'Taak arbeidsinspectie is bijna onuitvoerbaar'

DEN HAAG, 28 febr. - De eisen die aan de arbeidsinspectie worden gesteld, zitten aan de grens van wat uitvoerbaar is. Dit heeft minister De Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vanmiddag gezegd tijdens de viering van het 100-jarig bestaan van de inspectie.

Volgens De Vries heeft de arbeidsinspectie te maken met een 'pakezeleffect'.

De dienst moet aan steeds nieuwe eisen voldoen, terwijl de traditionele taken gewoon doorlopen. Ook moet de inspectie alles weten en alle misstanden corrigeren, terwijl tegelijkertijd de behoefte bestaat aan een overheid die minder ingrijpt. Dit zijn onderling tegenstrijdige wensen, aldus De Vries. Volgens hem vloeit een groot deel van de kritiek die de laatste tijd op de inspectie is uitgeoefend, hieruit voort.

De Vries vindt dat de arbeidsinspectie een belangrijke rol zal moeten spelen in het terugdringen van de arbeidsongeschiktheid. De dienst moet vooral preventief werken door ondernemers meer te wijzen op het belang van goede arbeidsomstandigheden. Ook de controle zal worden verscherpt. Ongeveer 30 procent van de totale arbeidsongeschiktheid van ruim 800.000 personen is te wijten aan het arbeidsverleden, aldus De Vries.

De directeur-generaal van de Arbeid, ir. A. J. de Roos, meent dat de arbeidsinspectie pas echt goed kan functioneren als er 200 inspecteurs bij zouden komen. In dat geval zouden bedrijven eens in de twee a drie jaar kunnen worden gecontroleerd op arbeidsomstandigheden. De Roos zegt dit in het blad 'De Onderneming' van de werkgeversorganisatie VNO. Nu komt de inspectiedienst in het algemeen niet vaker dan eens in de zeven jaar langs. Volgens de Roos is dat 'wel erg weinig'.

Uitbreiding met 200 man zou 20 miljoen gulden kosten. Voorlopig krijgt de arbeidsinspectie er echter slechts 50 mensen bij.