DE SNELLE DUITSE OMMEZWAAI

A an een door beton gedomineerd plein in Bonn dat niettemin de naam Tulpenfeld draagt, klopt het parlementaire hart der Bondsrepubliek. Daar is ook het Bundespressehaus te vinden. Achter de toegangsdeur staat een grote gammele houten tafel waarop voor journalisten namens de politici een nooit eindigende reeks drukwerken wordt gestort. Doorgaans zijn het beknopte pleitnota's in eigen partij(zaak), of harde aanvallen op de waanideeen van politieke tegenstanders. Ook hier is minister Genscher (buitenlandse zaken) recordhouder. Elke dag ligt er wel een rede die hij ergens ter wereld afsteekt.

Deze maand concentreerde alle aandacht zich op het thema van de Duitse monetaire unie die in razendsnel tempo dichterbij is gekomen. In een paar dagen tijd werd de monetaire unie van 'economisch echt onzinnig' tot 'politiek absoluut noodzakelijk' gebombardeerd.

Begin deze maand (vrijdag 2 februari) nog werd een geschreven reprimande van het Bondsdaglid Matthias Wissmann, financieel-economisch specialist van de CDU/CSU-fractie, op de houten tafel gedeponeerd. Wissmann viel zijn SPD-collega's Roth en Matthaus-Maier aan omdat zij het hadden gewaagd - eerst in het weekblad Die Zeit, daarna in de Bondsdag - te pleiten voor een snelle monetaire en economische unie van de beide Duitse staten. Zij wilden daarmee een signaal geven dat de voortgaande uittocht van Oostduitsers (per vandaag sinds 1 januari al 115.000) zou kunnen helpen afremmen. Onbestaanbaar, ondoordacht en veel te vroeg, kritiseerde Wissmann. 'De verdere monetair-politieke weg moet zorgvuldig en stapsgewijs worden afgelegd, (..) de SPD heeft nog steeds niet begrepen dat economische groei en monetaire stabiliteit niet van staatswege kunnen worden verordonneerd, maar alleen met hard werk kunnen worden verkregen'. Wissmann wist zich met zijn kritische vlugschrift op dat moment gesteund door een ruime meerderheid van de financieel-economische elite in de Bondsrepubliek. Hij wist bovendien dat minister Haussmann van economische zaken (FDP) op het punt stond om een, enkele jaren omvattend, fasenplan voor de monetaire en economische toenadering tot de DDR bekend te maken, wat de maandag daarna ook gebeurde.

Maar voor het zover was ging kanselier Helmut Kohl een weekeinde naar het jaarlijkse economische wereldforum in Davos, waar hij informeel sprak met DDR-overgangspremier Hans Modrow. Van wat die onder vier ogen te melden had, moet Kohl buitengewoon zijn geschrokken. Modrows inlichtingen kwamen voor de grote gesprekspartner uit Bonn neer op een acute bestuurlijke en economische noodsituatie in de DDR.

Regisseur

Of wilde Kohl het alleen maar zo horen? Reageerde hij spontaan op weer veranderde omstandigheden in de DDR of gebruikte hij als politiek regisseur 'dramatisch nieuws' over een naderend Oostduits faillissement als alibi voor het doorvoeren van opnieuw een tempoversnelling op de weg naar Duitse eenheid? Bij voorbeeld eerst in de besprekingen die hij zaterdag 10 februari in Moskou voerde met Gorbatsjov, een overleg dat werd voorafgegaan door achtergrond-lekkages uit het Bundeskanzleramt over een aanstaand failliet van de DDR? En later deze maand tijdens besprekingen in Parijs (met Mitterrand), in Ottawa (bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken van het Warschau Pact en Navo), in Brussel (bij de EG) en in Camp David (bij president Bush)? Hoe het ook zij, sinds de ontmoeting in Davos wordt de tijdelijke Oostduitse boedelbeheerder Modrow, in Kohls kanselarij geregeld aangeduid als Konkursverwalter. De exodus uit de DDR werd niet kleiner maar zwol aan tot enkele duizenden mensen per dag. En tegelijkertijd werd het openbare debat van de politici in Bonn over de gewenste behandeling van de DDR als economisch zorgenkind met de dag chaotischer. Voorbeeld: in datzelfde weekeinde van Davos (3/4 februari) pleitte FDP-minister Genscher al voor een snelle totstandkoming van de Duitse monetaire unie. FDP-voorzitter Lambsdorff was daar juist zeer tegen en beval een 'Oostenrijkse oplossing' aan en een 'goedkope DDR-mark' (ter bevordering van Oostduitse exportkansen), terwijl FDP-minister Haussmann net zijn fasenplan voor de geleidelijke invoering van de D-mark in de DDR afrondde.

Een spoedbehandeling van het probleem kwam in zicht. Het maandag nog op een persconferentie gepresenteerde fasenplan-Haussmann ging dinsdag alweer de prullenbak in. En de verzekering van de Oostduitse minister van economische zaken Christa Luft, ook op maandag, dat over zoiets ingrijpends als een Duits-Duitse monetaire unie eerst een referendum onder de burgers van de DDR zou moeten worden gehouden, was binnen een dag verklonken.

Want terwijl op dinsdag 6 februari de monetaire autoriteiten van de Bondsrepubliek en de DDR - president Pohl van de Bundesbank en zijn collega Kaminsky van de Oostduitse Staatsbank - in Oost-Berlijn nog eenstemmig de totstandkoming van een snelle monetaire unie als 'te vroeg op dit moment' afwijzen, bood kanselier Kohl die in Bonn juist aan. Of, gezien de verhoudingen misschien juister, hij riep de monetaire unie alvast uit. Tot ieders verrassing, want een boodschap vooraf naar Pohl en Modrow had er al niet afgekund, evenmin als een mededeling naar de partners en vrienden in de Europese Gemeenschap, die zich net opmaakten om te gaan bestuderen hoe, over een paar jaar, een Duitse en een Europese monetaire unie (EMU) zich tot elkaar zouden verhouden.

Bloedtransfusie

Daar was het signaal voor de Oostduitsers om hun koffers weer uit te pakken: de snelle monetaire unie, de D-mark als bloedtransfusie en enig betaalmiddel, met bijbehorende economische hervormingen, en dat alles zo spoedig mogelijk na de Oostduitse verkiezingen van 18 maart. Het is een paradoxale situatie dat de noodlijdendheid van de DDR haar burgers inspireert tot massaal vertrek maar tegelijkertijd het motief vormt voor een grote monetaire operatie die hen moet bewegen thuis te blijven.

Dezelfde week nog slikte bankpresident Karl Otto Pohl zijn bezwaren in tegen de aldus afgekondigde monetaire unie, daarmee namens de Bundesbank het primaat van de politiek bevestigend en (dus) zijn 'loyale medewerking' belovend. En minister Haussmann noemde de nu aangeboden, zeer ongefaseerde invoering van de D-mark het 'grootste geschenk' dat de DDR kan krijgen. 'De Hongaren zouden er geen dag over hoeven nadenken', riep en roept hij de weifelaars en critici in en buiten de DDR toe.

De dinsdag en woensdag daarop (13/14 februari) kwam DDR-premier Modrow met een geleide van zeventien ministers naar Bonn, waar twee werelden een gesprek hadden dat geen gesprek werd. Het verliep ongeveer net zo als met die Amerikaanse student die zijn rijke vader telegrafeerde: No mon(ey), no fun, your son. En die als antwoord terugkreeg: Too bad, I'm sad, your dad.

In de bomvolle zaal van de Bundespresseconferenz, een aquarium-achtige uitbouw op de eerste etage van het Bundespressehaus, meldde Modrow na afloop teleurgesteld dat hij Kohl, helaas vergeefs, had gevraagd om tien a vijftien miljard Westduitse 'solidariteitshulp'.

Dat verzoek had de Oostberlijnse Ronde Tafel - het reguliere overleg tussen de Oostduitse regering en oppositiepartijen - een dag eerder nog in zijn bagage gedaan. Over de aangeboden monetaire unie zei de tijdelijke DDR-chef niet zoveel meer dan dat hij ermee instemde. Hij sprak ernstig over een recente ontmoeting met de Oostduitse schrijfster Christa Wolf en onderstreepte het belang van een 'eigen', bij voorbeeld culturele, bijdrage van de DDR aan de Duits-Duitse fusie.

De kanselier daarentegen had het vooral over de monetaire unie, het succes van de sociale markteconomie van de Bondsrepubliek en haar kapitaalexport van ruim honderd miljard mark. Dat was tegenover Modrow en zijn ministers hardhandig, maar Kohl bleef met die onderwerpen in de buurt van de feitelijke agenda van het gesprek.

Dat gold ook voor Kohls weigering om voor 18 maart, en voor er economisch echt iets is veranderd in de DDR, nog even vijftien miljard D-mark aan te reiken. De integratie van twee werelden begint na de Oostduitse verkiezingen, en dan direct en via de D-mark. Hoe dat zal gaan wordt nu met spoed onderzocht, aldus de kanselier. Eerste effecten: DDR-burgers bleven vertrekken, de Oostduitse Ronde tafel klaagde en de Oostduitse spaarders gingen, ondanks alle waarschuwingen dat zij straks een betere wisselkoers krijgen, alvast massaal naar de bank.

Reprimande

Op die houten tafel in het Bundespressehaus in Bonn lag donderdag 22 februari weer een reprimande van CDU/CSU-expert Wissmann. Deze keer betrof de waarschuwing de DDR-SPD, wier ontwerp-programma volgens Wissmann veel te weinig pleitte voor snelle economische hervormingen. Een zin uit zijn kritische boodschap die onbedoeld vooral functioneerde als een illustratie van het razende tempo waarmee ook zijn gedachten over een monetaire unie waren veranderd: 'De DDR-SPD moet weten dat de monetaire unie waarin wij als hoogste goed de D-mark inbrengen, alleen kan naast consequente economische hervormingen. Daarom moeten na de verkiezingen van 18 maart noodzakelijke hervormingen snel en consequent worden uitgevoerd. Verder lamenteren vertraagt slechts de genezing van de DDR-economie. (..)'