Farmacochemicus prof. dr. Aalt Bast: 'Het verschil tussenvoedsel, gif en medicijn is vaak een nuance'

In zijn inaugurale rede, anderhalf jaar na zijn benoeming als hoogleraar aan de Vrije Universiteit, zaaide de farmacochemicus prof. dr. Aalt Bast (36) anderhalve week geleden veel verwarring. Volgens Bast kan men aardappels, rabarber, selenium en zuurstof met evenveel recht beschouwen als voedsel, als vergif of als een geneesmiddel.

Bent u werkelijk van plan zich in uw verdere carriere op te werpen als iemand die gevaarlijk maakt wat iedereen als veilig beoordeelt?

'Ik wilde duidelijk maken dat het verschil tussen voedsel, gif en medicijn niet zo groot is. Dat zijn nuanceverschillen. Een vergif kan een geneesmiddel zijn op het moment dat het selectief toxisch is. Een nutrient kan een geneesmiddel zijn wanneer het lichaam er te weinig van heeft. Het hangt allemaal af van de concentraties waarin je een stof binnen hebt of binnen krijgt. En van de normen die men stelt: in aardappelen zitten soms meer natuurlijke giftige stoffen dan bestrijdingsmiddelen waar ze mee bespoten zijn. Om de natuurlijke gifstoffen maakt bijna niemand zich druk; om de bestrijdingsmiddelen wel.

Natuurlijk veranderen de inzichten: selenium is een mooi voorbeeld. De deskundigen noemden het in 1930 toxisch, in 1943 kankerverwekkend, in 1957 werd het als een essentieel sporenelement gekenmerkt, terwijl het tegenwoordig vaak wordt beschreven als een stof die kanker voorkomt. In China kwamen in de jaren zestig in verschillende gebieden zowel seleenvergiftiging als gebreksziekten door selenium onder de bevolking voor. In sommige streken bevat de steenkool veel selenium. De boeren gebruikten de as als meststof, waardoor het element in te hoge concentraties in het voedsel kwam. Haaruitval en nagelverlies waren het gevolg.

In die tijd ontdekte men ook dat de tot dan toe onbegrepen dodelijke ziekte van Keshan, genoemd naar de provincie waar hij sinds 1907 voor het eerst werd beschreven, door seleniumgebrek wordt veroorzaakt. Het is een hartziekte die gepaard gaat met hevig braken en tot een plotselinge dood leidt. Ook in Nieuw-Zeeland en Finland zijn gebieden waar vrijwel geen selenium in de grond zit. Men gebruikt er seleniumhoudende kunstmest of de bevolking slikt seleniumhoudende pillen.

Zo zie je dat een nutrient waar gebrek aan is een geneesmiddel kan worden. In een groot onderzoek in Finland is vorig jaar aangetoond dat een laag seleniumgehalte in het bloedserum de kans op longkanker vergroot.

In hoge concentratie is selenium dus een gif, in lage concentratie is het een onmisbaar sporenelement in ons voedsel. Doordat men inmiddels weet wat selenium in ons lichaam doet, is er een geneesmiddel op basis van selenium ontwikkeld.'Wat heeft dat allemaal te maken met de rol die zuurstof in ons lichaam speelt. Daar doet u toch onderzoek naar?

'Wie geen lucht krijgt stikt, dat is duidelijk. In eerste instantie lijkt zuurstof gezond en noodzakelijk. Maar zuurstof heeft ook giftige eigenschappen. De meeste mensen weten wel dat het niet gezond is om lang achter elkaar zuivere zuurstof in te ademen. In de lucht die we normaal inademen zit maar ongeveer 20 procent zuurstof. Net als selenium en de andere voorbeelden waar ik mijn oratie mee begon kan ook zuurstof voedsel, geneesmiddel en gif zijn. Dat is voor veel mensen nog een verrassing.

Mij gaat het overigens niet zozeer om de luchtzuurstof, maar om de zuurstofradicalen die in ons lichaam onontkoombaar bij de stofwisseling ontstaan. De zuurstof die we inademen en als water ons lichaam weer verlaat, wordt uitsluitend via zuurstofradicalen in vier stappen wordt omgezet van O in twee O--atomen. Ik weet niet precies welk deel van de ingeademde zuurstof dat is, maar het is wel veel. Die radicalen zijn dus domweg fysisch noodzakelijk, maar spelen ook fysiologisch een belangrijke rol. Zulke radicalen zijn ook zeer reactief en kunnen uiterst giftig zijn.'

We worden dus eigenlijk levenslang vergiftigd?

'Normaal zijn er een aantal molekulaire systemen die het lichaam behoeden voor schade door die radicalen. We noemen ze radicaalvangers, of algemener anti-oxydantia. Die beschermsystemen zijn al heel vroeg in de evolutie ontstaan, waarschijnlijk zelfs toen er voor het eerst zuurstof in de aardse atmosfeer voorkwam die zeer schadelijk was voor de toen levende anaerobe organismen. De cytochromen, een klasse van enzymen, spelen er een belangrijke rol in.

Belangrijk is dat de vorming en verwijdering in balans moet zijn. De laatste jaren vinden we steeds vaker combinaties van radicaalvormers en radicaalvangers die altijd in hoge concentratie bij elkaar voorkomen. Ze blijken noodzakelijk elkaars begeleiders te zijn. Als ze uit evenwicht raken dreigt ziekte en zou je moeten kunnen ingrijpen. Ik moet wel zeggen: voor we zover zijn moeten we een veel beter inzicht krijgen in het verloop op moleculair niveau van de normale stofwisseling en die in geval van ziekte. De farmacoloog en farmacochemicus zouden daarom moeten samenwerken met een moleculair pathofysioloog, een discipline die ik ter gelegenheid van mijn oratie heb bedacht.'

Is er al vast te stellen wanneer die balans verstoord is?

'Als er gif in het spel is stel je meestal normen. Die vertaal je in beleid: de stof mag ergens niet meer voorkomen, of de blootstelling moet lager zijn dan een bepaalde concentratie.

Voor zuurstofradicalen kun je wel normen stellen, maar die kun je vervolgens niet vertalen in beleid. Je kunt niet zeggen dat je minder zuurstof moet inademen. Toch spelen zuurstofradicalen bij nogal wat ziekten een rol. Normen zijn dus toch zo gek nog niet. Wat mij betreft komt dan de farmacoloog in het spel, want die moet de normen vertalen in behandeling met de juiste geneesmiddelen. Die geneesmiddelen moeten het teveel aan zuurstofradicalen wegvangen. Dat moet selectief gebeuren, alleen op plaatsen die door ziekten worden bedreigd. Je moet ze niet overal wegvangen. Het geneesmiddel met selenium waar ik het net over had is trouwens een prima radicalenvanger. Het selenium is op zo'n manier aan een ander molecuul verbonden dat de giftige werking van selenium voorkomen wordt, maar de radicaalvangende functie intact blijft.'

Is er een mogelijkheid om radicaalvangers specifiek op een bepaalde plaats te krijgen? Radicalen vangen is immers een heel algemeen proces; de molekulen die dat doen werken zelfs buiten het lichaam.

'Dat is de uitdaging voor de toekomst. Er zijn inmiddels wat aanknopingspunten. Zo weten we dat vitamine E, een bekende radicalenvanger die zich in de membranen nestelt, dat bij voorkeur doet in membranen die al beschadigd zijn. Je ziet dus dat het selectieve proces al in de fysiologie al aanwezig is. Je zou kunnen proberen stoffen te maken die dezelfde eigenschappen hebben als vitamine E, maar nog beter de beschadigde membranen weten te vinden.'

Schade door radicalen wordt vaak in verband gebracht met ouderdomsziekten. Als uw vakgebied successen behaalt, in hoeverre kunnen we dan ouder worden?

'Ik denk dat je met geneesmiddelen die gebaseerd zijn op radicaalvangers de eindleeftijd niet verder opschuift: bij 120 jaar is het gebeurd. Deze stoffen beinvloeden niet zozeer het verouderingsproces als wel de ziekten die gepaard gaan met veroudering. Het effect zou dus op zijn hoogst zijn dat mensen minder ouderdomsziekten krijgen en de gemiddelde leeftijd nog wat toeneemt.'

Van welke ouderdomsziekten weet men tegenwoordig zeker dat er radicaalvorming bij optreedt?

'Staar, Parkinson, multi-infarctdementie (dus niet Alzheimerdementie), bloeddrukveranderingen, suikerziekte. De lijst is nog langer hoor, maar we weten vaak nog niet of de optredende radicalen oorzaak of gevolg zijn.

De laatste jaren merken we steeds vaker dat voor veel ziekten wel verklaringen bestaan, maar dat onvoldoende rekening is gehouden met de invloed van zuurstofradicalen. Hetzelfde is het geval met enkele geneesmiddelen, bijvoorbeeld de anti-aritmica, middelen tegen een onregelmatige hartslag. De werking daarvan is farmacologisch goed beschreven. Maar als je naar de molekuulstructuur kijkt dan zie je dat het ook perfecte anti-oxydantia zijn. Anti-aritmica zijn vaak nodig na een hartaanval waarbij zuurstofradicalen schade kunnen veroorzaken. Daarover heeft onze vakgroep net gepubliceerd. We hebben geschreven dat het goed zou zijn het radicaalvangend deel van het molekuul zo te veranderen dat het zijn werk nog beter doet. Het aritmie-beinvloedend deel, gebaseerd op stabilisatie van ionenkanalen in het membraan, kan dan gelijk blijven. Ook tijdens een hartaanval, in een periode van stilstand van de bloedsomloop, spelen radicalen een grote rol. Je kunt schade voorkomen door tijdens of vlak na het herstel van de doorstroming anti-oxydantia toe te voegen.'

Dus iemand die na een hartaanval op tijd in een ziekenhuis arriveert zou naast een stolseloplosser ook direct een anti-oxydant moeten krijgen?

'Daarmee wordt geexperimenteerd.'

In de oratie noemde u het hongeroedeem, de dikke buikjes door voedseltekort, als mogelijk gevolg van schade door zuurstofradicalen. Het is nog een hypothese, maar als hij waar is zou de eerste voedseltoediening die nu bij hulp gegeven wordt fout zijn.

'Er wordt als een soort energiestoot een mengsel van vet, melk en suiker gegeven. Suiker en vet zijn echter extreem oxydatiegevoelig. Bij oxydatie ontstaan radicalen, ook bij ons en andere gezonde mensen. Het verschil is dat die ondervoede mensen te weinig radicaalvangers hebben. De roodachtige verkleuring van het haar bij ondervoede zwarte kindertjes wijst bijvoorbeeld op schade door peroxyden. Als dit allemaal waar is zouden ze eerst antioxydantia moeten krijgen en daarna pas energierijk voedsel.'

U zoekt steeds naar de effecten van zuurstofradicalen en radicaalvangers bij welomschreven ziektebeelden. Betekent dat dat u tegen het slikken van middelen tegen zuurstofradicalen in het algemeen bent, zoals dat in de alternatieve geneeskunde wel wordt aangeraden?

'Radicalen hebben in normale omstandigheden een hele duidelijke rol in de fysiologie. Het kan dus niet goed zijn om overal op alle plaatsen de radicaaldruk te verminderen.'Welke nuttige rol spelen radicalen dan in de fysiologie?'

Bijvoorbeeld bij de spiercontractie. Of bij bepaalde enzymatische processen waarmee schadelijke stoffen uit het lichaam worden verwijderd.'Is het niet zo dat de alternatieve genezers eerder wisten wat de reguliere geneeskunde zich nu met moeite eigen maakt?

'Om op het voorbeeld van selenium terug te komen: je hoort wel dat de orthomoleculaire genezers veel met selenium werkten en dat de reguliere geneeskunde die stof toen heeft ovrrgenomen omdat ze doorkreeg dat er toch wel iets in moest zitten. Ik denk niet dat de invloed van de orthomoleculaire wetenschap zo groot is. Wat ik wel jammer vind is dat de orthomoleculaire wetenschap zo slecht onderbouwd is. Natuurlijk is het niet allemaal waardeloos waar ze mee bezig zijn. Maar het slikken van een enzym als superoxydedismutase, in de cel een perfecte radicalenvanger, is echt onzin. Er is geen sprake van dat een enzymmolekuul onbeschadigd de darmwand passeert. En dan de manier waarop ze adverteren! Ik vind dat jammer. Dat geldt niet alleen voor de orthomoleculaire richting, maar ook voor kruidentherapieen: er zal wel wat in zitten, maar het allemaal zo slecht onderbouwd. In die kruiden zitten vast componenten die actief zijn, maar zoek dat dan eens uit en zet niet in een advertentie: omkering van het ouderdomsproces. Daar is geen wetenschappelijke basis voor.

'Zoeken ze wel eens contact met u of uw vakgroep farmacochemie?

'Nee'.

Zoudt u hun middelen willen onderzoeken?

'Ja, maar dan op een goede manier, zodat het resultaat in goede wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd kan worden.'

Toch is de vrije-radicaaltherapie een veld waar alternatief en regulier elkaar ontmoeten.

'Ongetwijfeld. Het leent zich ook wel heel sterk om er een semi-wetenschappelijk sausje over te gieten. Dat zie ik niet alleen in de alternatieve hoek, maar ook in de klinisch-medische hoek. Er komt van daar uit een enorme stroom boeken en congresverslagen los. Of dat allemaal recht doet aan het vakgebied van de vrije radicalen vraag ik me evenzeer af.'