ROTTERDAM: Nieuwkomer met grote ambities

ROTTERDAM, 1 mei - Hij oogt bescheiden maar hem worden grote ambities toegedacht, de 31-jarige CDA-wethouder Haven en Personeels- en Organisatiezaken in Rotterdam, drs. R. M. (Rene) Smit. Tot nog toe boekt hij succes. Pas in zijn eerste periode als gemeenteraadslid en nog maar een half jaar voorzitter van zijn fractie heeft Smit, geholpen door de verkiezingsnederlaag van de PvdA en de verhoudingen op het Binnenhof, de christen-democraten na 16 jaar oppositie terug in het college van B en W gebracht.

De wethoudersportefeuille Haven wordt als 'zwaar' gezien, en er waren dan ook interne problemen binnen de PvdA voor nodig om de prestigieuze post aan de nieuwkomer Smit te doen toevallen. De vertrekkende PvdA-wethouder drs. R. den Dunnen had liever zijn partijgenoten dr. J. Linthorst of ir. P. Vermeulen als zijn opvolger gezien, maar Linthorst heeft na acht jaar Financien zijn zinnen gezet op Ruimtelijke Ordening en Vermeulen kan het 'bouwvakken' van zijn post Stadsvernieuwing en Volkshuisvesting maar niet loslaten. De van oudsher machtige sociaal-democraten hebben wel de portefeuille Economische Ontwikkeling bij Ruimtelijke Ordening gevoegd, en niet meer bij de portefeuille Haven. Maar toch, zo erkent men aan de Coolsingel met bewondering of afgunst, gaat die jonge CDA'er de grootste haven ter wereld besturen.

Smit, van huis uit Luthers, ging in 1977 economie studeren aan de Erasmus Universiteit. Twee jaar later kreeg hij via zijn hoogleraar prof. mr. S. W. Couwenberg - volgens Smit 'de hofleverancier van het CDA in Rotterdam' - een baantje als fractie-assistent in de deelgemeenteraad Centrum-noord. Secretaris van die fractie was de echtgenote van voorzitter B. F. Bohre van de CDA-fractie in de gemeenteraad. Smit werd partijlid, werd in 1980 gekozen in de deelgemeenteraad Kralingen en in 1986 in de gemeenteraad.

In 1984 begon hij als financieel-economisch beleidsmedewerker bij de katholieke Vereniging voor Bejaardenoorden, waarvan de directeur op Smit was geattendeerd door het Rotterdamse CDA-Kamerlid F. J. van der Heijden. Die ontvangt periodiek CDA-jongeren op zaterdagmorgen bij hem thuis voor discussies. Smit studeerde uiteindelijk pas in 1986 af, op het management bij overheidsorganisaties. Later werkte hij nog bij de Vereniging Nederlandse Bejaardenoorden en, tot en met vorige week, bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.

Smit kwam in de gemeenteraad als een van de vier jongeren die de achtkoppige CDA-fractie meer dynamiek moesten geven. Het afdelingsbestuur van de partij vond dat Bertus Bohre na 12 jaar fractievoorzitterschap in de oppositie het oppositie voeren was verleerd. Bohre beoordeelde de voorstellen van het college alleen inhoudelijk, en was het er meestal nog mee eens ook.

De opgelegde verjongingskuur leidde tot een conflict in de fractie, dat uiteindelijk moest worden opgelost door een commissie van externe CDA-deskundigen. Afgesproken werd dat Bohre, die naar eigen zeggen zelf al eerder had besloten dat hij aan vervanging toe was, in september 1989 plaats zou maken voor Smit, de meest vertrouwenwekkende van de vier jongelingen.

In de campagne voor de raadsverkiezingen eiste Smit op hoge toon twee wethoudersposten op voor zijn partij, bij voorkeur in een zo breed mogelijk college. Dat laatste is niet gelukt, volgens Smit omdat verkiezingsoverwinnaar D66 zichzelf buitenspel zette door ook per se twee wethouders te willen leveren.

De deelneming in het college is pas het eerste memorabele wapenfeit van Smit, maar collega-raadsleden zijn overtuigd van zijn kwaliteiten. En van zijn ambities: 'Het wethouderschap in Rotterdam is zeker niet zijn laatste functie in de politiek.'

    • Hans Nijenhuis