Met rode ballonnen maar zonder socialistische speldjes; Berlijners vieren samen eerste mei

OOST-BERLIJN, 1 mei - Precies een jaar geleden trok het jubelende volk 'bij stralende zonneschijn' langs de tribunes, de uitgekozen kinderen omhoog houdend die de al even stralende Erich Honecker zelfgeknutselde en bonte lentebloemen overhandigden. Tijdens de 'opmars van meer dan 700.000 Berlijners' moesten ordebewakers verhinderen dat de met draad versterkte anjers, die de enthousiaste menigte naar de eretribune wierp, ook daadwerkelijk de geliefde secretaris-generaal en staatschef troffen.

Met 'optimisme, daadkracht en levensvreugde' blikte de DDR, aldus Neues Deutschland toen, met deze 1 mei-viering vooruit op de lokale verkiezingen, de veertigste verjaardag van de DDR en het twaalfde partijcongres van de SED. Het lijkt een lichtjaar geleden.

Nadat gisteren opnieuw honderdduizenden Oostduitsers de Ku'damm op en neer boemelden, verzamelden vanmorgen om negen uur tienduizenden Oostduitsers zich voor het eerst sinds 1946 in de Lustgarten om ook die kant, en niet in de richting van de stalinistische Frankfurter Allee, te wandelen met hun vrouwen, kinderen en kinderwagens. Langs de Linden, langs de Brandenburger Tor, langs het eikeboompje dat de voorzitters van de twee Duitse parlementen, mevrouw Rita Sussmuth en mevrouw Bergmann-Pohl, er gisteren plantten, ging het naar de Platz der Republik, het grote grasveld voor de Rijksdag. Daar hielden de demonstranten - de staatsvakbond FDGB deed niet mee, alleen trosjes PDS'ers zongen de Internationale nog - samen met eveneens tienduizenden leden van de Westduitse vakbondsfederatie DGB gezamenlijk de 1 mei-demonstratie, de honderdste.

Om de Oostduitse werknemers niet al te zeer tegen het hoofd te stoten was vandaag de verkoop van stukjes van de Muur en speldjes ter beloning van de socialistische arbeid verboden. Wel hingen boven het grasveld tal van rode balonnen, maar de bijeenkomst stond vooral in het teken van de oproep tot bezinning op de viering van de eerste mei waartoe de Oostduitse premier, Lothar de Maiziere gisteravond voor de televisie al had opgeroepen. De meeste demonstranten waren het over een ding eens: ook in een herenigd Duitsland moet de linkse arbeidersmacht sterk blijven.

Mogen de afgelopen 99 1 mei-vieringen voor- en tegenspoed hebben gekend in Duitsland, deze honderdste lijkt in twee opzichten op de eerste: arbeidstijdverkorting en geweld.

Op 1 mei 1886 waren in de Verenigde Staten circa 350.000 arbeiders in staking voor de acht-urige werkdag. In Chicago kwam het tot geweld. De politie schoot op demonstranten, de demonstranten hielden een protestbetoging, er ontplofte een bom te midden van de ordedienst, acht agenten stierven. Razzia's volgden, in Chicago werden acht leiders van de arbeiders opgepakt, vier eindigden aan de galg. De Tweede Internationale besloot in juli 1889 in Parijs ter herinnering aan deze martelaren elk jaar de eerste mei met marsen, stakingen en demonstraties te vieren. Voor de Westduitsers is de eerste mei al lang geen 'strijddag' meer (dit keer op de leden van de IG-Metall na) maar een rustdag, en voor de eerste keer is dat ook voor de Oostduitsers het geval, al is de smaak ervan wat wrang na veertig jaar mislukt socialisme.

Alleen de Berlijnse politie heeft geen rustdag. Die heeft zich voorbereid op nieuwe gewelddadigheden in de stad. Niet de herenigde arbeidersmacht maar het extremistische deel van de jeugd vormt nu het probleem. Linkse 'autonomen' uit de Westberlijnse probleemwijk Kreuzberg en rechtse skinheads en 'fachos' uit beide stadsdelen hebben in vlugschriften voor vandaag een 'burgeroorlog' aangekondigd, onder elkaar en afzonderlijk tegen de politie.

Voor Kreuzberg zijn deze '1 mei-burgeroorlogen' al routine geworden, ook al vielen er vorig jaar maar liefst 355 gewonden onder de oproerpolitie. Voor Oost-Berlijn is de omvang en het keiharde karakter van de rellen van de afgelopen weken nieuw. Provocatie en geweld van de kant van de Oostduitse skins en neonazi's was er al jaren bij de zondagse voetbalwedstrijden, en recenter ook bij de demonstraties op maandag in Leipzig. Het regime-Honecker had zelfs zijn eigen 'Skin-Truppe', fans van de Stasi-voetbalclub BFC Dynamo Berlin (nu FC Berlin). Zij werden betaald om te provoceren en te stokken zodat de geheime dienst kon vaststellen wie van de echte skinheads er allemaal leuzen riepen tegen het regime.

Sinds het verdwijnen van het regime opereert deze Skin-Truppe onbetaald verder, net als de rest van de kaalgeschoren pilotenjack-dragers. En de politie is door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden te onzeker geworden om hier weerwerk tegen te durven leveren. Dit bleek op 20 april toen alles samenpakte voor een grote matpartij: de geboortedag van Hitler, de wedstrijd van FC Berlin tegen Rostock en het oord van handelen: Oost-Berlijn. De vandalen trokken, lantaarnpalen omtrekkend en papiermanden in brand stekend, door de stad, en passant een homoseksueel cafe en een door linkse krakers bezet huis bestormend. De 700 man van de oproerpolitie slaagden er niet in de 'Alex', waar de 'Heil Hitler'-viering verder ging, te ontruimen. De grensovergang Oberbaumbrucke naar Kreuzberg werd afgegrendeld om te voorkomen dat de autonomen zouden oprukken om hun collega-krakers te hulp te schieten. Hier kwam het vervolgens tot ware slachtpartijen en winkelplunderingen.

De politie uit beide stadsdelen houdt vandaag 'alle beschikbare manschappen' en de toch werkloos geworden grenshonden gereed om het geweld in toom te houden. De Oostberlijnse politie heeft doorzichtige schilden te leen gekregen van de collega's uit het Westen. Of de grens vandaag ook het geweld nog gescheiden houdt is de vraag, de politie zal in elk geval 'indien nodig' grensoverschrijdend optreden.