Nieuwe tactiek tegen uiterst rechts

ROTTERDAM, 1 mei - De installatie van raadsleden, die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart werden gekozen, is vandaag binnen en buiten het stadhuis gepaard gegaan met demonstratieve acties tegen de beediging van uiterst rechtse vertegenwoordigers. Uiterst rechts won in maart vijftien raadszetels (in Amsterdam en Den Haag elk drie zetels, Rotterdam en Schiedam elk twee). De gemeenteraden in steden waar uiterst rechts zijn vertegenwoordiging heeft kunnen versterken, hebben voor een nieuwe aanpak gekozen. Dat geldt met name voor Amsterdam en Rotterdam. Het komt erop neer dat de tactiek van het doodzwijgen, het negeren, plaats gaat maken voor een beleid van confrontatie. De politieke cultuur van de democratische partijen is in het verleden niet doeltreffend genoeg geweest, erkent M. van Hoeve, woordvoerder van de PvdA-fractie in Amsterdam. De nieuwe succesjes van uiterst rechts in een aantal grote steden bewijst volgens hem dat het geloof in de daadkracht van de democratische partijen in bepaalde wijken te wensen over laat.

In Amsterdam en Rotterdam hebben de democratische partijen afgesproken dat zij het indienen van moties door CD of Centrumpartij zullen verhinderen. Een motie dient door vijf raadsleden te worden gesteund. Evenmin zullen uiterst rechtse raadsleden in commissies worden gekozen.

In de Rotterdamse raad waren aanvankelijk stemmen opgegaan om de twee partijtjes wel tot de commissies toe te laten. 'Het voordeel daarvan zou zijn dat de Centrum Democraten dan snel met de billen bloot moeten', betoogt J. Janse, fractievoorzitter van de PvdA in Rotterdam. Het argument dat zo'n gang van zaken door het publiek als een impliciete erkenning van het verwerpelijke gedachtengoed van uiterst rechts zou worden beschouwd, heeft echter in de interne discussie uiteindelijk de doorslag gegeven. Afgesproken is dat de twee uiterst rechtse partijen zo weinig mogelijk kans tot het uitdragen van hun ideeen zal worden geboden. Racistisch getinte beschouwingen in de raad zullen nadrukkelijk worden tegengesproken. Hetzelfde geldt voor racistische uitlatingen van burgers. De gemeenteraadsleden gaan met hun 'lik-op-stuk'-tactiek de wijk in.

Underdog-imago

Een feilloos recept voor anti-racistisch beleid bestaat er niet, moet de sociaal-democraat Van Hoeve toegeven. 'Wat je ook doet - negeren of tegenwerken - je blijft ze isoleren. Dat brengt het risico mee dat bij een aantal kiezers de indruk ontstaat: zij tegenover de anderen.'

Van Hoeven doelt op het gevaar van het underdog-imago.

De vraag is of de nieuwe politieke benadering in Amsterdam en Rotterdam (Den Haag doet niet mee, de raad daar blijft meer in het doodzwijgen zien) veel zal opleveren. Het rechts extremisme in de grote steden is in de jaren tachtig immers tot een hardnekkig probleem uitgegroeid. Renovatie en nieuwbouw werden in de oude stadswijken weliswaar krachtig ter hand genomen, maar materiele verbetering van verpauperde wijken blijkt niet zaligmakend te zijn. In het gerenoveerde Betondorp heeft uiterst rechts bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen zijn aanhang kunnen verdubbelen.

De meeste Janmaat-aanhangers zijn volgens verschillende enquetes geen uitgesproken racisten. Het gaat vooral om protestkiezers die zich door de traditionele politieke partijen en de plaatselijke overheid in de steek voelen gelaten. CD-kiezers zijn doorgaans in oude stadswijken wonende autochtonen, waar zich veel immigranten hebben gevestigd. Veel van die autochtonen zijn geloof gaan hechten aan de extremistiche propaganda, volgens welke buitenlanders eerder in aanmerking voor een woning zouden komen dan Nederlanders.

In vergelijking met de ons omringende landen is uiterst rechts in Nederland een betrekkelijk marginaal probleem. Afsplitsingen, persoonlijke vetes tussen de twee extreem rechtse partijtjes en gebrek aan politiek talent zijn hiervan de voornaamste oorzaak. Het CP-raadslid Th. Termijn heeft in het Rotterdamse stadsbestuur vier jaar lang vrijwel geen mond open gedaan. Uiterst rechtse raadsvertegenwoordigers in Amsterdam, Almere en Lelystad hebben zich de afgelopen vier jaar nauwelijks laten zien.

Ontwikkelingshulp

Volgens anti-racistische bewegingen hebben negen van de vijftien vandaag beedigde CD-raadsleden een strafblad. Het gaat daarbij vrijwel steeds om veroordelingen wegens racisme en discriminatie (bijvoorbeeld de verkiezingsslogan 'Ons eigen volk eerst') en om schendingen van de grondwet. Buitenlanderhaat is bij de twee uiterst rechtse bewegingen het alles overheersende thema. Aan een doordacht sociaal-economisch programma is geen aandacht besteed. In enkele andere Europese landen pakken extreem rechtse partijen het anders aan. Een voorbeeld: de Vooruitgangspartij van Carl Ivan Hagen in Noorwegen. Deze partij kreeg bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar bijna 13 procent van de stemmen. Hagen is een populist, die zijn xenofobische denkbeelden ('Ik ben de woordvoerder van de werkende en eerlijke Noren') combineert met een kruistocht tegen de verzorgingsstaat: stopzetting van allerlei subsidies en van de ontwikkelingshulp. Tijdens de verkiezingscampagne hadden de andere politieke partijen Hagen als een paria behandeld, maar negeren en boycotacties hebben kennelijk niet geholpen.

Recente voorbeelden in Europese buurlanden leren dat uiterst rechts op politieke successen kan rekenen wanneer er zich een politicus aandient die de onlustgevoelens van de achterblijvers in de samenleving weet uit te buiten. In Frankrijk is het probleem van racisme en vreemdelingenhaat het grootst. Dat geldt zowel voor de politieke krachtsverhoudingen als voor verbale agressie in het dagelijkse leven. De leider van het Nationale Front, Le Pen, is een talentvol demagoog, wiens excessieve simplificatie van de problemen en het poneren van hele leugens en halve waarheden nu al jarenlang rendabel is gebleken. Tot dat succes draagt de factor bij dat Frankrijk - in tegenstelling tot ons land - een lange traditie van nationalisme en populisme bezit.

Het succes van de Republikeinen in de Bondsrepubliek heeft dezelfde achtergronden als dat van uiterst rechts in Frankrijk, maar dan op Duitse leest geschoeid. De Westduitse Le Pen, Schonhuber, maakt stemming tegen de buitenlanders en hamert op traditionele Duitse waarden. 'Wij laten de Duitse geschiedenis niet tot Auschwitz reduceren', is een variant op Le Pens simplificaties. Schonhuber is de stem van de Duitse stamtafel.