Unilever groeit zonder beroep op beurs; concern betaalde aanovernames meer dan de beurswaarde van AKZO of ABN

AMSTERDAM, 28 febr. - Unilever gaf vorig jaar 5,8 miljard gulden uit aan nieuwe overnemingen. Dat is meer dan hele grote Nederlandse fondsen als Akzo, ABN of Elsevier op de beurs waard zijn. Voor die fl.5,8 miljard schafte Unilever 55 nieuwe dochters aan.

Anders dan vele andere bedrijven die groeiden door middel van acquisities hoefde Unilever geen beroep op de beurs te doen om deze aankopen te financieren. Dat kon met bankkrediet gebeuren.

Voor de aandeelhouders Unilever heeft dat als prettig gevolg dat de beurswaarde van het concern het afgelopen jaar ook met zo'n 5 miljard heeft kunnen stijgen, zonder dat hun bezit verwaterde. 'Mijnheer Boursin' en de andere aandeelhouders van de overgenomen bedrijven hebben hun geld gekregen, maar aandeelhouders Unilever zijn niets kwijtgeraakt. Unilever laat zien hoe door overnemen met behulp van de bank waarde worden gecreeerd.

In de tussentijd heeft Unilever de bruto-marge op zijn omzet nog een fractie opgevoerd tot meer dan 9 procent. Men vraagt zich langzamerhand af hoeveel meer winstmarge Unilever nog uit zijn omzet kan persen.

Maar dan heeft Unilever nog zijn eigen 'wig' tussen bruto en netto. Wanneer de rentelasten (die vorig jaar met 300 miljoen stegen en dit jaar verder zullen toenemen omdat ze dan over de hele 12 maanden tegen oplopende tarieven gelden) in de toekomst dank zij aflossingen weer teruglopen, kan de nettowinst zich meer voegen naar de bruto-lijn.

Veel van de markten waarop Unilever traditioneel werkzaam is, worden gekenmerkt door lage groeipercentages. Maar dat hoeft nog niet te betekenen dat Unilever op die markten niet kan groeien ten koste van de concurrentie, zelfs als die concurrentie niet wordt overgenomen.

Daar viel het afgelopen jaar weinig van te merken. De omzetgroei in volume bedroeg voor de bestaande activiteiten immers 4 procent en dat is ongeveer de groei van het bruto nationaal produkt in de voor Unilever belangrijke markten. Uit de door Unilever verstrekte gegevens is nauwelijks op te maken in hoeverre de verschillende bedrijfsonderdelen bijdroegen aan de omzetgroei in volume.

Maar het lijkt erop dat de levensmiddelen sterker groeiden dan de andere sectoren. En juist in de levensmiddelenmarkt moet Unilever qua groei het marktgemiddelde kunnen kloppen, omdat het concern ondanks zijn omvang in de wereldmarkt verhoudingsgewijs maar een klein deel voor zijn rekening neemt, zo is sinds ruim een jaar de boodschap.

Uit de cijfers lijkt het verder alsof Unilever in de sector agro tegenvallers heeft moeten incasseren, en ook met enige complicaties te kampen heeft in de hoogrenderende chemie - waar andere afnemers dan de traditionele klanten, de winkeliers, worden bediend.

Maar de precieze omvang van dat alles wordt bij Unilever mede versluierd door de verschillende valuta's waarin deze Brits-Nederlandse onderneming, die de laatste jaren vooral is gegroeid in de Verenigde Staten, heeft te kampen.

Juist omdat Unilever zich inmiddels bewust is van het belang van goede voorlichting aan het beleggende publiek (zoals bij zoveel bedrijven zoekt ook Unilever nieuwe investor relations officers), is die valutaire mist een doorn in het oog bij het streven de beurswaarde van het concern op peil te houden.

Het is moeilijk aan Amerikaanse beleggers uit te leggen dat ze aandelen moeten kopen in een onderneming die als de wisselkoersen niet waren veranderd vorig jaar 15 procent winstgroei had geboekt. Maar datzelfde bedrijf moet aan Nederlandse beleggers in echte guldens een winstgroei van 8 procent laten zien, terwijl de Britten blij zijn met een in ponden 26 procent gestegen winst en de arme Amerikaanse belegger ten einde rade hoort dat in dollars gemeten de winst vorig jaar met 12 procent is gestegen. Het gemiddelde pensioenfonds uit Californie zal dan al gauw denken: Ik koop liever aandelen Procter en Gamble.

Unilever is juist de laatste jaren zo gegroeid in de Verenigde Staten met onder andere de bedoeling om een frontale aanval te doen op de hoogrenderende thuismarkt van de Amerikaanse collega's en zo te voorkomen dat die hun winsten daar zouden inzetten in de concurrentieslag elders in de wereld.

Nu wil Unilever ook voorkomen dat de Amerikaanse collega's dank zij hun hogere koers/winst verhouding op Wall Street een concurrentievoordeel zouden halen uit goedkopere kapitaalskosten. Dus heeft Unilever de ongebruikelijke stap genomen de rapportage te wijzigen. Vanaf dit jaar zal worden gewerkt met gemiddelde wisselkoersen in plaats van met de koersen per jaarultimo. Dat is ook nog niet alles, maar het beperkt in ieder geval de schommelingen van peildatum tot peildatum.

    • Paul Frentrop