Na Voorhoeve

HET WAS DE laatste maanden eigenlijk al lang niet meer de vraag of VVD-leider Voorhoeve zou opstappen, maar veel meer wanneer. Dat hij bij nieuwe Tweede-Kamerverkiezingen wederom als lijsttrekker zou fungeren, werd door weinigen nog als een serieuze optie beschouwd. Maar dat Voorhoeve zo snel, een maand nadat zijn leiderschap door de fractie nog eens was bevestigd, zijn vertrek aankondigde is toch weer een verrassing. Zo blijft de VVD een onvoorspelbare partij.

Voorhoeve heeft er verstandig aan gedaan te vertrekken. Alle verkiezingen verliezen, plus het uitblijven van charismatisch leiderschap hadden hem zo langzamerhand in een onmogelijke positie gebracht. Zijn leiderschap was in de fractie dan wel formeel onomstreden, maar binnen de partij werd steeds meer aan de poten van zijn stoel gezaagd. Ondanks de nadrukkelijke oproep van partijvoorzitter Ginjaar nu eens op te houden met de discussie over personen, ging het geroezemoes door. Het veroorzaken van de kabinetscrisis werd Voorhoeve steeds meer persoonlijk kwalijk genomen, net zoals de daarop volgende verkiezingsnederlagen. Daar kwam nog bij dat hij als oppositieleider met zijn rol geen raad wist. De paar keren dat Voorhoeve als oppositieleider het kabinet in de Tweede Kamer ter verantwoording riep, liepen alle uit op een smadelijke nederlaag voor de VVD-leider. HET ENIGE DAT Voorhoeve nog kan worden verweten is dat hij pas zo laat heeft besloten op te stappen als leider van zijn partij. Veel beter had hij dat kunnen doen op 7 september vorig jaar, de dag na de Tweede-Kamerverkiezingen waarbij de VVD terugviel van 27 naar 22 zetels. De uitspraak van de kiezers toen was niet voor tweeerlei uitleg vatbaar: de door Voorhoeve veroorzaakte kabinetscrisis was niet nodig geweest. Aan die uitslag had de VVD-leider consequenties moeten verbinden. Dit is echter een zwakte die Voorhoeve gemeen heeft met zoveel collega's en raakt direct de Nederlandse politieke cultuur als totaal.

Het is maar zelden voorgekomen dat politieke leiders direct conclusies voor zichzelf durven te trekken als gevolg van een verkiezingsnederlaag. De vraag is nu hoe de VVD zich als oppositiepartij verder onder Bolkestein zal ontwikkelen. Qua intellectuele uitstraling lijken Bolkestein en Voorhoeve op elkaar. Van een terugkeer naar het 'Veronica-liberalisme' zoals dat onder Nijpels bestond, zal geen sprake zijn. De koers blijft dezelfde, zei Bolkestein vanmorgen. Van een keuze tussen links en rechts wil hij, net als Voorhoeve, niets weten. Waarmee weer eens het bewijs werd geleverd dat de discussie in de VVD bijna altijd over personen gaat. Nodig was een wervende figuur en de fractie hoopt die nu in de persoon van Bolkestein te hebben gevonden. HET IS NU aan hem om de VVD bij de verkiezingen van volgend jaar voor de Provinciale Staten weer winst te brengen. Dat zal bepalend zijn voor de vraag of Bolkestein echt de nieuwe leider van de VVD zal zijn, zoals de partijtop nu beweert, of dat hij toch niet meer zal blijken te zijn dan een tussenpaus. Want of hij de werkelijke leider is, bepaalt niet de partijtop, maar het VVD-kader dat zich in dit soort zaken al vaker heeft geroerd.

Wie in dit geheel een cruciale rol speelt is ex VVD-leider Wiegel, de huidige commissaris van de koningin in Friesland. Met zijn nu al jaren durende cryptische mededelingen over al dan niet een rentree in de nationale politiek, maakt hij het voor elke VVD-fractievoorzitter praktisch onmogelijk optimaal te functioneren. Ondubbelzinnige duidelijkheid van Wiegel over zijn toekomstplannen is wel het minste waar Bolkestein en de VVD nu recht op hebben.

Te hopen valt tot slot dat de VVD gaat doen waarvoor ze als oppositiepartij in een democratie is aangenomen: De regering hinderlijk volgen, tegenstellingen blootleggen en alternatieven aandragen.