'Zelden een storm gezien met zoveel water'

De twee dijkwachters uit Westkapelle kunnen er dinsdagmiddag niet over uit. Zoveel water, terwijl het pas over een uur vloed zal zijn. De golven slaan al volop tegen de duinen. De funderingen van de huisjes die 's zomers aan de duinrand staan komen alleen af en toe nog uit het kolkende schuim tevoorschijn.

Isaak Peene en Adrie Simonse rijden met hun terreinauto langs de duinovergangen tussen Zoutelande en Westkapelle. De ruitenwissers zwiepen op volle snelheid, uit de sproeier komt afwasmiddel om te voorkomen dat een zilte aanslag het zicht door de voorruit onmogelijk maakt. Het koppel ziet met eigen ogen wat Rijkswaterstaat eerder die week al had voorspeld: een extreem hoge waterstand, veroorzaakt door springvloed en een storm van windkracht 9. Volgens de getijdentabel zou de vloed 2,65 meter boven NAP uitkomen, maar Rijkswaterstaat ging vooralsnog uit van een peil dat daar ongeveer anderhalve meter boven zit: op veertig centimeter na de stand van het water tijdens de Watersnoodramp van 1953. Uiteindelijk zal die middag blijken dat ondanks die voorspelling het vloedwater niet boven de vier meter komt.

Maar dat is nog altijd heel hoog. De uitgebreide dijkbewaking blijkt geen overbodige luxe. Peene en Simonse hebben die middag dienst. Dat hadden ze de ochtend en de nacht ervoor ook. En als de storm aanhoudt, blijven ze in touw. Om de zes uur, bij eb en vloed, stappen ze in de jeep en maken ze hun ronde. Treffen de dijkwachters gaten in de dijk aan, dan waarschuwen ze reparatieploegen. De schade kan dan worden hersteld voordat de volgende vloed de kans krijgt verdere schade aan te richten. De Westkappelaars Peene en Simonse doen hun ronde op hun gemak. Bang voor een dijkdoorbraak zijn ze geenszins. In plaats daarvan maken ze zich vrolijk over een radio-uitzending waarbij een verslaggever vanuit Hilversum ongerust bij een Zeeuwse dijkgraaf informeerde of er met het slechte weer nu gevaar dreigde. 'Die lui van buiten de provincie snappen dat niet he', zegt Peene hoofdschuddend. 'Die denken dat de dijken hier niet tegen een behoorlijk stormpje kunnen.' Maar gevaar of niet: ook hij kan de gevolgen van het stormgeweld niet volledig wegpoetsen. Op het moment dat Peene op inspectie is, dobberen op de Westerschelde de veerboten tussen Vlissingen en Breskens inclusief alle passagiers hulpeloos rond. Vanwege de hoge waterstand kunnen de schepen niet afmeren aan hun vaste stek.

Bij Breskens worden over een lengte van honderden meters stenen uit een glooiing geslagen. Aan de andere kant van de Westerschelde bij Ritthem, verdwijnen ook stukken dijkbedekking in de golven. In Zeeland worden in totaal vele tonnen zand de Noordzee in gesleurd. Maar de dijken van Peene en Simonse geven nog geen krimp. De twee mannen vrezen wel dat een stuk iets voorbij Westkapelle schade zal oplopen. Via de mobilifoon voeren ze dus overleg voor reparatie die avond, zodra het tij zakt. 'Er moeten flink wat stenen bij worden gestort, en daar overheen asfalt. Voorkomen is beter dan genezen', vinden ze. Isaak Peene werkt sinds 1953 bij het Waterschap. Een paar dagen na de Watersnoodramp, toen de Westkappelse dijk behoorlijk was beschadigd, kwam hij in dienst. Sindsdien heeft hij menige storm meegemaakt. 'Maar een storm en waterstand als deze heb ik toch zelden gezien.'

Hij krabt eens aan zijn kin. 'De laatste keer dat het er zo aan toe ging, moet toch in de jaren zestig zijn geweest. Ik herinner me dat ik toen een week lang dag en nacht wacht heb gelopen'.

Romantisch? Peene vindt van niet. 't Is ellende. Je hebt geen tijd om fatsoenlijk te slapen en te eten. Je komt nergens aan toe. 't Is maar goed dat het niet zo vaak stormt. Anders zou ik een andere baan zoeken.'

De jeep draait het taluud van de Westkappelse Zeedijk op. Drommen toeristen spelen met de wind en golven. Op de kop van de dijk ter hoogte van het dorp Westkapelle verdwijnt een windscherm, gemaakt van rijshout, gedeeltelijk in de golven. 'Nee he', roepen de dijkwachters met hun neus tegen de voorruit. 'Niet ons windscherm'.

Maar ze snappen dat er geen houden aan is. 'Vorige week hebben we het geplaatst. Zwetend in de zon. We dachten dat de winter er op zat. En je ziet het. Het is voor niets geweest. '