Gelegenheidsvisite

HET BEZOEK van minister Genscher aan Den Haag gisteren was kort, maar niet zonder betekenis. De Westduitse liberaal, een van de grootste professionals die er op zijn gebied in de wereld rondloopt, gaf ermee te kennen het signaal te hebben opgevangen dat partner en bondgenoot Nederland niet opzij gezet kan worden in het overleg over het Duitse eenwordingsproces. Sinds het bestaan van de NAVO wordt het veiligheidsbelang van de Westeuropese landen gemeenschappelijk gedefinieerd. Elke verandering in de veiligheidspositie van Duitsland heeft daar onmiddellijk invloed op en dus heeft Nederland er recht op erover mee te praten. Datzelfde geldt voor de financiele en economische samenwerking binnen de Europese Gemeenschap. Wie er even voor gaat zitten kan zo reeksen kwesties opsommen die voor de toevoeging van het DDR-gebied even beantwoord moeten worden: landbouwsubsidies, structuurfonds, concurrentieverhoudingen, enzovoorts.

NU BONN bereidheid heeft getoond in bredere kring te consulteren, moet Nederland zich afvragen waarover het precies wil meepraten. Willen we zo snel mogelijk een Europese Monetaire Unie en zijn we bang dat die wordt opgehouden door de Duitse monetaire unie dan moeten we dat duidelijk zeggen en via de EG en rechtstreeks zo veel mogelijk druk op de Westduitsers uitoefenen om rekening te houden met onze belangen. Als we zo concreet niet te werk gaan en de indruk wekken slechts te willen meepraten om het meepraten, verliezen we direct de ruimte die de Duitsers nu als het ware aanbieden. Politici die 'directe medezeggenschap' eisen, zoals het VVD-Kamerlid Weisglas, moeten zich afvragen of deze wens niet een substituut is voor het uitspreken van onbehagen over het hoge tempo waarmee de Duitse eenheid tot stand komt.