Gif etende vogeltjes stierven er zelf niet aan, hun vangerswel

In Zuideuropese en Afrikaanse landen worden jaarlijks honderdduizenden tot miljoenen zangvogels gevangen en geconsumeerd; naar schatting twintig procent van de langskomende trekvogels. Ze worden geschoten of gevangen met netten en lijmstokken.

In Italie blijken de vogeltjes de oorzaak van drie dodelijke vergiftigingsgevallen en een achttal voorbijgaande vergiftigingen. De ziekten deden zich in de afgelopen achttien jaar voor in Bari, een grote stad in de hiel van de laars van Italie, een omgeving waar zeer veel vogels worden gevangen.

De slachtoffers aten boekvinken en veldleeuwerikken die in het voorjaar waren gevangen nadat ze ontkiemde zaden van de gevlekte scheerling (Conium maculatum) hadden gegeten. Die plant bevat het gif coniine. Socrates trof het aan in zijn gifbeker. Vogels kunnen er tegen, maar voor mensen is het dodelijk in een geringe hoeveelheid van 100 tot 300 mg.

De vergiftigde Italianen kregen spierslapte - het gif werkt op de zenuwen die de spieren besturen - darmstoornissen en ademhalingsproblemen. In ergere vorm liepen ze nierschade en desintegratie van dwarsgestreepte spieren op, eventueel met dodelijke afloop.

De gevlekte scheerling is in Nederland zeldzaam, maar dat zal niet de reden zijn dat zo'n vergiftiging in ons land niet voorkomt. De plant stinkt namelijk onappetijtelijk naar muizen. Ook adem en urine van slachtoffers van een coniinevergiftiging hebben die onaangename geur. De Italiaanse artsen schrijven in hun artikel in The Lancet (16 dec. 1989) dat door de stank weinig mensen de plant zullen verwarren met wel eetbare planten als kervel.