F. BOLKESTEIN; In een ideale positie

DEN HAAG, 1 mei - Voor de tweede keer al profiteert mr. drs. F. (Frits) Bolkestein van de door hemzelf in de Nederlandse politiek geintroduceerde 'Carrington-methode'. Volgens die benadering moeten bewindslieden tot aftreden besluiten als hun beleid tekort geschoten is. Toen VVD-minister Van Eekelen dat onder zware druk in september 1988 deed, volgde Bolkestein hem op als minister van defensie. Een jarenlang gekoesterde wens ging in vervulling. Dit weekeinde gebeurde iets soortgelijks: Voorhoeve paste de Carrington-methode toe op zichzelf in zijn functie van fractievoorzitter, en Bolkestein volgt hem op.

Ambities voor die functie had Bolkestein zonder enige twijfel. Op een on-Nederlandse wijze heeft hij zijn eigen vaardigheden en kwaliteiten gepresenteerd. Zestien jaren heeft hij voor Shell gewerkt in Afrika, Honduras, El Salvador, Indonesie en Parijs, in zijn laatste periode als lid van de directie van de chemie-devisie. Waarom hij in 1976 voor de politiek koos, is altijd onduidelijk gebleven. Hij zou een hoge ambtelijke functie bij Buitenlandse zaken krijgen, maar stapte onverwacht over naar de Tweede Kamer. Zeer waarschijnlijk had het slechte imago van multinationale ondernemingen ten tijde van premier Den Uyl er iets mee te maken. Frits Bolkestein zou het kleine Nederland wel eens even laten zien hoe grote mensen wereldpolitiek bedrijven - zo kwam zijn entree in de politiek op velen over.

Dergelijke gevoelens zal hij zeker hebben gekoesterd. Er zit daarnaast in zijn altijd openhartige optreden ook iets van de aanhanger van het antiek-Griekse idee dat in de discussie de waarheid te voorschijn komt. Alle aspecten van een zaak moeten op tafel komen, niemand moet om zijn bedoelingen heendraaien.

In 1977 kwam Bolkestein in de Tweede Kamer. In het eerste kabinet-Lubbers werd hij staatssecretaris voor buitenlandse handel. Wat is er veel afgegnuifd over het feit dat hij gedaan kreeg zich in het buitenland 'minister' te mogen noemen. Typisch Bolkestein, was het algemene oordeel.

Langzamerhand is Nederland als het ware aan het type-Bolkestein gewend. Als staatssecretaris deed hij het niet slecht, als minister werd hij internationaal gewaardeerd. Als politicus slaagde hij er steeds weer in mensen op het verkeerde been te zetten door nooit discussies uit de weg te gaan. Bolkestein ontwapent mensen, ook zijn politieke tegenstanders, met het vermogen in een discussie te kunnen zeggen: eigenlijk heb je gelijk, ik moet mijn mening herzien. Hij heeft niet de gewoonte zich te beperken tot het onderwerp dat hem is toegewezen. Als staatssecretaris voor handelsbevordering verkondigde hij in het openbaar meningen over de kruisraketten en als minister van defensie gaf hij zijn mening over het exportbeleid. Eindelijk komt Bolkestein nu in de voor hem ideale positie dat hij zich overal mee mag bemoeien.

Waar hij politiek in de VVD staat, is moeilijk te bepalen. Na de kabinetscrisis vorig jaar pleitte hij voor een coalitie PvdA-VVD. Als filosoof (hij heeft o.a. een doctoraal wijsbegeerte) is Bolkestein niet in een links-rechts schema binnen zijn partij vast te leggen; hij weet te veel van de ideeengeschiedenis om niet te beseffen dat elke politieke keuze een tijdelijk karakter heeft. Die positie komt het best tot uitdrukking in de kwalificatie die hij eens van zichzelf gaf: 'Ik ben geen havik en geen duif. Ik ben een eend'.