP vinden elf knooppunten te veel. De minister antwoordde vanmorgen dat het er niet om gaat Zwolle en Nijmegen met wereldsteden als Londen en Parijs te laten concurreren. Er zijn naar zijn mening maar zeven evidente knooppunten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Groningen en Arnhem/Nijmegen). Daaraan zijn Maastricht/Heerlen en Enschede/Hengelo toegevoegd wegens hun rol in het grensgebied. Breda en Zwolle moeten volgens de minister de status stedelijk knooppunt krijgen wegens hun strategische ligging. Alders wil het aantal knooppunten niet uitbreiden, maar hij wil wel binnen twee maanden met concrete plannen komen over de vraag hoe met name Tilburg en Leeuwarden aansluiting bij het knooppuntenbeleid kunnen vinden. De minister erkende dat het beleid om het open 'Groene hart van Holland' te vrijwaren van verstedelijking en andere aantastingen, is mislukt. Alders zint daarom op harde beleidsplannen die over enkele maanden in een extra nota over ruimtelijke ordening moeten worden neergelegd.