Turkije verhuist Koerden niet

ATHENE, 1 mei - Het project om de bevolking van een van de drie kampen met Koerdische vluchtelingen uit Irak uit het zuidoosten van het land te verplaatsen naar Yozgat in Centraal-Turkije, zal niet kunnen doorgaan, zo is gisteren bekendgemaakt door het Turkse ministerie van buitenlandse zaken. Het plan was al maanden geleden opgezet en uitgewerkt door het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen, dat zich zeer teleurgesteld toont over de negatieve beslissing. Diverse landen, waaronder Nederland, hadden er tezamen 14 miljoen dollar voor beschikbaar gesteld, meer dan nodig leek. De bedoeling was dat 12.000 Koerden bij Yozgat wat meer bewegingsvrijheid en ontplooiingsmogelijkheden zouden krijgen dan in het primitieve tentenkamp bij Mardin, waar ze nu al bijna twee jaar zitten, uitgeweken voor de chemische oorlog die in Irak tegen hen werd gevoerd. Er was zelfs sprake van onderwijs in Turks en Koerdisch voor de vele kinderen. Vanuit de plaatselijke bevolking zouden echter te veel bezwaren zijn gerezen. Men vreesde voor een verlies van werkgelegenheid en problemen met de woonruimte, maar vermoedelijk spelen ook politieke factoren een rol. De bevolking van deze provincie is vanouds zeer rechts georienteerd en twee afgevaardigden hebben zitting in het huidige kabinet. De kans dat een andere lokatie zal worden gevonden is klein, aldus de woordvoerder van het ministerie in Ankara. In de drie kampen wonen nog steeds circa 36.000 mensen - het aantal der wegtrekkenden wordt door geboorten aangevuld. Turkije heeft er tot nu toe 30 miljoen dollar aan besteed, maar weigert steunverlening door buitenlandse organisaties. Ook krijgen de Koerden niet de officiele vluchtelingenstatus. Al enkele malen is er paniek geweest in de kampen door massale vergiftiging, die werd geweten aan machinaties vanuit het nabije Irak.