Rol 'flapschakelaar' cruciaal in zaak vliegtuigongeluk; Duurbetaalde luchtfotografie

Hoe vaak wordt aan piloten die met een fotograaf de lucht in gaan niet gevraagd wat lager te vliegen? Lager dan de toegestane hoogte, zodat er nog mooiere plaatjes kunnen worden geschoten? De piloot die zaterdagmiddag 17 juni 1989 met een eenmotorig sportvliegtuigje, een Cessna 152, van Schiphol opsteeg, kreeg dat verzoek vlak voor de start. 'Dat zullen we wel zien', had hij geantwoord. Een kwartier na het opstijgen kwam de Cessna in moeilijkheden en stortte neer in een grote vijver in het Haarlemmermeerse bos bij Hoofddorp, tot ontsteltenis van de vele recreanten die zich op die zonnige zomerdag op en om de plas bevonden. De 52-jarige piloot overleefde het ongeluk. Zijn passagier, de 39-jarige persfotograaf Habby E. Wilst, die een concours hippique in het bos vanuit de lucht wilde fotograferen, kwam om het leven.

Donderdag boog de Raad voor de luchtvaart zich voor de tweede keer over de zaak. Had de piloot, die werd omschreven als een 'conscientieuze en bekwame verkeersvlieger', aan de wens om lager dan de toegestane 500 voet (150 meter) te vliegen gevolg gegeven? Zelf beweerde hij van niet. De piloot argumenteerde dat hij wel gek had moeten zijn om dergelijke fratsen uit te halen boven een bos waarin het wemelde van de rijkspolitie en waar bovendien de collega-vliegers van Schiphol en masse van de zon genoten. 'Maar waarom zei u niet meteen tegen die fotograaf: daar komt niets van in, hoe haal je het in je hoofd', vroeg de voorzitter van de raad, mr. C. Stol. 'Om de sfeer niet te bederven, omdat het niet aardig is om onmiddellijk nee te zeggen', sprong raadsman mr. dr. A. A. van Wijk zijn client bij.

Hendel

Uit het vooronderzoek was gebleken dat de zwaar gebouwde fotograaf, die hangend uit het raam en draaiend in de nauwe ruimte tussen stoel en instrumentenpaneel zijn opnames maakte, per ongeluk een hendel op het paneel moet hebben geraakt. Bij een van zijn bruuske bewegingen zette hij, waarschijnlijk met zijn linkerelleboog, de 'flapschakelaar' op voluit. Met deze schakelaar kunnen de flappen aan de vleugels in verschillende posities worden gezet om de weerstand te verminderen of te vergroten.

Voorzitter Stol vond het onbegrijpelijk dat de piloot de passagier niet tot meer kalmte had gemaand. 'U had te maken met een zeer enthousiaste fotograaf die maar een doel had: foto's maken. Als een passagier voorin een auto zich woelig gedraagt zeg je toch ook dat hij een beetje voorzichtig moet zijn?' Doordat de flappen geheel uit kwamen te staan, verloor het toestel hoogte en snelheid. De piloot had niet in de gaten wat de oorzaak daarvan was, omdat het lichaam van de fotograaf hem het zicht op de schakelaar benam. 'Als een zwaar iemand naast je zit kun je die hendel alleen zien door naar voren te buigen', aldus de vlieger. 'Ik probeerde op te trekken door vol gas te geven, maar het toestel bleef doorzakken. In een normale situatie was mijn reactie zeker voldoende geweest. ' De vlieger verklaarde dat hij verscheidene malen probeerde het volgens hem snelle hoogteverlies te herstellen door de gashendel in de maximale stand te zetten. Toen ze tot 300 voet (90 meter) waren gedaald, waarschuwde hij de fotograaf. 'We hebben een probleem', zei hij. Wilts reageerde niet, maar ging door met knippen. 'Misschien heeft hij me niet gehoord, omdat het raam open stond.' Te oordelen naar de beschrijving van de vlieger had het vliegtuig zichtbaar hoogte moeten verliezen. Getuigen echter, onder wie enkele deskundigen, zagen een rustig horizontaal vliegend toestel voorbijkomen, dat niet noemenswaardig aan het dalen was. Getuige B. W. S. Tuin, vlieger bij de KLM en met 120 uur ervaring op een Cessna 152, zat die bewuste dag op het strandje bij de vijver, toen zijn aandacht werd getrokken door het geluid van een klein vliegtuig. 'Ik schatte de hoogte op hooguit 100 meter. Wat me het meeste opviel was de lage snelheid, daarom keek ik of er misschien een reclamesleep achter hing. Toen merkte ik dat de flappen uit stonden. Ik vond dat hij laag zat en hij bleef laag, maar ik heb hem niet zien zakken, het dalen ging heel geleidelijk. En pas op het laatste moment heb ik gehoord dat er wat gas werd bijgegeven.'

Foto's

Voor vooronderzoeker ir. H. N. Wolleswinkel van de Rijksluchtvaartdienst was de zaak duidelijk. De politie heeft berekeningen gemaakt aan de hand van de laatste foto's die Wilts maakte. Die kloppen precies met de hoogteschattingen van de getuigen. Er blijkt volgens Wolleswinkel uit dat de vlieghoogte niet meer dan 150 voet moet zijn geweest op het punt waar de piloot nog van 400 voet sprak. De conclusie van Wolleswinkel: de Cessna zat al laag voordat de fotograaf tegen de hendel stootte. Had het vliegtuig op dat moment op de vereiste hoogte gevlogen dan had de piloot de situatie nog meester kunnen worden. 'Door de geringe hoogte echter had hij zijn veiligheidsmarges verspeeld, waardoor hij niet meer effectief kon handelen', zei de vooronderzoeker. Hij verweet de piloot tevens dat hij te laat en niet adequaat genoeg had gereageerd. Als 'verzachtende omstandigheid' gold volgens hem dat K. niet zelf de flappen had uitgezet en daarom verrast werd door het veranderende gedrag van het toestel. 'Dat is geen verzachtende omstandigheid maar de hoofdoorzaak', wierp raadsman Van Wijk tegen. 'De piloot vloog niet te laag en heeft wel degelijk adequaat gereageerd, maar ging uit van normale omstandigheden. Hij is in een fuik geraakt waaruit geen ontsnapping meer mogelijk was.' Wolleswinkel verwierp de bezwaren en zei 'een ernstige correctie' op zijn plaats te vinden. Hij adviseerde de raad de piloot voor de duur van een jaar zijn bevoegdheden tot het besturen van Nederlandse vliegtuigen beneden 2.000 kilo te ontnemen. Verder wilde hij niet gaan om de vlieger, die bij een Nederlandse luchtvaartmaatschappij op grotere toestellen vliegt, zijn broodwinning niet te ontnemen.

Niet bekend