Artikel ontketent polemiek over Afrikaans; Maagbom voorkaaskop

Kaaskop skiet 'n bok, 'n Hollander foeter met Afrikaans se geneuk, Eppink pleeg die maagbom. Wat bij het Nederlandse publiek op de lachspieren werkt, kan bij de inwoners van een ander land worden ervaren als valse spot, grove belediging of diepe krenking. Twee Afrikaanstalige kranten spuwden dezer weken hun gal op het artikel 'Afrikaans, een apart taaltje' dat eind vorig jaar op de Achterpagina van deze krant verscheen.

Het artikel bevatte een compilatie van woorden en uitdrukkingen uit de nieuwste druk van Zuid-Afrika's Nasionale Woordeboek, begrippen die Nederlanders amusant in de oren klinken of die een heel andere betekenis hebben dan de meeste Nederlanders op het eerste gezicht denken. Zo klinken Afrikaner woorden als moltrein (metro), hyser (lift), lugwaardin (stewardess) wipmat (trampoline) en maagbom (onverteerbaar stuk gebak) ons vertrouwd in de oren hoewel de meesten de echte betekenis in het Afrikaans toch wel moeten raden. Andere Afrikaanse woorden zoals flikker (knipperen), neuk (stoten) en verneukbeentjie (telefoonbotje) of warmpatat (een vurig meisje) en malkop (een levenslustig persoon) hebben voor Nederlanders een dubbelzinnige of merkwaardige klank, maar voor Afrikaners hebben deze woorden nu juist een heel onschuldige betekenis.

De compilatie van woorden en uitdrukkingen - overgoten met wat ironie en dubbelzinnige woordspelingen - schoten veel Afrikaners in het verkeerde keelgat. Onder de kop Kaaskop skiet 'n bok reageert Pieter Spaarwater van Die Burger begin deze maand furieus op het volgens hem neerbuigende artikel van een slecht geinformeerde Nederlander. 'Van maagbomme gepraat. Niks kan 'n groter maagbom wees as 'n oningeligte Kaaskop-joernalis wat probeer om Afrikaans minagtend af te maak as 'n kinderagtige 'taaltje' nie. Soos ene Derk-Jan Eppink onlangs in die dagblad NRC Handelsblad gedoen het. Maagbom? Die woordeboek se dis 'n onverteerbare kluitjie of vetkoek, maar hoeveel mense ken en gebruik nog die ou woord? Eppink noem dit as 'n voorbeeld van Afrikaans se kinderagtige woordmakery. Genoemde meneer is nog minder verteerbaar as 'n maagbom' (... .). Dis die Eppinks van die lewe wat die hele spul verpes. Ons het ook sulkes, maar die ondervinding het geleer dat Nederland meer het. En as hy toevallig 'n joernalis-Eppink is, is hy in sy land byna onaantasbaar.'

Toespelingen

Ook Johann Botha ziet in Beeld en Die Burger kwade opzet in het 'smalende en neerhalende artikel' over het Afrikaans. 'n Hollander foeter met Afrikaans se geneuk staat als kop boven een artikel waarin Botha in de dubbelzinnige toespelingen een poging meent te ontdekken om de taal van de Afrikaners belachelijk te maken. 'Veral skreeusnaaks vind Eppink 'n frase soos die meisie gooi haar flikkers. Met smaak vertel hy hoe die Afrikaners afsku bely oor sulke 'verboden vruchten', maar Sondae na die kerk nie kan wag om die Sondagkoerante te koop nie. Dit verskaf hulle 'heimelijke genoegens' om van hierdie sondige dinge te weet. En ka-ka-ka lag Eppink vir die betekenis van neuk in Afrikaans - dit is niets anders dan het Oudhollandse woord voor stoten.'

Hoewel Botha vooral de toonzetting van het artikel minachtend vond, heeft hij toch oog voor de spraakverwarring die kan ontstaan tussen twee talen van dezelfde stam en ontdekt hij hoe de compilatie van dubbelzinnige woorden tot stand is gekomen. 'As 'n mens nou daarop let dat flikker vir die Hollander dui op moffie, dat neuk dui op die geslagsdaad, dat kop gebruik word vir diere, nie vir mense nie, en dat patat gebruik word vir aartappelskyfies, begin die beginsel waarvolgens Eppink woorde uit die Nasionale Woordeboek gekies het, vir jou mooi duidelijk word.' Voor Afrikaners is hun taal heilig, en zelfs een vermeende kritische noot al snel een poging tot heiligschennis, zeker als de auteur 'n Hollander is. De gespannen verhouding tussen de Afrikaner taal en die van zijn stamland uit zich makkelijk in spraakverwarring. En de liefesrelatie die in de dagen van Paul Kruger tussen Nederlanders en hun afstammelingen op de zuidpunt van Afrika bestond, is vertroebeld door vele irritaties, zoniet wederzijdse afkeer: een Nederlander gaat niet graag door voor 'Zuidafrikaan' en een Afrikaner voorziet zich niet graag van het etiket Hollander. Voor veel Afrikaners is het slechte in het menselijke wezen verpersoonlijkt in de duivel, 'n Hollander is nog een graadje erger want hij verraadt die stam. En voor conservatieve Afrikaners is 'n Hollander gewoon die drol in die drinkwater.

Brief

De felheid van de reacties van enkele belezen en vermoedelijk gematigde Afrikaners getuigen al van een sterke gevoeligheid zodra hun taal wordt besproken, zelfs een overgevoeligheid, die eind februari treffend werd geetaleerd door een docent van de universiteit van Stellenbosch, Dr. E. C. Britz, in een ingezonden brief. 'Onvergeeflijk is echter de aanmatiging waarmee Eppink zijn Nederlandse publiek over het Afrikaans onderricht. (...) Dat Eppink grinnikend over het Afrikaans mag schrijven heeft hij te danken aan apartheid, een politiek systeem dat veel ruimte voor journalistiek kattekwaad biedt, omdat Zuid-Afrika - en dus ook het Afrikaans - daardoor vogelvrij is verklaard.'

Britz krijgt bijval van Johann Botha die in Die Burger een tweede artikel wijdt aan de polemiek onder de kop G'n isolement: Eppink pleeg die maagbom. Botha: 'Agter die neiging om seunsagtige plesier te vind in die 'geestigheid' van Afrikaans, skuil iets kwaardaardigers, naamlik 'n Nederlandse meerderwaardigheidsgevoel.' En Pieter Spaarwater wil geen 'anti-Nederlandse tirade' ontketenen, hij brengt liever een onderscheid aan tussen de goede en slechte Nederlanders. 'Nee wat, 'n mens moet jou niet blind staar teen die wereld se Eppinks nie. Hoeveel lekkerder is dit nie om te skryf oor Nederlandse geesgenote soos Wim en Rini, Manda en John ect. - noem maar op nie. Goeie geselskap. Naweke op meneer Van der Net se plesierboot op die kanale en riviere. Wandelinge op die hei. Beskaafde, opgevoede mense wat nie daarvan sal droom om 'n toilet 'n poepdoos te noem nie. Daar is Nederlanders wat dit doen. En daar is Afrikaners wat ons ekwivalent daarvan gebruik. Maar dis Afrikaners en Nederlanders wat 'n mens liewer vermy. Miskien sal die boodskap nog deurdring tot Eppink: 'U heeft veel poepelderij op het lijf'. Dis om vir hom op sy 'geile' vlak te se hy is so aanmatigend dat hy dreig om daaraan te stik.'

    • Derk-Jan Eppink