Rekening-rijden zinkt weg in organisatorisch drijfzand

DEN HAAG, 26 april - Het moet een gevoelige tik zijn geweest die minister Maij-Weggen (verkeer) dinsdagavond in het torentje van premier Lubbers op het Binnenhof kreeg te incasseren. In aanwezigheid van de premier zelf, de fractieleiders Brinkman en Woltgens en de verkeersspecialisten van de regeringsfracties Hennekam (CDA) en Castricum (PvdA) werd het troetelkind van haar departement ten grave gedragen.

Rekening-rijden moet voorlopig maar niet worden ingevoerd, maakten de fracties aan Maij-Weggen duidelijk. Niemand weet wat het precies kost, hoe fraudegevoelig het is en of het ooit op een maatschappelijk draagvlak kan rekenen. Dat, zo luidde de boodschap, is te veel drijfzand om een deugdelijk verkeersbeleid op te funderen.

Vorige maand nog sprak Maij-Weggen de hoop uit dat de Tweede Kamer spoedig het licht op groen zou zetten voor rekening-rijden, omdat het onderzoek daarnaar inmiddels zover is gevorderd dat aan de industrie opdrachten moeten worden gegeven om de theorie om te zetten in praktische proefnemingen. Maar in de Tweede Kamer zijn de handen voor de elektronische tolheffing nooit op elkaar gegaan, al heeft het aan een echt debat daarover tot nu toe ontbroken. Ambtenaren van Verkeer en Waterstaat voelden de bui al aankomen toen zij onlangs in een notitie over rekening-rijden lieten weten dat het tijd werd technici en politici met elkaar in contact te brengen.

Het was de 'hoeksteen van het beleid', zo heette het in de dagen van Smit-Kroes op verkeer en waterstaat als het ging om een kwalificatie van rekening-rijden. Een elektronisch systeem van tolheffing waarmee autorijden naar plaats en tijd duurder kon worden gemaakt. Na aanvankelijke scepsis werd ook de nieuwe minister, Maij-Weggen, op het departement bekeerd tot aanhangster van rekening-rijden. In een concept van haar verkeersplannen voor de komende jaren wordt over rekening-rijden gezegd dat het een 'zeer cruciale rol speelt in het verkeers- en vervoersbeleid'. Hoeksteen of niet, cruciaal of niet, Maij-Weggen, zo is haar deze week te verstaan gegeven, moet maar met andere voorstellen komen. Hoe moeten nu straks de private financiers van de nieuwe tunnels in de Randstad worden betaald, als die al worden gebouwd? Het was de minister zelf die tijdens de behandeling van haar begroting eerder dit jaar rekening-rijden en tunnelbouw als onlosmakelijk met elkaar verbond.

Accijnsverhogingen is natuurlijk een mogelijkheid, maar geen onuitputtelijke. Voor volgend jaar mag Maij-Weggen op instemming van de fracties rekenen, maar voor daarna zijn de mogelijkheden beperkt. Zelf heeft de minister al eens gezegd dat motorbrandstof eigenlijk alleen in Europees verband duurder kan worden gemaakt. Verder wordt in Den Haag driftig gespeculeerd op de invoering van een kapitaaldienst bij de rijksbegroting die meer ruimte zou scheppen voor het doen van overheidsinvesteringen. Ook is het mogelijk de tunnelbouw - over de wenselijkheid waarvan de regeringspartijen verdeeld zijn - gewoon uit het rijkswegenfonds te betalen, op de gebruikelijke wijze voor dit soort infrastructuur. En zelfs ouderwetse tolheffing met slagbomen wordt genoemd.

Het is aan de minister, zo hebben de regeringsfracties duidelijk gemaakt, om met voorstellen te komen. Een definitieve streep door rekening-rijden betekent hoe dan ook een financieringsbron minder. Dat maakt, op zijn zachtst gezegd, de kans op de bouw van vier nieuwe tunnels niet groter.