Censuur in de Poolse media vervangen door zelfcensuur

WARSCHAU, 1 mei - De nieuwe vrijheid is in Polen een nieuw begin voor de media geworden. Vrijwel dagelijks verschijnen er nieuwe kranten en tijdschriften, bij elkaar nu al meer dan 400 in acht maanden. Onlangs zagen op dezelfde dag de nieuwe bladen Czas (Tijd) en Najwyzszy Czas (Hoogste Tijd) het licht. Vrijwel dagelijks verdwijnen er ook bladen. En wat bestond, wat onder het socialisme mocht bestaan, is er vaak heel anders gaan uitzien. Het voormalige orgaan van de commmunistische partij Trybuna Ludu heet nu Trybuna, heeft een andere staf, is een andere krant, geen goede krant, maar wel een andere. Waar de oude staf heen is is een van de beter bewaarde geheimpjes van het nieuwe Polen.

Maar ook de nieuwe vrijheid brengt zo haar problemen met zich mee. In bijna een halve eeuw socialisme is een cultuur ontstaan waarin een nieuwe identiteit wel kan worden gezocht, maar niet direct wordt gevonden. Barbara Malak, voorlichter van Solidariteit in Gdansk, beklaagt zich bitter over de Poolse televisie, die zo klungelig met de uitgedeelde informatie omspringt dat ze van haar inspanningen weinig terecht ziet komen. De censuur, die onlangs formeel is opgeheven, heeft, zegt Barbara Malak, plaatsgemaakt voor zelfcensuur.

Er zijn onderwerpen waarover niet kan worden geschreven: Walesa is zo'n taboe-onderwerp, kardinaal Glemp, de paus. 'Journalisten zijn vooral bezig met het oplossen van hun eigen psychische problemen, ontstaan door zoveel jaren van afhankelijkheid. Er zijn kranten, tijdschriften, programma's, maar er is geen informatie, er zijn alleen commentaren.'

Toen onlangs een belangrijk adviesorgaan van Walesa werd uitgebreid was er niet een krant in heel Polen die de namen van de nieuwe leden afdrukte, omdat een van die nieuwelingen op zijn zachtst gezegd omstreden was. Taboes zijn verdwenen, nieuwe taboes worden geschapen: zelfcensuur. De Poolse kranten, zegt de journalist Jan Brylowski, lopen om de problemen heen, geven geen suggesties voor oplossingen, zijn honden die alleen maar blaffen.

Niet alles wat is verschenen is goed. De nieuwe vrijheid brengt ook nieuwe bladen van nieuwe, agressief-nationalistische partijen, bladen die, zoals onlangs Ojczyzna (Vaderland), op de eerste pagina van het eerste nummer te keer gaan tegen de 'beestachtige' aanklagers van vroeger die zo lang hebben getracht hen, de nationalisten, uit 'het leven, de herinnering en de geschiedenis' te elimineren, en die in een adem door hun 'Poolse broeders en zusters en de inwoners van Silezie, Pommeren, Warmie en Mazurie' waarschuwen dat 'de Duitsers eeuwenlang in het geheim en openlijk Slaven hebben vermoord' en dat wij Polen op onze hoede moeten blijven.

En niet alles wat verdwijnt is slecht. PWA is verdwenen. PWA heeft als gevolg van de nieuwe vrijheid het loodje gelegd. Het was oorspronkelijk een ondergronds blad, opgericht tijdens de staat van beleg, en in het nieuwe Polen, met zijn nieuwe taboes en taboetjes en zijn nieuwe conformisme en zijn nieuwe zelfcensuur, is dat in elk geval voor de kritische intellectuelen die PWA lazen een onherstelbaar gemis.

PWA, een ongemakkelijk, vaak provocerend weekblad, was een geval apart in de mediawereld. PWA was het enige blad in Polen dat in januari de controversiele uitlatingen durfde afdrukken die Lech Walesa in een interview met La Stampa had gebezigd, uitlatingen die erop neerkwamen dat de regering van premier Mazowiecki maar een tijdelijke regering was en dat hij, Walesa, de zaak zou overnemen zodra hij daar reden toe zag. PWA was het enige blad dat radicale kritiek op de regering durfde uiten, was het enige blad dat de anti-semitische preek van kardinaal Glemp in Czestochowa, vorig jaar, durfde hekelen, was ook de enige krant die zich radicaal tegen het kerkelijke optreden in de Auschwitz-affaire en tegen het optreden van het episcopaat in het algemeen durfde keren.

Jan Brylowski heeft vanaf de geheime geboorte bij PWA - de afkorting staat voor Tijdschrift Persbureaunieuws - gewerkt, van het eerste nummer in 1984 tot het 230ste en laatste nummer, eind maart. Zeven mensen werkten bij PWA, zegt hij. Geen beroepsjournalisten, maar psychologen, filosofen en schrijvers die het journalistieke vak zijn gaan leren. In het begin waren het vooral de arbeiders van de fabrieken waar PWA illegaal werd verspreid die het onregelmatig verschijnende blad lazen, later verschoof het accent naar een intellectueel lezerspubliek. De oplage in de illegaliteit schommelde rondom de dertigduizend.

PWA is het slachtoffer geworden van de principiele weigering van de staf het wekelijkse produkt aan de censor voor te leggen. Door die weigering kon het blad niet worden opgenomen in het officiele verspreidingscircuit en lag het niet in de kiosken. Brylowski: 'Elke krant kreeg op elke verschijningsdag van de censor een registratienummer. Zonder dat nummer mag het niet via de officiele distributiecentra worden verspreid. PWA was dus aangewezen op zijn eigen inventiviteit, zijn eigen distributienet.' Het resultaat was dat de koper slechts met veel moeite en inspanning aan een los nummer kon komen. Bij de opheffing had PWA een oplage van tienduizend exemplaren. Brylowski: 'We zijn het slachtoffer geworden van het trage tempo van de hervormingen: als de censuur eerder was opgeheven hadden we het gered.' Hij heeft niet veel op met de regering van Tadeusz Mazowiecki. 'Er is een spreekwoord: God werkt langzaam maar rechtvaardig. Mazowiecki doet zijn best God te evenaren, maar alleen in de snelheid.'

Er zijn na de verdwijning van PWA geen lastige bladen meer in Polen. Trybuna is niet lastig, omdat Trybuna bang is te verdwijnen nu de bezittingen van de voormalige partij in andere handen overgaan. Gazeta Wyborcza, het dagblad van Solidariteit, is niet lastig omdat het een partner van de regering is. Er zijn hooguit nog lastige artikelen, in het blad Po Prostu bijvoorbeeld, dat dertig jaar geleden de rol van PWA speelde, of in Tygodnik Powszechne, katholiek weekblad te Krakow.

PWA, zegt Brylowski, heeft nooit concessies willen doen. Het blad voorleggen aan de censor - tandeloos sinds september, nu opgeheven - zou een concessie zijn geweest. 'Nee, geen concessies. Vroeger liep het blad goed. Toen we vermoedden dat dat kwam doordat we het logo van Solidariteit op de voorpagina hadden, hebben we het weggehaald. We wilden ons succes niet aan een logo te danken hebben en waarom zouden ze ons laten registreren bij de censor? We hebben dat stervende beest niet te eten willen geven. Misschien is PWA nooit werkelijk uit de ondergrondse te voorschijn gekomen.'