Moskou Solisten imposant en verfijnd

Anderhalf jaar geleden vielen de in 1986 door altist/dirigent Joeri Basjmet opgerichte Moskou Solisten op het laatste moment in voor Claudio Abbado en het European Chamber Orchestra. Zondag verving dit fenomenale ensemble in de Van Walsum Serie Internationale Orkesten het te duur gebleken R. S. O. Berlijn onder leiding van Vladimir Ashkenazy met Midori als vioolsoliste. Het is te hopen dat nu snel een echte uitnodiging volgt, want een concert door Joeri Basjmet en zijn Moskou Solisten is in alle opzichten een unieke belevenis.

Samengesteld uit negentien Russische heren van middelbare leeftijd, die er uitzien alsof ze uit een verhaal van Dostojevski het podium op zijn gestapt, speelt het ensemble de sterren van de hemel. Onder de diabolische aanvuring van Joeri Basjmet musiceerden de Moskou Solisten het ene moment met de felheid van een groep oorlogszuchtige kozakken, om even later een fijnzinnigheid te bereiken die brozer schijnt dan het teerste kristal. Tussen overdonderende fortissimo's en subtielste pianissimo's beheerst het ensemble een overweldigend scala aan kleurnuances en dynamische schakeringen. Kwaliteiten die zondagavond optimaal werden benut om recht te doen aan een van de origineelste programma's uit de geschiedenis van het Concertgebouw. Alleen al daarom was het jammer dat er niet meer publiek was komen opdagen, want wanneer krijgt men nu de kans Mahlers bewerkingen voor strijkorkest van Schuberts Strijkkwartet Der Tod und das Madchen en Beethovens Strijkkwartet in f, opus 95, in combinatie met een Nederlandse premiere van Schnittkes Monoloog voor altviool en strijkinstrumenten uit 1989 te horen? In de visie van Mahler waren vier strijkers volstrekt niet toereikend om recht te doen aan het strijkkwartet van Beethoven, werken die zijns inziens 'werkelijk smeken om een klein strijkorkest'. Vandaar dat hij in 1898, het jaar van zijn benoeming tot chef-dirigent van de Wiener Philharmoniker, een bewerking maakte van het Kwartet in f, opus 95, die hij al in januari 1899 met zijn orkest uitvoerde. Dat leverde Mahler zoveel boegeroep en vijandige kritieken op, dat hij zijn pas in 1986 teruggevonden bewerking nooit meer uitvoerde. Dat zelfde jaar werd ook zijn orkestversie van Schuberts Strijkkwartet Der Tod und das Madchen teruggevonden, een werk waarvan Mahler eveneens de symfonische mogelijkheden heeft willen 'bevrijden'. Niet ten onrechte, bleek tijdens de indrukwekkende uitvoering van Joeri Basjmet en de Moskou Solisten. Liedachtige passages vertolkte het ensemble met de verfijnde zangerigheid en transparantie van een strijkkwartet, maar de tragische ontwikkelingen in deze muziek van Schubert kregen nu een extra dimensie door de donkere sonoriteit van de klank.

Ook Beethovens Kwartet in f won, niet in de laatste plaats door Mahlers toevoeging van een basgedeelte, aan intensiteit en contrastwerking. Een voorwaarde voor het welslagen van beide bewerkingen leek overigens wel de uitzonderlijke instrumentale beheersing van de Moskou Solisten in combinatie met de even originele als scherpzinnige en gedreven muzikaliteit van dirigent Joeri Basjmet. Ook als altist staat deze nog jonge Rus al jarenlang op eenzame hoogte. Zijn sublieme spel rekent voor eens en altijd af met de mythe dat altisten per definitie tweederangs violisten zouden zijn. Mysterieus en aangrijpend vulde Schnittkes Monoloog de ruimte als een vervaarlijk inkrimpend en weer uitdijend hemellichaam, waarbij het suggestieve altvioolspel van Basjmet wel haast symbool bleek te zijn voor de 'oerkracht' van de muziek.

Concert: Moskou Solisten o.l.v. Joeri Basjmet. Programma: Schubert: Kwartet in D, op. D810 en 'Der Tod und das Madchen' in de bewerking voor strijkorkest door Mahler; Schnittke: 'Monoloog' voor altviolist en strijkinstrumenten (1989); Beethoven: Strijkkwartet in f, op.95, in de bewerking voor strijkorkest door Mahler. Gehoord: 29/4 Concertgebouw Amsterdam.

    • Wenneke Savenije