De Roemenen praten veel maar zeggen weinig

BOEKAREST, 28 febr. - De tweehonderd studenten staan er beteuterd bij. Duizenden hadden ze verwacht, hier voor het hoofdkwartier van de Securitate in het centrum van de Roemeense hoofdstad Boekarest. Alle studentenbonden hadden de demonstratie immers gesteund, waarbij openheid zou worden geeist over de huidige positie van het personeel van de inmiddels officieel ontbonden staatsveiligheidsdienst van Ceausescu. Een organisatieschema van de dienst wilden ze, en namen.

Bij zo weinig opkomst raakt de stemming er niet echt in. Nog niet een keer heffen de anders zo luidruchtige studenten hun spreekkoor aan, en na zo'n twee uur wachten gaan zij maar terug naar de studentenflats aan de rand van de stad. 'Veel studenten zijn te bang om te demonstreren', meent de een. 'Iedereen is moe', constateert een ander. De kritische schrijver Octavian Paler had in de krant Romania Libera hetzelfde geconstateerd: 'Onze revolutie lijkt een guerrilla die maar voortduurt, en inmiddels neemt de angst steeds maar toe, en is het volk moe van alle demonstraties'. Het regerende Front voor Nationale Redding is het Roemeense communisme in een nieuw jasje, en het door president Ion Iliescu en de zijnen gevoerde beleid niet de gehoopte democratie naar Westers model, maar 'perestrojka' naar Sovjet-voorbeeld. Het kost moeite in Boekarest, stad van bureaucraten en middenklasse, iemand te vinden die deze mening niet is toegedaan. Alleen de graad van radicalisme verschilt.

Zeer radicaal is de 42-jarig Eduard Victor-Gugui, hoofdredacteur van het weekblad Barricada, op 25 december gesticht en inmiddels al aan zijn zevende nummer toe, in 300.000 exemplaren. Hij schroomt geenszins om op het door het ministerie van economische zaken ter beschikking gestelde krantepapier week in week uit gloedvol voor 'een tweede revolutie' te pleiten en tussen de literaire bijdragen treft de lezer menige complottheorie aan. Ceausescu zou bijvoorbeeld zijn doodgeschoten omdat hij te veel wist over de huidige machthebbers, meent de hoofdredacteur van Barricada. Ook verwondert het hem zeer dat de bezoekende Westerse verslaggever niet op de hoogte is van de afspraak die Bush en Gorbatsjov op Malta zouden hebben gemaakt, dat Roemenie voortaan onder Franse controle zal vallen.

De kritiek op het Front is algemeen, maar de televisie-uitzending van de debatten in de dertig partijen tellende Raad van Nationale Eenheid, het voorlopige parlement, hebben bij menigeen toch de vraag doen rijzen hoe het eigenlijk staat met de alternatieven. De bijeenkomst werd vooral gekenmerkt door heftig onderling gekrakeel over ordekwesties, om nog maar te zwijgen over de persoonlijke beledigingen die men elkaar naar het hoofd slingerde. Een ander hoogtepunt was een zeer lang citaat van Cicero dat een van de sprekers ten beste gaf, in het Latijn uiteraard. Iedere spreker zei wel steeds met nadruk welke partij hij vertegenwoordigde, want dertig is veel en de verkiezingen van 22 mei naderen ras. Naar verluidt zijn er achttien partijen die min of meer het Front steunen en acht centrumpartijen - maar ieders inschatting van het politieke krachtenveld is een andere.

Balans 'Toch is de balans positief, u moet rekenen dat na zoveel jaren zwijgen iedereen zich wil laten horen', meent de liberale leider Radu Campeanu, die - zelf uit de emigratie afkomstig - een van de weinige politici buiten het Front is die zich in de openbaarheid een zeker gezicht heeft verworven. Als vice-president poogde Campeanu een deel van de debatten te leiden, en menigmaal was de wanhoop hem van het gezicht af te lezen wanneer er weer twee afgevaardigden over niks verbaal op de vuist gingen en iedereen in de zaal plotseling stond. 'Er werd veel gesproken en weinig gezegd', geeft Campeanu toe. Hij heeft dan ook voorgesteld de debatten in het voorlopige parlement voortaan niet meer over de televisie uit te zenden.

Ernstiger zorgen baart hem het feit dat nu al elf keer een bijkantoor van zijn Liberale Partij, een van de drie 'historische partijen' die na 46 jaar verbod hun werkzaamheden hebben hervat, door politieke tegenstanders geheel is verwoest. In het liberale hoofdkwartier in Boekarest lijkt inmiddels alles goed te gaan. Veelal jonge, en zo te zien wat meer gegoede Roemenen lopen af en aan. Druk is het ook bij de rechtse Boerenpartij, die zich ook met het predicaat 'christen-democraten' tooit. Het publiek is hier wat ouder en boerser.

Bij de derde historische partij, de sociaal-democratische, is het uitgesproken rustig. Vredig snort een zojuist bemachtigde fotokopieermachine voor de herdruk in honderden exemplaren van een uit 1946 daterend manifest. De Roemeense sociaal-democratie steunde voor 1946 voor een belangrijk deel op de vakbondstradities in Transsylvanie, vertelt partijleider Sergiu Cunescu (66). Met de nieuwe vrije vakbonden heeft de herleefde partij het contact nog niet weten te leggen en de Hongaren in Transsylvanie zijn nu eerder geneigd eigen partijen op te richten, wat Cunescu betreurt.

Dat de sociaal-democratie een linkse beweging is, komt hem slechts met moeite over de lippen. 'Centrum-links zou ik zeggen, en zeer verschillend van het communisme natuurlijk.'

Het begrip 'links' kan zich thans onder Roemenen duidelijk niet in een grote populariteit verheugen.

De organisatiedrift van de Roemenen beperkt zich dezer dagen niet tot politieke partijen. Sinds een week of twee wemelt het van nieuwe krantjes, bewegingen, pressiegroepen, vrije vakbonden en wat al niet. De onderlinge solidariteit is daarbij vaak ver te zoeken. Dat ervoeren de studenten medicijnen die in Boekarest in hongerstaking waren gegaan omdat zij door een bureaucratische gril niet tot het eerste studiejaar waren toegelaten. Hun wel toegelaten kameraden kwamen elke dag eveneens demonstratief voor hun neus de middagboterham opeten. 'Niemand kan het meer bijhouden', meent een medewerker van de groep Sociale Dialoog bij wie veel bewegingen zich komen melden. 'Iedereen wil het woord, bang dat het anders te laat is.'

Sociale Dialoog torent hoog boven alle andere groeperingen uit. Het is een gezelschap van 34 te goeder naam en faam bekendstaande intellectuelen, gegarandeerd met schone handen, die zich ten doel stellen in de adviserende sfeer de 'burgerlijke maatschappij' tot leven te wekken, die door de domme dictatuur zo'n gevoelige knauw heeft opgelopen.

Zij willen de rol spelen die in Polen de dissidente beweging KOR speelde bij de oprichting van de vakbond Solidariteit, of de Tsjechoslowaakse beweging Charta bij het tot stand komen van Burgerforum. Hun instelling lijkt, noodgedwongen en door gebrek aan ervaring, voorshands wat meer elitair, zodat ook wel schertsend over een Roemeense 'Academie Francaise' gesproken wordt. Twee keer per week vergadert het gezelschap, in een historisch pand in het centrum van Boekarest, dat in opdracht van dictatorszoontje Nicu Ceausescu smakeloos was verbouwd. Op de vergaderagenda van heden onder andere: de noodzaak van een onafhankelijke televisie en de stand van zaken bij het streven daarnaar, het minderhedenvraagstuk en de nieuwe grondwet. 'Iedereen in dit land moet weer leren denken en ideeen formuleren', zegt vergadervoorzitter Thomas Kleininger, van beroep kunsthistoricus. 'Wij hopen daar een belangrijke bijdrage aan te leveren.' Tegelijkertijd is de groep niet geheel blind voor de praktische kanten van haar functioneren. Het ligt in de bedoeling in de toekomst als 'thinktank' adviezen aan ministeries en dergelijke te verkopen.

    • Raymond van den Boogaard