'Rechters die thuis werken zitten rustiger'

DEN HAAG, 28 febr. - Rechters die thuis werken, hebben het voordeel dat ze niet gestoord worden en zelf hun werkdag kunnen indelen. Met onder meer deze stelling bestreed het ministerie van justitie gistermiddag het beroepschrift van de Amsterdamse raadsheer mr. H. Smit die een vergoeding voor zijn prive-werkkamer wil. Hij meent dat hij door ruimtenood in het paleis van Justitie gedwongen wordt om thuis te werken. Voor kamer twee van de afdeling rechtspraak van de Raad van State betoogde de gemachtigde van de minister dat werkkamers in gerechtsgebouwen met zich meebrengen dat rechters dan dikwijls worden gestoord door ander personeel. Ook werd aangevoerd dat rechters in het verleden nooit hebben laten merken thuiswerken bezwaarlijk te vinden. Het ministerie heeft namelijk nooit eerder een verzoek om een kantoorkostenvergoeding uit de rechterlijke macht bereikt.

Smit, inmiddels vice-president bij het gerechtshof, kon bovendien bij zijn indiensttreding in 1976 weten dat thuiswerken binnen de rechterlijke macht gebruikelijk is. Zelfs zijn er rechters bij rechtbanken waar wel werkruimte beschikbaar is die desondanks thuis blijven werken. Het zelf dragen van de kantoorkosten is dan niet onredelijk, aldus het departement. In de herfst van dit jaar wordt overigens voor het Amsterdamse gerechtshof voldoende werkruimte opengesteld, zodat het belang bij een kostenvergoeding 'relatief' is.

Smit stelde daar tegenover dat er ook bij zijn indiensttreding al rechters waren die over een werkkamer in een gerechtsgebouw beschikten. Ook meent hij dat een werkkamer in een overheidsgebouw voor rijkspersoneel in zijn algemeenheid gebruikelijk is. Dat er al zolang sprake was van ongelijke beloning voor gelijke arbeid is volgens hem dan ook geen goed tegenargument. Ter zitting verhoogde hij zijn eis voor een kostenvergoeding van 5.000 gulden per jaar vanaf 1987 tot 11.500 gulden, rekening houdend met de gevolgen van het plan-Oort. De Raad van State doet uitspraak op 17 april.