Schimmelgif bestreden met behulp van een tweede schimmel

Aflatoxine B1 is een sterk gif, geproduceerd door schimmels in pinda's, pindaschroot en andere grondstoffen voor veevoer. Consumentenartikelen gebaseerd op pinda's, zoals pindakaas, worden regelmatig gecontroleerd op het voorkomen van aflatoxine. Wanneer de verbinding wordt aangetroffen, wordt de partij afgekeurd.

Bij veevoeder wordt het voorkomen van aflatoxinen eveneens goed in de gaten gehouden, omdat ze via de melk later in het voedsel van de mens terecht zouden kunnen komen. Er bestaan weliswaar mogelijkheden om aflatoxine langs chemische weg te verwijderen, maar deze hebben nogal wat nadelen. Door de aanscherping van de EG-normen worden intussen steeds meer partijen pinda-, katoenzaad- en kokosschroot in de havens afgekeurd.

Om het aflatoxine-probleem eens van een andere kant aan te pakken begon het Centraal Instituut voor Voedingsmiddelenonderzoek (CIVO) van TNO vijf jaar geleden aan het ontwikkelen van een methode om aflatoxine langs biologische weg te verwijderen. Men speurde naar andere schimmels die aflatoxine B1 kunnen afbreken. De test hierop was eenvoudig: aflatoxine B1 fluoresceert en de afbraak op een agarbodem met het gif is dus waar te nemen als een teruggang in fluorescentie.

Uiteindelijk vonden de onderzoekers een geschikte schimmelstam van de soort Rhizopus oryzae. De stam is 'food grade', wat wil zeggen dat hij in voedingsmiddelen gebruikt mag worden. Rhizopus oryzae bleek aflatoxine in cultures zo effectief af te breken, dat de verbinding chemisch niet meer aan te tonen was. Ook de mutageniteit, gemeten volgens een standaardtest (de Ames-test) verdween geheel.

De schimmel doet zijn werk niet voor niets. Hij verbruikt voor zijn groei koolhydraten uit de veevoedergrondstof. Daar staat echter tegenover, dat de schimmel de kwaliteit van het eiwit sterk verbetert, waardoor de waarde van het produkt niet vermindert.

Om de soort ook commercieel toepasbaar te maken is bij een veevoederbedrijf inmiddels een pilot-opstelling gebouwd met een inhoud van 300 liter. De schimmelgroei vindt plaats bij relatief lage vochtigheid, omdat al het toegevoegde water later weer verwijderd moet worden. (Ned. Biotechnologie Congres).