Choreografe Patrizia Tuerlings bezit volstrekt eigensignatuur; Hymne past Reflex als een handschoen

De eerste Rotterdamse dansvoorstelling in het tweestedelijke Springdance Festival werd verzorgd door de uit Frankrijk afkomstige Jean-Francois Duroure. Geen onbekende. Samen met Mathilde Monnier trad hij in 1987 in het Holland Festival op en twee jaar geleden opende hij met een eigen produktie La Anqa het Springdance Festival. Het nu uitgevoerde werk, La maison des plumes vertes, wordt als zijn meest dansante aangemerkt. Het heeft geen hevige bewegingsexplosies maar wordt gevuld met veel kronkelende armgebaren, soms zoet verleidelijk, soms met veel vaart de ruimte doorklievend. Er speelt een vage verhaallijn doorheen. Van een op macht beluste man in een koningsmantel die niet bij machte is zijn onzekerheid te camoufleren, en van mannen die niet goed raad weten met hun houding tegenover de ingetogen doch tegelijkertijd uitdagende vrouwen. Muziek, kostuums en decor - vier beschilderde smalle doeken in de toneelhoeken die door belichting van motief veranderen - suggereren een middeleeuwse, met Moorse invloeden doordrenkte omgeving. Kleine details, zoals het aan- en uitknippen van aanstekers en de trots afstandelijke rondlopende man gekroond met een hoge verentooi en de genoemde gebaren creeren een mysterieuze sfeer. Toch is het een nogal onbestemde en niet steeds boeiende voorstelling, waarin de dansers zeker niet de uitzonderlijke technische begaafdheid tonen die ze wordt toegeschreven.

Interessanter vond ik de produktie die de uit de mime afkomstige Jose ten Have in Amsterdam onder de titel Paris intervallo 2/2 in premiere bracht. Twee dansers in een kale toneelruimte met een simpel wit in de lucht hangend onregelmatig viervlak waarop wat filmbeelden geprojecteerd worden. De in een felblauw tricot geklede vrouw (Micheline Gykiere) is geobsedeerd door een exacte verdeling van de ruimte. Zij loopt via strakke lijnen en aan het eind daarvan plaats zij telkens messcherp haar lichaam in een bepaalde vorm, steeds controlerend of de voet wel precies daar staat waar zij hem hebben wilde of de arm wel de juiste richting heeft en of de afgelegde afstand correct is ten opzichte van de door haar regelmatig in de ruimte verplaatste stoelen. Tevreden is zij er zelden over want steeds opnieuw is zij op zoek naar een andere ruimteverdeling, een andere lijn in haar lichaam. De concentratie, de variaties en de perfecte uitvoering werken fascinerend. Een tweede persoon (Jan Hessels) komt haar ruimte binnen. Zijn bewegingspatroon is losser en hij tracht de fixatie van de vrouw te doorbreken door soms alleen maar bewegingsloos doch sterk aanwezig op een stoel te zitten. De vrouw echter blijft onverstoorbaar haar terrein in patronen en vormen verdelen, zelfs als de man zich in haar weg begeeft.

Op den duur kan zij toch de aanwezigheid van de man niet helemaal meer negeren en ontstaat er iets van contact en uitdaging waarbij het boeiend is te zien dat haar bewegingen hoewel van eenzelfde strakke mathematiek door die andere interesse een andere expressie krijgt. Het is geen verbluffende maar wel zeer gave en met name door Micheline Gykiere zeer goed uitgevoerde produktie.

Meer dan de moeite waard is de nieuwe choreografie van de kersverse artistiek leidster van Reflex, Patrizia Tuerlings. Haar Hymne an die kleinen Freuden is een uiterst knap geconstueerd werk met een relativerende humor die geheel uit de gehanteerde inventieve bewegingstaal voortkomt. Begeleid door smeuige salonmuziekjes zijn de vier mannen, later aangevuld met twee vrouwen gewikkeld in een milde competitie die geen overwinnaars kent. Een lange bank vormt een belangrijk middelpunt in de actie. In het begin bewegen de mannen volstrekt synchroon alsof niemand wil onderdoen voor de ander maar dan breekt hun individualiteit los en wordt de ruimte in beslag genomen. De vrouwen laten vanaf hun entree al direct een eigen persoonlijkheid zien. Het is allemaal heel speels en fris, geraffineerd van timing, grillig en driftig van beweging zowel in de grote wijde mouvementen als in kleine details. Een uitstekend ballet dat de dansers van Reflex als een handschoen past en dat laat zien dat Patrizia Tuerlings een choreografe is met een volstrekt eigen signatuur en een die haar vak verstaat. Een aanwinst voor de Nederlandse dans.