In mijn muziek zoek ik bevrijding, net als in mijn politiekekeuzes

De laatste jaren zwierf de Griekse componist endirigent Mikis Theodorakis tussen verschillende politieke stromingen. Als minister zonder portefeuille in de conservatief-liberale regering Mitsotakis is de voormalige communist nu de nieuwe culturele ambassadeur van Griekenland. Zondag en gisteren dirigeerde hij in Amsterdam en Utrecht een Grieks ensemble dat louter composities van hemzelf uitvoert. Hubert Smeets sprak met een charismatisch man die niet louter langs de lat van de rationaliteit te meten valt. 'Als het om vrijheid gaat, bestaat er geenthese, antithese en synthese.' De laatste jaren zwierf de Griekse componist endirigent Mikis Theodorakis tussen verschillende politieke stromingen. Als minister zonder portefeuille in de conservatief-liberale regering Mitsotakis is de voormalige communist nu de nieuwe culturele ambassadeur van Griekenland. Zondag en gisteren dirigeerde hij in Amsterdam en Utrecht een Grieks ensemble dat louter composities van hemzelf uitvoert. Hubert Smeets sprak met een charismatisch man die niet louter langs de lat van de rationaliteit te meten valt. 'Als het om vrijheid gaat, bestaat er geenthese, antithese en synthese.' AMSTERDAM, 1 mei - Lang heeft hij zich een miskend man gevoeld. Miskend als verzetsleider, miskend als politicus en zelfs miskend als componist. Na de val van de militaire junta zestien jaar geleden leek Griekenland hem nooit meer zo serieus te willen nemen als voordien. Er werd steeds minder naar hem geluisterd en steeds meer om hem gelachen. Maar nu is het dan eindelijk zover Een jarenlange 'kruistocht' is beloond. Mikis Theodorakis is minister.

Een portefeuille heeft hij niet, een departement evenmin. Hij vervult het ambt veeleer honoris causa. Maar dat gebrek aan echte macht biedt eens te meer mogelijkheden om door te gaan met zijn artistieke werk. Met dat 'consigne' is hij door premier Mitsotakis tenslotte in de nieuwe liberaal-conservatieve regering opgenomen. Theodorakis (64) moet de nieuwe culturele ambassadeur worden van Griekenland, de gezant die na zeven jaar 'corrupt' socialisme aan de rest van de wereld duidelijk dient te maken dat Athene wel degelijk een Europese hoofdstad is. Theodorakis hoeft alleen tussen de bedrijven door aanwezig te zijn in de Vouli, het Griekse parlement. Mitsotakis beschikt er namelijk niet over een meerderheid en heeft zichzelf opgehangen aan het stemgedrag van een afgevaardigde van een centrum-rechts minipartijtje. En dus is op gezette tijden ook de stem van de parlementarier Theodorakis, die formeel nog altijd onafhankelijk is - maar bij de laatste verkiezingen wel via een lijst van Mitsotakis' partij Nieuwe Democratie (ND) werd verkozen - dringend nodig. Voor het overige heeft hij echter de vrije hand, een luxueuze positie voor een Griekse politicus.

Vorige week is de componist en dichter derhalve begonnen aan een grote 'Europatoernee' door de DDR, de Bondsrepubliek, Nederland, Belgie, Frankrijk, Spanje, Oostenrijk en Zwitserland. Hij wordt daarin begeleid door een orkest onder leiding van de gitarist en arrangeur Jannis Zotos, Giorgos Dalaras (een van de populairste zangers in Griekenland) Maria Dimitriadi en een koor uit Dresden dat er in zijn 'reeel bestaande socialistische' rokken en blouses zeer on-Grieks uitziet. Zondag trad hij op in het hoofdstedelijke Carre, gisteren in Utrecht. Alles bij elkaar 22 concerten ter ondersteuning van Amnesty International en het Cypriotische volk dat nu al zestien jaar wordt 'geknecht' door het Turkse leger. Op het programma staan daarom louter stukken die Theodorakis heeft gecomponeerd toen hij zelf slachtoffer was van de kolonels die Griekenland tussen 1967 en 1974 Griekenland in hun greep dachten te hebben. Staat van Beleg van Marina Chatzidaki uit 1968, de Epifania en Raven - op poezie van Nobelprijswinnaar Giorgos Seferis, beiden geschreven in 1937, het eerste jaar van het 'derde Helleense rijk' van generaal Metaxas - en het uit 1969 daterende De overlevenden van Takis Sinopoulos varieren allen op het thema dat Theodorakis na aan het hart ligt: verraad. Want over dit 'sleutelwoord' gaat het in bijvoorbeeld Staat van Beleg: 'in deze onontwarbare nachten waarin overal het verraad huilt, bedekt met het lawaai van tanks, vliegtuigen, de angst en de voetstappen der bewakers, 's nachts zonder jou, als overal het verraad jankt'.

Zo was het en zo is het, aldus de componist. 'We zijn verraden. Ik ben verraden door mijn kameraden uit de communistische partij, door de centristen, door iedereen.' Voor minder doet hij net niet.

Consequent

Wie de politieke loopbaan van Theodorakis enigszins heeft gevolgd, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de man zelf zo nu en dan ook wat dolende is geweest. Tot medio jaren zeventig was zijn koers consequent. Hij was communist. Wegens deze keuze heeft hij meerdere malen gevangen gezeten. Tijdens de burgeroorlog (1946-1949) werd de communistische partij (KKE) verboden en moesten de communisten onderdak zoeken in de EDA, een soort 'mantelorganisatie' die wel legaal mocht bestaan. Theodorakis was als voorzitter van de jongerenbeweging van de EDA, genoemd naar de in 1963 vermoorde parlementarier Lambrakis, de vlag naar buiten. Na de kolonelscoup en de Russische interventie in Tschoslowakije kwam een al langer sluimerend conflict tot uitbarsting. De formele partijleiding, die sinds 1949 in ballingschap verkeerde, gaf de kameraden van het 'binnenland' op klassiek-stalinistische wijze de schuld van het debacle. Waarop de leiding in Griekenland zelf op eigen gezag in 'eurocommunistisch vaarwater' ondergronds verder ging. Theodorakis koos, na enige mislukte verzoeningspogingen, in 1970 uiteindelijk tegen de leiding in het 'buitenland'. Dat de eenheid in de 'familie' werd verbroken, deed hem verdriet. Maar eenmaal daar overheen gestapt, nam hij geen gas meer terug. Scherp distantieerde hij zich in dat jaar, na zijn vrijlating, ook van het 'reeel bestaande socialisme' in de Sovjet Unie en elders. Zijn solidariteit lag bij dissidenten als Boekovski. Bovendien, werd zijn muziek niet door Moskou geboycot? Andere communisten hadden veel tijd nodig om af te rekenen met het verleden, Theodorakis ogenschijnlijk veel minder.

Sterker, hij gaf zijn behoefte om te bemiddelen, als ware hij pater familias van het 'linkse gezin', ook in de jaren daarna niet op. Bij de eerste vrije verkiezingen in 1975, waaraan ook de twee communistische partijen mochten meedoen, poogde hij als 'onafhankelijk' kandidaat het schisma te helen. Wederom tevergeefs. De Sovjet-communisten van het 'buitenland' beloonden zijn streven met woorden als 'reactionair' en 'verrader van de partij'. Dat was op het oog het moment waardoor Theodorakis op drift leek te raken. Er was sindsdien vaak geen touw meer aan zijn politieke koers vast te knopen, alsof hij na de militaire dictatuur de oude niet meer kon worden, alsof hij in vrijheid zijn weg niet kon vinden.

In 1976 keerde hij onverwacht terug in de moederschoot van de Moskou-getrouwe KKE, toen die hun concurrent van het 'binnenland' bleken weg te vagen. In 1979 verdedigde hij de Russische inmenging in Afghanistan. Het jaar daarop klapte hij de Franse partijleider George Marchais (na een eurocommunistisch uitstapje weer 'globalement positive' over de Sovjet Unie) toe en sprak terloops nog opmerkelijker woorden. 'Volgens mij is de kritiek van Chroesjtsjov op Stalin niet dienstbaar geweest aan de zaak van het communisme', aldus Theodorakis tien jaar geleden. 'Het is vandaag de dag noodzakelijk je openlijk en dapper aan de zijde van de Sovjet Unie te scharen. De basis-keuze is nu: voor of tegen de USSR. Er is geen derde weg.'

Mauthausen

In 1987 ging het vervolgens echter weer uit met de KKE. Theodorakis verliet parlement en partij. Er gingen zelfs geruchten dat hij heel Griekenland de rug zou toe keren. Want sinds zijn Mauthausen-cyclus, De gijzelaar (de muziek voor de film Z van Costa Gavras), Pablo Neruda's Canto General en het op de vermoorde verzetsheld Panagoulis gecomponeerde lied Rode roos (uit 1976), het oeuvre waaraan hij zijn gezag als componist bij het grote publiek grotendeels ontleende, werd het in Griekenland steeds stiller rondom de componist. Totdat hij een jaar geleden zijn laatste politieke tournure maakte. Hij schaarde zich ineens achter oppositieleider Mitsotakis, de man die sinds 25 jaar in linkse kring een 'renegaat' heet omdat hij zich in 1965 losmaakte van de oude 'centrum-politicus' Giorgos Papandreou, de vader van de latere premier Andreas. Verbijstering was zijn deel.

Maar toch schuilt er in al dit gezwerf enige continuiteit. Mikis Theodorakis wordt namelijk door twee driften gedreven: door zijn afkeer van Andreas Papandreou en door zijn eigen behoefte om een rol te spelen die Carre overstijgt.

In die eerste drijfveer is hij al 25 jaar trouw aan zichzelf. Reeds sinds 1966 vertrouwt hij 'Andreas' niet. In dat jaar gaf de jonge Papandreou - anders dan door de 'afvallige' Mitsotakis - zijn steun aan het 'complot' dat zijn vader en de toenmalige centrum-rechtse leider Kanellopoulos hadden gesmeed. 'sOchtends had Andreas (leider van de linkervleugel in de partij van zijn vader) Theodorakis nog toegezegd te zullen streven naar een nieuw soort coalitie met links, 's avonds stemde hij in het parlement diametraal tegenovergesteld en maakte hij volgens de componist aldus de weg vrij voor de staatsgreep anderhalf jaar later. Mitsotakis stond toen wel aan zijn kant.

Theodorakis nu: 'Ziedaar, de waarheid over de renegaten. Dat was de eerste stap op weg naar de dictatuur van Papadopoulos. Wie verried dus de democratie? Het is idioot om alleen Mitsotakis als een verrader te beschouwen. Hij viel Papandreou af, niet de democratie. Ik ben er tegen om teveel terug te kijken naar die tijd. Het is erg delicaat. Want als het om de democratie gaat, geloof ik niet in dialectiek. Als de vrijheid aan de orde is, bestaat er geen these, antithese en synthese.' In 1972 was het dezelfde Papandreou die, vanuit zijn ballingschap, weigerde zich aan te sluiten bij de overkoepelende Nationaal Verzetsraad waartoe Theodorakis het initiatief had genomen. 'Hij was verantwoordelijk voor de breuk in de eenheid van het Griekse verzet'.

Het was het tweede signaal voor Theodorakis. Daarna is Papandreou volgens de componist alleen nog maar 'autoritairder en messianistischer' geworden. De climax was de onopgehelderde moordaanslag vorig jaar op de schoonzoon van Mitsotakis, de parlementarier Pavlos Bakojannis. 'Papandreou was volgens mij moreel verantwoordelijk voor het klimaat waarin dat gebeurde. Er was een relatie tussen deze misdaad en de politieke entourage rondom de premier. Vanaf 1974 heeft de Pasok in contact gestaan met Gadaffi, en in Griekenland zelf schiep hij meer en meer zijn eigen paralelle staatsmacht, een parakratos (het woord waarmee de Papandreou's in de jaren zestig de macht van 'rechts', het leger en het hof rond koningin-moeder Frederika en haar zoon Konstantijn plachten aan te duiden, HS).'

Ruine

De 'kruistocht' van Theodorakis tegen Andreas Papandreou moest toen wel weer een politieke dimensie krijgen. 'Ik had me een beetje teruggetrokken uit de politiek. Maar na de moord op Bakojannis gingen we af op een nationale katastrofe. Crisis op crisis. Griekenland is na acht jaar Pasok en Papandreou een economische en corrupte ruine. De kassen zijn leeg. De gelden van de EEG zijn gebruikt voor de politieke clientele van de Pasok.' Bovendien, Theodorakis was niet de enige die uiteindelijk voor Mitsotakis koos. 'Mijn collega's Markopoulos (ooit aanhanger van de Pasok), Chatzidakis (altijd conservatief geweest, zelfs met een monarchaal trekje, hetgeen in Griekenland op het reactionaire af is) en ook Savvopoulos (een wat anarchistische componist) hebben zich allemaal uitgesproken voor Nieuwe Democratie. 'Ook de meeste schrijvers, dichters en schilders hebben dat gedaan. Dat is een uitzonderlijke situatie in Griekenland waar het merendeel der kunstenaars altijd links stond. Ik sta nu tegenover links, zegt men. Onzin! Ik ben nog steeds progressief en voor het volk. Maar de partij van Mitsotakis heeft niets te maken met het klassieke rechts in Griekenland. De burgeroorlog is voorbij. Het is een moderne, patriottische en eerlijke partij die Griekenland naar Europa wil leiden. Met 47 procent is ze geen partij van de rijken, ze is ook partij van arbeiders en boeren.'

Deze 'optimistische' wending richting de christen-democratie (Mitsotakis' partij is aangesloten bij de Europese Volkspartij) laat zich volgens Theodorakis dan ook naadloos vermengen met zijn eigenlijke werk. 'Mijn muziek is een uitting van bevrijding. Dat is dus hetzelfde als mijn politieke keuzes. Ik denk dat ik altijd de bevrijding heb gezocht.' Dat is wellicht een iets te boude uitspraak. Het grootste deel van de jaren tachtig kon hij die pretentie in ieder geval niet waarmaken. Maar doet dat er toe als het om het fenomeen Theodorakis gaat? Ten dele. De man is namelijk niet louter langs de meetlat van de rationaliteit te meten. Zijn politieke keuzes en zijn composities zijn inderdaad veel meer een eenheid dan het lijkt. Ook in die tweede drift is hij dezelfde gebleven. Theodorakis is niet alleen een componist annex politicus. Hij is ook een prototype van de Griekse leider: een man die charismatisch overkomt, niet op eigen houtje kan functioneren en dus altijd op zoek is naar vertrouwelingen die hem terzijde kunnen staan in de strijd. Niet voor niets heeft hij er altijd een eigen patronagesysteempje op nagehouden. Zoals de politici er hun clienten hebben met wie ze een curieuze paradoxale machts- en afhankelijkheidsrelatie onderhouden, zo heeft ook Theodorakis steeds zijn zangers gehad die hij om beurten 'bracht' en weer verloor. Maria Farandouri bijvoorbeeld, de zangeres die altijd dicht bij hem stond, ook als ze liederen van Chatzidakis zong maar nu uit het zicht is verdwenen omdat ze zich nu tot de Pasok van Papandreou heeft gewend. En Giorgos Dalaras, de zanger met wie hij nu op toernee is.

In beide werelden, zowel de politieke als de artistieke, is relativeringsvermogen geen verdienst. Theodorakis zoekt het zwart en het wit. De poezie waarop hij zijn beste muziek heeft geschreven is qua vorm altijd heftig en gepassioneerd. Hij moet het hebben van kracht versus zwakte, niet van de nuances van het compromis. 'Deze weg kent geen eind, verliest zich niet, zolang jij de herinnering van je kinderjaren zoekt', dichtte Seferis in zijn Epifania. Theodorakis is een demagoog in de letterlijke zin van het woord, een afspiegeling van een Griekse politieke cultuur die tot nu toe overwoestbaar is gebleken. Zijn muziek is een metafoor voor zijn politiek. En omgekeerd. Wat in Nederlandse ogen inconsequent is, is het in de zijne dus niet. In Griekenland staat de persoonlijkheid centraal, niet de organisatie. We zullen nog van hem horen.