Hongaarse nomenklatoera vreest zuivering

BOEDAPEST, 28 febr. - Onderminister Jeno Rednagel, de hoogste ambtenaar van het Hongaarse ministerie van landbouw, is er vrijwel zeker van dat hij binnenkort zijn baan kwijtraakt. Hij neemt aan dat zijn kop zal moeten rollen bij een actie om het land te ontdoen van de oude 'nomenklatoera', het apparaat waarmee de communistische partij lange tijd Hongarije onder controle hield. 'Ik ben bang dat zich in omgekeerde richting gaat herhalen wat in 1948 gebeurde, toen de communisten de macht in handen namen, ' zegt Rednagel.

Velen in Hongarije gaan ervan uit dat de verwachte overwinning van de oppositiepartijen bij de verkiezingen van 25 maart zal leiden tot ontslagen bij ministeries, staatsbedrijven en cooperaties. Het feit dat de meeste communisten sinds enige tijd socialisten heten, dat zij al lang voorzichtig met hervormingen van de economie bezig zijn, zal hen niet tegen een zuiveringsactie beschermen.

Dat hij er financieel op achteruit zal gaan, gelooft de 50-jarige Rednagel niet. Hij denkt goede kansen te hebben in de prive-sector, die zal groeien naarmate Hongarije verder de weg inslaat van een centraal geleide planeconomie naar een markteconomie. Hij is zeker van zijn vakkundigheid en denkt ook in de prive-sector de vele relaties te kunnen gebruiken die hij als onderminister heeft opgebouwd. Bovendien kent hij de nomenklatoera goed, waarvan veel leden nu voorop lopen om in het nieuwe klimaat weer een zo goed mogelijke positie te veroveren. De vrees voor een grote zuivering wordt aangewakkerd door politici van de oppositie, onder andere van het Hongaarse Democratische Forum, die in de verkiezingscampagne hun schoonmaakplannen aankondigen. De vrees bestaat niet alleen onder ambtenaren, ze bestaat ook bij de vakbondcentrale Szot, die veertig jaar lang een instrument van de Communistische partij was.

Dr. Peter Fahn, hoofd van het bureau economische zaken van de Szot, is bang dat op het congres van de vakcentrale half maart de helft van de medewerkers naar huis wordt gestuurd. Het regent beschuldigingen aan het adres van de functionarissen van het vakbondsapparaat dat zij tot de oude nomenklatoera behoren. 'We speelden een soort dienstmeisje voor partij en regering', zegt Fahn. Die beschuldigingen kunnen tot ontslagen leiden nu dankzij een nieuwe organisatie van de Szot de 4 miljoen leden hun bestuurders kunnen kiezen. Bij aangesloten bonden heeft die nieuwe structuur, waarbij de leden meer mogen dan naar de leiders luisteren, al geleid tot vervanging van de meerderheid van de vakbondsbestuurders. Maar evenmin als Rednagel is Peter Fahn bang voor zijn eigen toekomst. Hij heeft net als veel van zijn collega's dankzij zijn uitstekende contacten met de groeiende particuliere sector al een goede aanbieding voor een baan. Bovendien hebben de vakbondsmedewerkers nu een uitzonderlijk goede afvloeiingsregeling bedongen. Van de hoogste top van de Szot, het uit vijf man bestaande secretariaat, hebben drie secretarissen het oordeel van het congres niet afgewacht. Zij hebben zelf besloten zich niet meer verkiesbaar te stellen. De directies van de staatsindustrieen haasten zich in het veranderende klimaat om markteconomische begrippen onder de knie te krijgen. Het International Business Management Centre is een sinds een jaar functionerend opleidingsinstituut in een verbouwde villa in een buitenwijk van Boedapest.

Volgens Zsuzsanna Ranki, de directrice van dit opleidingsinstituut van een Amerikaans-Italiaans-Hongaarse joint venture, zijn de meeste leerlingen van een vijfdaagse cursus van staatsbedrijven afkomstig. Die staatsondernemingen betalen de cursussen ook. 'Bij zo'n snelle cursus gaat het vooral om het overbrengen van nieuwe ideeen, het stimuleren van een nieuw denkproces', zegt Ranki. Sommige directies zijn snel met het overnemen van het marktdenken. Ze gebruiken hun kennis van regelingen, klantenkring en leveranciers om een particuliere onderneming te beginnen. Ook gekwalificeerde ambtenaren haasten zich al, of ze nu wel of geen partijlid waren. G. A. Ransburg was een hoge ambtenaar van het ministerie van industrie. Hij was geen partijlid. Hij greep vorig jaar de mogelijkheid aan om bij een bank te gaan werken. Het stapje voor stapje voortgaande afscheid van de centraal geleide planeconomie had tot gevolg dat op het ministerie steeds minder voor hem te doen was. Nu gebruikt hij zijn kennis om als directeur van de Kereskedelmi-bank (de krediet- en handelsbank) klanten te assisteren die willen samenwerken met buitenlandse bedrijven. De buitenlander die nu met Hongaren praat, kan er rekening mee houden dat hij na de verkiezingen van 25 maart nieuwe gesprekspartners krijgt. Lagere ambtenaren hopen dat ze hun baan zullen kunnen behouden. Janos Polacek, een afdelingshoofd van het ministerie van handel, was altijd partijlid. Hij zegt: 'Iedereen is bang om bij een opruiming van de nomenklatoera banen te verliezen. Niemand weet wat er precies gebeurt, maar veranderingen gaan er komen. Ik hoop dat kwaliteit het belangrijkste argument wordt bij beoordelingen van mensen. Hongarije heeft een grote ervaring met zuiveringen: na de oorlog in 1945, bij het begin van communistische regering in 1948, na de opstand in 1956 en ook nog eens na de hervormingen in 1968.'

Maar de 63-jarige ingenieur Lajos Koveskuti praat nog altijd alsof hij niets te vrezen heeft. Hij was lid van het centraal comite van de communistische partij, is met het grootste deel van de partij socialist geworden, is voorzitter van de industriele cooperatie Hiradastechnika, en van de landelijke vereniging van industriele cooperaties. Een probleem pakt hij zo aan: 'Ik denk dat ik veel kan doen. Ik ken de mensen van de handel en de financien zeer goed. Ik heb goede contacten in de regering en ik zit bovendien in verschillende commissies die het parlement adviseren.'

Het is volgens hem onjuist om te spreken over een macht van nomenklatoera of de cooperaties. Voorzitters van partij- en regeringsregels afhankelijke cooperaties zijn tot nu toe altijd na geheime verkiezingen benoemd. Hij geeft wel toe een verandering te verwachten. 'Ik denk dat de helft van de leiders van cooperaties dit jaar nog van functie verandert. Het is gezond als een voorzitter na vijf jaar aftreedt om ruimte te maken voor vernieuwing.'

Koveskuti zelf is al zestien jaar voorzitter van zijn cooperatie en ziet voor een 'gezonde vernieuwing' aan de top van Hiradastechnika op dit ogenblik geen aanleiding. Ook dr. Janos Roth, commercieel directeur van de staatsonderneming van buitenlandse handel Komplex, meent voldoende kwaliteiten te hebben om niet op zijn politieke verleden beoordeeld te worden. 'Ik ben altijd zeer professioneel geweest. Ik ben er trots op dat ik een meer dan gemiddelde kennis van de buitenlandse handel heb. Ik was natuurlijk partijlid, zoals iedereen. Nu ben ik partijloos. Ik ben niet bang voor mijn baan. Sommigen zeggen dat er een zuivering zoals eind jaren veertig op komst zou zijn. Iets extreems kan natuurlijk altijd gebeuren, maar ik geloof het niet.'

De 45-jarige Roth werkt al sinds 1968 bij Komplex. Hij is met alle door de partij geleide economische hervormingen altijd soepel meegegaan. Eerst moest Komplex strikt volgens de aanwijzingen van het ministerie van handel werken. De directie werd ook door het ministerie benoemd. Nu heeft sinds twee jaar een ondernemingsraad alles voor het zeggen, van het ondernemingsbeleid tot de benoeming van de directeur en de vaststelling van zijn salaris toe.

Roth hoopt dat de macht van de ondernemingsraad in de toekomst zal verminderen als Komplex zal zijn geprivatiseerd. Dan heeft de directie meer te zeggen en kan er meer op winst gericht worden gewerkt. Roth heeft dan ook geen behoefte een particuliere onderneming te beginnen. Hij verdient zeer goed, zo'n 60.000 Forint (ongeveer 1.500 gulden) netto per maand. Gemiddeld ligt het maandinkomen op ongeveer 8.000 Forint (250 gulden). Hij heeft door het incasseren van premies weten te voorkomen dat zijn koopkracht met dat van de gemiddelde Hongaar het afgelopen jaar met twee procent daalde. Hij ziet met de voorsprong van Komplex in kennis en ervaring, ook nu iedereen met het buitenland mag handelen, grote mogelijkheden om de winst, zijn premies en daarmee zijn inkomen ondanks de algemene verarming in het land op peil te houden. 'Ik heb het voordeel van mijn vele goede contacten. Veel vrienden zijn hoge ambtenaren. Drie vrienden van de universiteit zitten in de ministerraad. Het is zeer handig iemand te kennen als je een probleem moet oplossen.'

Als die vrienden na de verkiezingen van 25 maart hun banen verliezen, wordt het lastiger voor Roth. Voorzitter Peter Szirmai van de in 1988 opgerichte Nationale Vereniging van Particuliere Ondernemers illustreert de huidige situatie met een probleem dat de kleine ondernemer in dit land met een zeer slechte infrastructuur maar al te goed kent: 'Het is moeilijk om aan een telefoonlijn te komen als je - anders dan de staatsbedrijven - geen goede contacten hebt in de oude nomenklatoera-structuur. Deze samenleving verander je niet van de ene dag op de andere.'

    • Ben van der Velden