Het somberste scenario

Minder dan een kwart van de Nederlanders is, volgens een enquete, tegen de Duitse eenwording. Tot de conferentie in Ottawa, tien dagen geleden, waar de twee-plus-vierformule werd uitgevonden, kregen de Duitsers goed beschouwd een overstelpende sympathie voor hun eenwordingspolitiek. Iedereen die iets te vertellen had in de Westelijke wereld stond erachter, en in het Oosten was dat eigenlijk ook het geval, zij het wat meer geclausuleerd. Waarom dan toch die overrompeldende haast, waarom een beleid gevoerd dat een steeds minder redelijke indruk maakte omdat het een steeds grotere dosis 'arrogantie van de macht' bevatte? Als Bonn het wat kalmer had aangepakt zouden die geruststellende bezoeken van minister Genscher aan het direct betrokken buitenland niet eens nodig zijn geweest. Of was het geen arrogantie van de macht? Voor Bonn is het noodzakelijk, de volksverhuizing uit het Oosten op korte termijn te stoppen. Vorig jaar heeft de Bondsrepubliek 700.000 Duitsers opgenomen en 120.000 immigranten uit de Derde Wereld. Dit jaar zijn alweer meer dan 100.000 Duitsers uit het Oosten aangekomen. In januari waren het er 1800 per dag, in februari 2250. Dat zet een samenleving onder flinke druk, vooral omdat de stroom groeit en huisvesting en werkgelegenheid dat niet doen, terwijl niemand weet hoe deze belangstelling voor de welvaart van de Bondsrepubliek met fatsoen moet worden getemperd, behalve dan door de armen rijker te maken. Daarom is vereniging allang niet meer louter een vaderlandslievend doel maar ook een economische noodzaak. Eenwording zal weldra voor de Bondsrepubliek een kwestie van zelfbehoud zijn. Wat wij voor arrogantie van de macht aanzien, heeft een ondertoon van paniek.

Dat is overigens niet tragisch want daardoor wordt het Westduitse bedrijfsleven de beste rechtvaardiging verleend om flink aan de slag te gaan, nog voor er op politiek terrein iets is geregeld. In economisch opzicht is de Bondsrepubliek al bezig de DDR op te eten. De Westduitse banken, meldde deze krant gisteren, mogen nog wel geen echte bankactiviteiten ontplooien maar overal worden in deze staat-in-liquidatie informatiebureaus opgezet die het terrein voor expansie rijp maken. Daarover op het ogenblik optimistisch gedacht. Zonder er veel bewijs voor te hebben, spreekt men al van een nieuw Wirtschaftswunder waarmee na de verkiezingen van de achttiende maart een aanvang moet worden gemaakt. De verborgen paniek in de politiek dient de slagvaardigheid van het bedrijfsleven.

Hoe lang duurt het voor een Wirtschaftswunder effect heeft? De DDR is enigszins vergelijkbaar met een land waar veertig jaar een oorlog heeft gewoed, een oorlog die de mensen fysiek spaarde maar de industrie iedere dag beschadigde. Het socialisme lijkt wat dat betreft een beetje op de neutronenbom. Maar de verwoesting van veertig jaar DDR is natuurlijk onvergelijkelijk veel kleiner dan die van vijf jaar wereldoorlog. Robert J. Samuelson wijst er in de Tribune op dat het eerste Wirtschaftswunder in juni 1948 begon met de drastische monetaire hervormingen.

Een half jaar later was de industriele produktie met vijftig procent gestegen, en daarmee was de take off voltooid. Zou dat in de DDR langer duren, gegeven de noodzaak van de Westduitsers om zich tegen een voortgezette volksverhuizing te beschermen en de vaderlandslievende energie die bij de economische expansie ook wel een rol zal spelen? Is het niet waarschijnlijk dat het Oostduitse Wunder zich sneller zal voltrekken dan het Westduitse, 42 jaar geleden? Voor de gezondheid van het verenigd Duitsland zou het goed zijn maar de rest van het Huis Europa zou er andere gevolgen van ondervinden. Het is uitgesloten dat de economieen van de andere voormalige socialistische landen sneller zullen groeien dan die van de vroegere DDR. Even belangrijk is het voor de zich nu ontwikkeldende verhoudingen in Midden-Europa dat op de mate van stabiliteit in de Sovjet-Unie geen peil meer valt te trekken. Wat er in de Baltische republieken, Armenie en Azerbajdzjan gebeurt, is genoegzaam bekend. Minder weet men hier van wat er misschien in de Oekraine met zijn bevolking van 50 miljoen op til is. Het volksfront Roech heeft daar de laatste tijd snel aan zelfvertrouwen en aanhang gewonnen; het nationalisme heeft er een lang, anti-Russisch verleden.

Het is ondoenlijk, zich hier in speculaties te begeven, maar er is een zekerheid: afscheiding van de Oekraine naar het voorbeeld dat Litouwen weldra zal geven, zou de ondergang van de Unie betekenen. Is het met het oog op dergelijke mogelijkheden dat Gorbatsjov zich grote presidentiele bevoegheden heeft aangemeten? Het somberste, maar niet het onwaarschijnlijkste scenario wil dat een verenigd Duitsland, naarstig werkend aan het tweede Wirtschaftswunder, aan zijn oostgrenzen zal worden geconfronteerd met een voortwoekerende politieke chaos die ieder economisch herstel onmogelijk zal maken. Dan zal men een herhaling in het groot zien van de exodus die de Bondsrepubliek nu het hoofd probeert te bieden. Anders gezegd: het is niet onmogelijk dat in het Huis Europa een volksverhuizing dreigt, althans pogingen daartoe zullen worden ondernomen, vergeleken waarbij wat nu in Duitsland gebeurt, niet meer dan een uitgebreide vorm van forensenverkeer is.

Er bestaat in heel Europa nog geen begin van een plan om aan zo'n ramp het hoofd te bieden.