Utrecht; 'De kiezers recht in de ogen kijken'

UTRECHT, 1 mei - Een flinke vergaderkater en een paar slapeloze nachten hield de Utrechtse D66-lijsttrekker drs. N. G. (Nicky) van 't Riet over aan de onderhandelingen over het nieuwe college van B en W. 'Doorlopend vroeg ik me af: Heb ik het wel goed gedaan? Jezus, waar begin ik aan? Wat heb ik me allemaal op de hals gehaald?' Maar vandaag, op de dag dat ze wordt gekozen als nieuwe wethouder van cultuur, emancipatiezaken en personeelsbeleid, is de twijfel overwonnen. 'Het is goed dat we meedoen in het college. Ik heb er hartstikke veel zin in.' Als D66 in het derde kabinet-Lubbers was gekomen, had ze nu in de Tweede Kamer gezeten. Ze stond vijftiende op de lijst bij de parlementsverkiezingen in september waarin haar partij twaalf zetels haalde. Het wethouderschap als troostprijs? 'Welnee, belachelijk.' Van 't Riet werd in 1948 in Hilversum geboren. In Utrecht studeerde ze Frans ('niet afgemaakt') en orthopedagogiek ('wel afgemaakt'). Eind jaren zeventig werd ze lid van D66 en actief in lokale werkgroepen van de partij.

Na haar studie was ze enkele jaren wetenschappelijk medewerker op een particulier sociologisch instituut in Oegstgeest. Sinds 1981 is ze beleidsmedewerker bij de COSBO (Centraal Orgaan Samenwerkende Bonden van Ouderen). Drie jaar geleden kwam ze in de raad na tussentijds vertrek van Herman Kernkamp. Met hem vormt Van 't Riet nu het D66-smaldeel in het nieuwe college, dat verder drie PvdA- en twee CDA-wethouders telt. Tijdens de onderhandelingen stond permanent een 'klankbordgroep' paraat voor ruggespraak. De Tweede-Kamerfractie was steeds bereikbaar voor 'strategische adviezen'. 'Stem tegen de sneltram. Stem D66', adverteerde de partij aan de vooravond van de raadsverkiezingen half maart. Over een ondergronds trace viel met D66 te praten, maar een bovengrondse tramlijn van het Centraal Station door de binnenstad naar het universiteitscentrum De Uithof was voor de Democraten onbespreekbaar. 'Op het punt van de sneltram doen wij geen concessies', vertelde Van 't Riet die dagen tegen het Utrechts Nieuwsblad. 'Over mijn lijk, maar die sneltram door de binnenstad mag er niet komen', voegde collega Kernkamp eraan toe.

D66 groeide bij de verkiezingen van twee naar acht zetels. Na vier weken onderhandelen ging de fractie akkoord met de volgende passage in het 'werkprogramma' voor het nieuwe college: 'Op korte termijn wordt de Raad een principe-uitspraak gevraagd teneinde bovengrondse doortrekking van de tram naar de binnenstad mogelijk te maken, in het geval ondergronds doortrekken technisch en financieel niet haalbaar blijkt'.

'Kiezersbedrog', sneerde Groen Links. 'Flauwekul', vindt Van 't Riet. 'We kunnen de kiezers recht in de ogen kijken. Het oude voorstel over bovengrondse doortrekking van de tram door de binnenstad is van tafel. Ondergrondse doortrekking heeft prioriteit gekregen. Als dat technisch of financieel niet kan, wat overigens steeds onwaarschijnlijker wordt, komen alternatieven aan de orde, waarvan bovengrondse doortrekking door de binnenstad er maar een is. Mocht het zover komen, dan zal opnieuw inspraak worden georganiseerd, wat ons betreft in de vorm van een raadplegend referendum. Dit hadden we allemaal niet bereikt als we aan de zijlijn waren blijven staan en net als Groen Links alleen maar 'nee, nee' hadden geroepen. Wij gaan het dragen van bestuurlijke verantwoordelijkheid niet uit de weg, al kan de consequentie zijn dat we over een jaar uit het college liggen. Want als het toch uitdraait op een bovengrondse tramlijn door de binnenstad overeenkomstig het oude voorstel, dan wordt het bonje en stappen we er natuurlijk uit.'